Mediatijdlijn van de Amsterdamse tram
Geheugen van de Amsterdamse tram

<< naar intro mediatijdlijn

door naar 1907 >>

Share |

MEDIATIJDLIJN AMSTERDAMSE TRAM 1906
door Cees Pot
e-mail:
ceespot@amsterdamsetrams.nl

1906

3-1-1906
Wat te verwachten was, na deze dagen van onafgebroken vorst en helder winterweer, is geschied. Hedenmorgen stonden de vreugdewekkende vlaggetjes op de tramwagens om heel de stad bekend te maken, dat zowel de Amsterdamsche IJsclub, als de Linnaeus-IJsciub hun banen hebben opengesteld.

4-1-1906
De Gemeentetram vervoerde verleden jaar 35.710.279 passagiers. In dit cijfer zijn begrepen 1.607.229 vroegrit-retourkaarten. In 1904 werden door de tram 31.260.756 passagiers vervoerd en 1.000.649 vroegnttetourkaarten uitgegeven.

5-1-1906
Minder met Amsterdamsche gewoonten bekend.
Nichtje was een maand of wat getrouwd en woonde op het eind van de Ütrechtsche zijde te Amsterdam ; ze schreef aan tante Sientje om haar gedurende de Kerstdagen te logeren te hebben. Tante Sientje woonde buiten en daar zij graag nichtje in Amsterdam wilde bezoeken, werd haar de reis-route voorgeschreven, en het nummer van de tram opgegeven, die haar in behouden welstand bij neef en nicht aan de ütrechtsche zijde zou brengen. Een en ander liep goed van stapel, en tante zat in de tram, die de Pijp doorsneed. Haar gezelscbap bestond uit een viertal heeren en enige dames. Toen de stem van de conducteur aankondigde: «Jan Luyken!» stond een heer op en verdween. Insgelijks ging er een bij den oproep van «Ferdinand Bol!» Zoo ook bij «Gerard Dou!» en «Albert Cuyp!» verlieten de heren den wagen. Tante Sientje zag beduusd de vertrekkenden na, en, toen, de conducteur vertrouwelijk bij de arm vattende, voegde zij hem schuchter toe: «Meneer, meneer! ik heet Sientje Smits».

13-1-1906
De Tramwerkzaamheden op de N. Z. Voorburgwal.
In verband met de samengestelde werken aan de tramrails en de elektrische geleiding, welke uitgevoerd worden op de N.-Z. Voorburgwal, aohter het Koninklijk Paleis, zal tijdelijk, gelijk wij reeds meedeelden, de loop der lijnen 1, 2 en 3 enigszins gewijzigd worden. Naar we thans vernemen zullen voorlopig, te beginnen op Maandag aanstaande, de wagens der lijnen 1 en 2, in plaats van op de Dam, hun standplaats hebben op de N.-Z. Voorburgwal bij de Paleisstraat. Lijn 3 zal voor enige tijd niet meer terug door de Mozes en Aaronstraat, maar heen en terug door de Paleisstraat rijden.

15-1-1906
GEMEENTERAAD.
De Gemeenteraad zal Woensdag 17 dezer, 's nam. 1¼ ure, een openbare vergadering houden ter behandeling van: (…………) — 1105. Voorstel van de raadsleden Nolting c. s. in zake vrij pontvervoer over het IJ; (………..) — 1101. Voordracht van B. en W. tot vaststelling van een Verordening betrefiende het gebruik maken van de Gemeentetram; (……).

15-1-1906
INGEZONDEN.
Vroege, maar niet te vroege ritten voor vrouwen. Een groot aantal medebewoonsters onzer hoofdstad heeft een hard levenslot. In de eerste plaats zijn hiertoe te rekenen de gehuwde vrouwen, die niet over voldoende middelen beschikken om met haar gezin een dragelijk bestaan te hebben en zich aftobben, ofwel om van zo’n bestaan de schijn te bewaren, ofwel om aan de haren het allernodigste te verschaffen. Haar verleden was gewoonlijk: dienstbode, daarna echtgenote van een ambachtsman; na enkele jaren van betrekkelijke buwelijksweelde moeder van kinderen, dan toenemende zorgen bij afnemende krachten, veelal ziekten, tijdelijke werkloosheid van de man om niet van andere rampspoeden te spreken. Dan volgt voor de reeds zwaar gedrukte vrouw de noodzakelijkheid van het uit werken gaan, alsof de tobbers haar krachten niet meer dan nodig hebben voor eigen gezin. Kent gij, lezer, deze klasse van medebewoonsters nog niet van onze schone en rijke hoofdstad? Welnu, neem dan tussen 8 en 9 nur 's morgens plaats in die trams, welke komen uit arbeiderswijken. Gij ziet ze daar dagelijks, de werkvrouwen, die reeds vermoeid opgaan naar haar werkhuis, dat uiteraard ver weg kan zijn van hare woning. Gij ziet het haar aan, dat een verkwikkende nachtrust niet aller deel was. Niettemin hebben zij haar last opgenomen, in haar nooddruftige huishouding voor man en kinderen haastig het mogelijke bezorgd, doch missen zij daarna de kracht en opgewektheid om te voet de lange weg af te leggen; zij zien daartegen op, omdat ook in haar werkhuis geen lichte taak haar wacht. Daarom, lezer; ontmoet gij zulke onbemiddelde vrouwen naast en tegenover u in de trams, waar zij van het geringe bedrag dat haar beursje bevat nog de rit of ritten betalen — veel duurder dan weigestelden, die geabonneerd zijn — ook duurder dan zij die met kaartjes betalen, welke bezuinigingsmaatregelen voor haar onbereikbaar zijn. Ja, voor hun mannen, wie het minder aankracht ontbreekt, die, hoewel vroeger, toch minder bezorgd noch vermoeid de woning verlaten, bestaan vroegritten tot lage prijs, desgewenst ook voor 's avonds terug; maar niet alzo voor de werkvrouw op het uur, dat zij haar woning 's morgens verlaten kan en dus evenmin voor 's avonds, hoezeer zij, die, thuis komend zware zorgen terugvindt, dit ook behoeft. Daarom zal het een daad van billijkheid zijn, dat het tramtarief in zoverre wordt gewijzigd, dat wat de mannen per vroegrit wordt toegestaan, ook aan hun vrouwen of weduwen op een later morgenuur gegund wordt. Meent men geen onderscheid te kunnen maken tussen werk- en andere vrouwen, welnu, gunt de verlichting van uitgaven dan aan alle leden der zwakke kunne! Zij, die 's morgens om half negen de trams gebruiken, behoren tot de werkende leden der maatschappij en wel tot diegenen, wier werk minder ruim betaald wordt. Wie onzer machthebbenden wil een woord spreken voor dit bescheiden recht aan vrouwen? Januari 1906. Een niet-machthebbende.

18-1-1906
Op de Willemsparkweg, bij de Alexander Boersstraat ontstond gistermiddag een botsing tussen een wagen van de tram en een met twee paarden bespannen stenkolenwagen van het Amst. Goederenvervoer. De sichok was zó hevig, dat deze wagen vernield werd en de kolen over de weg verspreid geraakten Maar erger was ‘t, dat de koetsier zeer ernstig verwond werd. In de slagerij van de Heer Leeners binnengedragen, bleek dat hij een wonde aan het hoofd bekomen had. De man was bovendien buiten kennis geraakt. Een ontboden geneesheer achtte ’t raadzaam hem per brancard naar het gasthuis te vervoeren.
De bestuurder van de tram kwam met de schrik vrij. Het voorbalkon van de motorwagen werd zeer beschadigd.
Ten gevolge van het ongeval ondervond het tramverkeer een vrij langdurige vertraging.

19-1-1906
GEMEENTERAAD
Er was in de Gemeenteraadszitting van gisteren een voordracht van B. en W. (……………………..) Het voorstel van de heren Nolting c. s. om de bewoners van de overkant van het IJ vrij te stellen van het betalen van veergeld, is opnieuw aangehouden, thans omdat een voorstel van verdere strekking werd ingediend door de Heer Bijvoet. Deze nl. meende dat het geen zin had om de bepalingen alleen toepasselijk te verklaren voor de bewoners van één der IJ-oevers en wilde daarom in het algemeen kostelooze overvaart en wel te beginnen 1 Januari 1907. B. en W. zullen hierover preadvies uitbrengen.
Een beslissing over de door B. en W. ingediende concept-verordening voor de tram-passagiers is nog niet genomen. De Raad was van oordeel dat in dit concept te veel gereglementeerd werd en vaak op niet zeer gelukkige wijze. De bepaling dat elke passagier verplicht is op de eerste aanmaning van de conducteur naam en adres op te geven; dat niemand eigenmachtig de balkonafsluiting mag openen of signalen geven en meer dergelijke, vond men te kras en toen de Heer Caroli ook op juridische bezwaren wees, welke hij zich bereid verklaarde schriftelijk nader uiteen te zetten, werd, in afwachting daarvan, de gehele zaak aangehouden.

GEMEENTERAAD.
Zitting van Woensdag 17 Januari, 's nam. 1¼ uur.
Ingekomen Stukken o.m.:
Verzoek van de vereniging van conducteurs en wagenbestuurders der Gemeentetram, “Ons Belang”, om het rijdende personeel reeds dit jaar in het genot te stellen van 7 dagen verlof.
De Voorzitter stelt voor op dit adres afwijzend te beschikken. Aldus wordt besloten, nadat de Voorzitter heeft medegedeeld, dat het door B. en W. enigszins gewijzigd Werklieden-Reglement van de Raadscommissie binnen enkele weken verschijnen zal.
…………………………
Vrij vervoer over het IJ.
1105. Voorstel van de Raadsleden Nolting, van den Bergh, van Dijk en Zeehandelaar, om aan de Verordening, regelende het tarief voor het overzetten met de stoompont over het IJ toe te voegen: «Vrijgesteld van het betalen van veergeld zijn de ingezetenen dezer Gemeente, die benoorden het U wonen, mits zij daarvan doen blijken op de wijze, door B. en W. vast te stellen.»
De Heer Nolting meent, dat niet veel nodig is tot toelichting van dit voorstel, dat al meermalen op de agenda is geplaatst. Spr. meent, dat de Raad wel tot stemming kan overgaan. De Heer Bijvoet meent, dat dit voorstel niet ver genoeg gaat. Men moet niet alleen aan de paar honderd passagiers, die aan de overzijde wonen, maar aan alle passagiers vrij vervoer geven. Spreker doet daartoe een voorstel. Dit voorstel wordt gesteld in handen van B. en W. tot preadvies, waarna het voorstel-Nolting c.s. wordt aangehouden.
……………………
Verordening voor de Tram.
1101. Voordracht van B. en W. tot vaststelling van een Verordening betreffende het gebruik maken van de Gemeentetram.
Deze concept-verordening regelt de verhouding tusschen de tramwegonderneming en de door haar vervoerd wordende passagiers. Daarin worden de gevallen opgenoemd, waarin men niet tot de tram wordt toegelaten, de verplichtingen der passagiers omschreven en de handelingen, waarvan zij zich hebben te onthouden, terwijl aan het slot wordt bepaald, dat zij, die in strijd handelen met één of meer bepalingen van deze verordening, na aanmaning door het personeel kunnen worden gedwongen de wagen te verlaten.
Niet toegelaten tot de tramwagen worden personen, die:
a. zich luidruchtig of ongepast gedragen ;
b. zich in kennelijk beschonken toestand, in een ziektetoestand van besmettelijke, aanstekelijke of weerzinwekkende aard, of in een toestand van opvallende onreinheid of slordigheid bevinden;
c. honden of andere levende dieren met zich voeren, of wel voorwerpen, die om hun reuk, omvang, bijzondere aard of vatbaarheid voor zelfontbranding overlast of gevaar kunnen opleveren.
Het is verboden:
1. tegen de uitdrukkelijk verklaarde wil van het trampersoneel op of in een tramwagen te stappen;
2. aan de linkerzijde van de wagen (in de richting van beweging) in of uit te stappen.
De passagiers zijn o. m. verplicht: aan het tram-personeel, daarnaar gevraagd, nauwkeurig hun naam en -adres op te geven; voorts: daartoe uitdrukkelijk door het personeel aangemaand, de wagen onverwijld te verlaten.
Het is de passagier verboden :
binnen een gesloten tramwagen, ook al zijn daar de ruiten neergelaten, te roken of aldaar brandende sigaren, sigaretten of pijpen mede te brengen;
de afsluitingen der balcons of de inrichtingen voor ventilatie van de tramwagens eigenmachtig te openen ;
signalen te geven ;
nodeloos woorden tot de wagenbestuurder te richten of zijn aandacht op andere wijze van zijn dienstverrichtingen af te leiden ;
als geleider van een kind beneden 12 jaar toe te laten, dat dit zonder geleide op een der balkons plaats neemt;
de vloer van de wagen te bespuwen.
Op enkele artikelen zijn door de heren Van Lennep en Scheltema, en Sterck amendementen ingediend.
De Heer Wijnmalen zegt, dat het publiek wel wat al te klein gehouden wordt in deze verordening, waarvan gezegd kan worden, dat haar strekking is : wat het trampersoneel doet is welgedaan. Er wordt te veel in deze Verordening voorgeschreven, zodat zij alle ogenblikken aanleiding zal geven tot processenverbaal en onaangenaamheden.
De Heer Sterck meent, dat dit reglement ook te veel vergt van de conducteurs. Hoe moeten deze constateren, of iemand een besmettelijke ziekte heeft; of wanneer een passagier zelf-ontbrandbare stoffen met zich voert. De doorlopende strekking van dit reglement schijnt wel om de passagiers de tram te doen verlaten. Spr. heeft een amendement ingediend om niet te verbieden het geven van signalen, maar van »onnodige« signalen, 't Kan toch voorkomen, dat men de wagen wil verlaten en dat de conducteur niet bereikbaar is.
De Heer v. Lennep meent ook dat de verordening wat scherp is en vraagt in hoeverre de wethouder kan meegaan met de door hem en de Heer Scheltama ingediende amendementen.
De Heer Tak vraagt, of B. en W. in dit stuk met de Raad een loopje nemen. Leest men dit reglement, dan vraagt men of 't thans in de trams zo’n janboel is dat eindelijk eens moet worden ingegrepen met de sterke arm van B. en W., die wij thans hebben leren kennen. Bovendien ziin vele bepalingen dwaas. Als iemand aan de linkerkant is uitgestapt dan wordt hem verboden verder mede te rijden. Van alle vreemdelingen wordt geëist dat zij dit overdreven reglement zullen kennen. En dan de bepaling dat iemand, die weigert aan de conducteur zijn naam en adres op te geven, de wagen moet verlaten! Wat kan daaruit groeien bij een enigszins onhandige conducteur!
Wat betreft het verbod dat men zelfs geen brandende sigaar in de wagen mag medebrengen, zegt spr. dat de lucht in de wagens toch al zo bedorven is, dat een wolkje van een sigaar een verkwikking is. 't Ware voldoende om in de wagen bordjes te plaatsen met de waarschuwingen dat 't verboden is te roken en te spuwen. Spr. gelooft dat dit «brokje keuromanie» bij ongeluk van uit een ambtenaarsbureau in handen van de Raad is gekomen. Spr. acht 't het beste het reglement maar in te trekken en wat eenvoudiger bepalingen te maken.
De Heer Harmsen. heeft ook de indruk gekregen dat B. en W. de Raad een prettig ogenblik hebben willen bezorgen. De opmerkingen van den Heer Tak zijn nog uit te breiden. Zal 't b. v. aan B. en W. gelukken om alle levende dieren uit de tram te weren ? (Gelach). Spr. erkent, dat er enkele bepalingen moeten zijn, maar geeft toch in overweging dit reglement terug te nemen.
De heer Caroli merkt op, dat de gevaren, waaraan het publiek door dit reglement bloot staat, zeer groot zijn. In art. 3 staat dat ieder, daartoe door de conducteur aangesproken, het voor de rit verschuldigde aan hem moet voldoen. Welnu, zeggt spr., dat art. brengt mede, dat op de overtreder kan worden toegepast een gevangenisstraf van drie maanden. Spr. acht op deze grond deze verordening ongeldig en stelt voor, het reglement te verzenden naar de Commissie voor de Strafverordeningen.
De Weth. Heemskerk zegt, dat de hh. Tak en Harmsen over het reglement op humoristische wijze hebben gesproken, maar dit aanvaardde spr. gaarne als humor, niet als een oordeel. Wat de Heer Caroli betreft vraagt spr. of 't dan diens bedoeling is dat de trambeambten niet bevoegd zullen zijn geld voor de rit te vorderen? Het standpunt van B. en W. in deze is dit geweest: in de regel lopen de zaken in de tram los, maar af en toe is 't onzeker hoever de bevoegdheid van de conducteur mag gaan en daarom zijn deze bepalingen ontworpen, aan de hand van punten, verstrekt door de Directeur van de tram. Spr. zal verder afwachten wat de Raad doen zal met de motie van de Heer Caroli.
De Voorzitter zegt, dat zijn persoonlijke mening was, dat 't b.v. voldoende was geweest met betrekking tot de kwestie van het spuwen een bordje te plaatsen met: »het is verboden te spuwen». Maar die meening werd niet gedeeld ; men meende, dat iemand niet uit de tram mocht worden verwijderd dan op grond van een verordening. In ieder geval gelooft spr. dat niet de omslachtige weg van een »strafverordening« moet gevolgd worden. Nu er juridische bezwaren worden gemaakt door den Heer Caroli, gelooft spr. dat 't het best zou zijn als de Heer Caroli deze nader zal willen ontwikkelen in een door hem in te dienen nota. Nadat de Heer Caroli zich bereid had verklaard zulks te doen en de Heer Heemskerk nog eens had weersproken dat het ingediende ontwerp een proeve was van keuromanie, daar 't alleen de bedoeling heeft een vaste gedragslijn voor de houding der trambeambten vast te stellen, werden de discussies gesloten en de zaak tot nader orde aangehouden,

19-1-1906
INGEZONDEN.
Amsterdam, 17/1 1906.
Geachte Redactie!
Beleefd verzoek ik u het volgende te willen plaatsen. Naar aanleiding van het in uw blad vermelde ongeluk op de Willemsparkweg gevoel ik mij gedrongen mede te delen, dat er verleden week Donderdag eenzelfde ongeval gebeurde op dezelfde plaats. Toen werd er nl. een bestelwagen van het Hollandsche spoor door de tram vernield; de koetsier werd eveneens van de bok geslingerd, maar kwam er gelukkig met de schrik af. 't Verwondert mij sterk, daar er altijd zoveel voor de veiligheid van het publiek opgeofferd wordt, dat die veiligheid met de gemeentetram nog zoveel te wensen overlaat. Zo vliegen de bestuurders maar met volle gang de dwarsstraten voorbij; dit is toch te veel gewaagd. Zo ging 't met die bestelwagen ook; de koetsier had nog tijd genoeg om de lijn over te steken, maar door het dolle rijden van de bestuurder werd de wagen van achteren aangegrepen en vernield. Dit is een teken van schuld voor de bestuurder van de tram, daar 't mij voorkomt dat met zulk praktisch materieel als van de tram spoedig genoeg geremd kan worden. Nu vraag ik u, mijnheer de redacteur, mag een trambestuurder door onoplettendheid het leven van zijn medemens in gevaar brengen? 't Verwondert mij ook sterk dat zulke groote transportmaatschappijen als Amsterdam telt, dit maar lijdelijk aanzien, daar zo dikwijls hun materieel met de tram in aanraking komt. Beleefd dankzeggend voor de plaatsing, uw Abonné.
Indien de inzender eens enige ritten medemaakte naast de wagenbestuurder, zou hij leren inzien welke kalme, bezadigde mannen dit zijn, die met beleid de eisen van voorzichtigheid en snelheid vereenigen. Snelheid is een eis des tijds; zoo de elektrische tram niet snel vervoerde, was 't de moeite niet waard geweest de tram elektrisch te maken. Als op slag hebben volwassenen, kinderen, paarden en honden er zich aan gewend, maar wie nog een stille oppositie blijven voeren, zijn de bestuurders van vrachtwagens, — de goeden niet te na gesproken. Of ze zijn onvoorzichtig en menen nog wel de rails te kunnen oversteken, of ze zijn plaagziek en tergen de wagenbestuurder tot het uiterste. Dat kan iedereen elke dag waarnemen. Wij zeggen niet dat dit hier het geval was; we spreken in het algemeen, gelijk de inzender. Red.

20-1-1906
Ingezonden
Ongelukken.
Geachte Redactie!
Veilig waag ik zeggen, dat uw onderschrift bij het Ingezonden stuk van “Uw Abonné», in uw blad van Donderdag, de algemene opinie weergeeft. De bestuurders van vrachtwagens en karren sarren de trambestuurders geweldig ; dat het aantal botsingen en ongelukken niet groter is, is alleen te danken aan het Jobsgeduld en het grote beleid van het trampersoneel. Op de Ceintuurbaan, Weteringschans, Middellaan enz. — alle brede straten — kan men zich bij herhaling ergeren aan de brutaliteit van dergelijke karrevoerders, die, al is de tram in de onmiddellijke nabijheid, onwillig blijven de rails te verlaten. 't Is, ter voorkoming van verdere ongelukken en van onaangenaamheden voor onze flinke trambestuurders dringend noodzakelijk, dat de autoriteiten paal en perk stellen aan de kuren van die voerlieden. Het geval Alexander Boersstraat laat ik, evenals uw redactie, onbesproken en dus onbeoordeeld.
Hoogachtend,
lemand uit het publiek.

23-1-1906
In het sponsenmagazijn van van de firma Kokkinos, in de Vijzelstraat, brak gisteravond brand uit door onbekende oorzaak, en op een tijdstip, dat er niemand thuis was. (………….) Men kan zich voorstellen, dat de brand, in dit drukke stadsgedeelte en met het oog op de Zondagavond talrijke nieuwsgierigen lokte. 't Was dan ook zwart van de mensohen in de Vijzelstraat, waardoor de tram nog al enige vertraging ondervond.

26-1-1906

De Sneeuw.
De eerste sneeuw van betekenis in deze winter is vandaag gevallen. Omstreeks half acht begon 't. Fijne vlokjes, voortgezwiept door een vrij sterke wind, daalden neer en vormden al binnen korte tijd op sommige gedeelten van de straten en wegen vrij dikke lagen. En naarmate het later werd, viel er hoe langer hoe meer sneeuw, de wind ging liggen, en tegen het middaguur waren overal de straten dik bedekt met het witte winterkleed. De sneeuwval bleek een niet te overkomen last voor de elektrische tram te zijn. Reeds te half tien ongeveer bleven verscheidene trams enderweg steken op gedeelten waar de droge, bevroren sneeuw de rails volkomen bedekt had en door de eerste wagens vast gereden was, waardoor de wielen van de motorwagens geheel geïsoleerd waren, met het gevolg, dat de trams niet verder konden gaan. Toen de wind wat minder heftig was, ging overal de sneeuw vastliggen, en tegen het middaguur was in de hele stad het tramverkeer gestaakt. De tramdienst scheen door de sneeuwbuien onverwachts overvallen te zijn. De elektrische pekelwagens konden evenmin als de motorwagens voort, en de gewone pekelwagens die aan een tram gekoppeld waren, stonden in verschillende gedeelten van de stad óók stil, zonder iets te kunnen uitrichten. Een en ander gaf natuurlijk tot heel wat gepruttel en geklaag aanleiding. Bij de halten, waar men telkens nog verscheidene mensen goedsmoeds op een tram kon zien wachten, hoorde men herhaaldelijk de verzuchting uiten: “Hadden we nu de paarden nog maar"! Soms was 't ook een enigszins vermakelijk gezicht, mensen in een stilstaande tram te zien stijgen, die dan na lang wachten eindelijk weer besloten er uit te gaan, na eerst hun misnoegen te kennen gegeven te hebben aan de bestuurders en conducteurs, die kalmpjes een sigaartje stonden te roken. Door de tramdirectie waren intussen troepen losse arbeiders in dienst genomen, die hard aan de arbeid togen om de sneeuw van de rails te verwijderen, maar dat bleek lang geen gemakkelijk werkje, wijl de sneeiuw bijna muurvast zat en bovendien voetgangers en rijtuigen telkens weer nieuwe sneeuw op de rails brachten. De Haarlemse tram kon ook niet door de stad rijden, maar wel voorbij de Kostverlorenvaart naar Haarlem. Tegen halfdrie was de dienst van de Haarlemse tram weer geheel geregeld. De wagens konden nu van de Kostverlorenvaart doorlopen tot het Spui. Door de Stadsreinigingsdienst werden in de middag vierhonderd losse arbeiders aangenomen om de vaste werklieden bij het opruimingswerk te assisteren. Omstreeks twee uur konden op enkele lijnen de trams weer rijden. De dienst bleef echter uit de aard der zaak ongeregeld. Zo kon men b. v. alle trams, die op de N.-Z. Voorburgwal bij de Dam gestaan hadden, zien vertrekken, maar 't duurde wel ruim een half uur eer er weer eens een aankwam. Op de Dam stond 't vol mensen bij het Commandantshuis, allen geduldige passagiers van de Gemeentetram. Als er zo nu en dan, om het kwartier, een wagen van lijn 9 of 4 arriveerde, werd deze letterlijk bestormd. De weersgesteldheid in de namiddag was van dien aard, dat de sneeuw allengs losser begon te worden en op de rails ontdooide, wat wel, voor de tram tenminste, een geluk te noemen was. Maar goed, dat de brievenbestellers nog niet per tram naar hun wijken vervoerd worden, waarvan sprake is, gelijk men weet.

IJS.
De Linnaeus-IJsclub is er deze keer al heel gauw bij geweest. Reeds vanmorgen, voordat het tramverkeer het tegen de sneeuw had moeten afleggen, verkondigden de metalen signaalplaatjes op de tramwagens, dat de baan in het Linnaeuspark geopend was.

29-1-1906
De directie van de Electrisohe Spoorweg-Maatschappig — in een vorig nummer met de „Haarlemse tram" aangeduid — deelt mede, dat de tijdens de sneeuwval getroffen maatregelen voor het berijdbaar maken van de trambaan afdoende zijn gebleken, zodat geen enkele trein noemenswaardige vertraging in Haarlem ondervond. Dat echter tusschen 11 en 2 uur de dienst aan regelmatigheid te wensen liet, wordt toegeschreven aan de omstandigheid, dat in Amsterdam verscheidene Haarlemse wagens geblokkeerd stonden tussen Amsterdamse tramwagens, welke voor- noch achteruit konden. Bovendien bleef het Amsterdamse tramnet in de middaguren geruime tijd van electrische stroom verstoken. Ten gevolge hiervan waren de Haarlemse trams genoopt aan de Kostverlorenbrug terug te keren, totdat omstreeks half drie de invallende dooi aan de stadsreiniging te Amsterdam te hulp kwam en de geregelde dienst hersteld kon worden.

Postritten.
Met ingang van 1 Februari zullen hier ter stede de brievenbestellers niet meer met de post-omnibussen, doch per tram naar hun wijken gereden worden. Aan de “Maatschappij Amsterdams Goederenvervoer” blijft opgedragen het uitvoeren van de ritten voor de buslichtingen en de postpakketdienst alhier.

2-2-1906
De gemeentetram vervoerde in januari 3,077,736 passagiers en gaf 200,398 vroegritkaarten uit, welke in het eerste cijfer begrepen zijn. Verleden jaar werden in Januari 2,614,478 passagiers vervoerd en 91,987 vroegritkaarten afgegeven.

6-2-1906
De post per tram.
De brievenbestellers worden thans, gelijk we reeds hebben meegedeeld, per elektrische tram naar hun wijken vervoerd. Er rijden nu speciale trams voor de post. De wagen is voorzien van een bord, rood wit en blauw gekleurd, met het woord „post" er op. Alleen de postbeambten mogen van deze trams gebruik maken en zij zullen natuurlijk niet ieder op eigen houtje naar de diverse wijken gaan, wat men misschien allicht gedacht zou kunnen hebben na lezing van het eerstebericht. Het vervoer van de bestellers blijft dus even geregeld als met de omnibussen.

8-2-1906
Ter secretarie zijn ter lezing gelegd: (o.m)
Wijziging Exploitatie-Lijnen en Tarief Gemeentetram.
Door de raadsleden IJzerman, Spakler, Zeehandelaar, Schut en Wiersma is een voorstel bij de Raad ingediend om alsnog een verbetering aan te brengen in de in het vorige jaar vastgestelde exploitatie-lijnen. Het zou hun toch een grote fout toeschijnen, indien niet gezorgd werd voor een doorgaande tramgemeenschap van een zo belangrijk punt als het Leidscheplein met de Dam, de Beurs en het Centraal-station. Daarom menen zij dat het voor de hand ligt, dat lijn 2 (Koninginneweg—Czaar Peterstraat) behoort te lopen over de Dam en het Damrak, in welk geval de overgangen op de Dam voor één tramlijn in gebruik blijven, evenals thans (lijn 2, in plaats van lijn 3). Naar hun gevoelen levert zulk een gebruik van die overgangen, blijkens een voldoend lange ervaring, geen bezwaar op, en kan het trambedrijf hij de hier aangeduide nieuwe richting van lijn 2 slechts winnen. Aan dit laatste twijfelen zij des te minder, omdat bij het volgen van die richting afgezien kan worden van het op de Dam brengen van enige extra-motorwagens in de drukke middaguren, een maatregel, waarvan meermalen sprake is geweest, ten einde de trampassagiers van de W.wijk in die uren met stationerende wagens te gerieven, doch die natuurlijk vrij kostbaar moet zijn. De voorstellers wijzen er op, dat het wenselijk is, een besluit in de door hen gewenste zin spoedig te nemen, omdat anders kans zou bestaan, dat de lijnregeling, die bij de eerlang te verwachten voltooiing der lijn over de N. Z. Voorburgwal zal worden ingevoerd, spoedig weer zal moeten worden gewijzigd.

10-2-1906
Met ingang van Maandag 12 Februari e.k. zullen de vroegritten van beide eindpunten der tramlijnen gelijktijdig beginnen, met andere woorden, die ritten zullen in afwijking van thans, ook op het aanvangsuur (6 uur, na 1 April 5 uur) beginnen:
op lijn 1 van de Dam;
op lijn 3 van het Stationsplein (C.-S);
op lijn 4 van de Prins Hendrikkade (later IJveer);
op lijn 9 van het Stationsplein;
op lijn 11 van het Centraalstation.

Door het breken van de as van een beladen vrachtwagen heeft het tramverkeer op de Zeeburgerdijk ruim een half uur vertraging ondervonden.

12-2-1906
De Sneeuw. — Er is weer heel wat sneeuw losgekomen, en er valt nog steeds meetr. Gelukkig is thans nergens storing in het tramverkeer geweest. De rails, reeds vóór de aanvang van de dienst flink gepekeld, werden voortdurend in de loop van de dag nat gehouden en geveegd, zodat de trams ongestoord konden rijden. En onze paardentrammetjes op Kattenburg en de Haarlemmerweg houden zich ook flink en lachen Rotterdam hartelijk uit.

14-2-1906
Inde Raadhuisstraat brak vanmiddag een der wielen van een „mallejan", waarmee heipalen vervoerd werden. Het ongeval gebeurde juist op de tramrails. Zowel wagens van de Gemeentetram, als van de Electrische Sooorweg-Mij. ondervonden enige vertraging.

14-2-1906
Lijn 5.
Amsterdam, 13 Febr. 1906.
Geachte Heer Redacteur.
1°. Waarom moet op lijn 5 om de 12 minuten een wagen vertrekken, terwijl op de andere lijnen om de 8 minuten gereden wordt?
2°. Waarom is de elektrische klok, welke 't sein om te vertrekken aangeeft, 3 minuten achter bij de andere? Mensen, die 's morgens om 6½ uur hun arbeid moeten aanvangen, komen door die drie minuten te laat op hun werk ; mensen die, als de klok niet achter was, van lijn 1 konden gebruik maken, waarvan de wagen, waarmede zij naar hun werk gaan, om 6½ uur van de Dam vertrekt, kunnen nu er naar kijken, maar.... instappen niet.
Maar op 't verdere van de dag gaat 't al even slecht; wachten op wagens uit de ene of andere richting kost de passagiers 10 à 15 minuten; waardoor zij die met de trein mee willen dikwijls te laat komen. Zou nu in deze slechte toestand èn voor de passagiers, maar ook voor de financiën der tramkas, geen verbetering kunnen gebracht worden? Bijv. op de volgende manier. Wanneer men in de Haarlemmerstraat, tusschen Heerenmarkt en Brouwerstraat een wissel maakte met seinlicht en als op de Haarlemmerdijk, tusschen Oranjestraat en Dommerstraat ook een wissel werd gelegd. Door dat te maken zou men op elke straat ook nog 1 stopplaats minder kunnen krijgen, waardoor de snelheid van verkeer zeker gebaat zou zijn, en zou kunnen meewerken tot een betere toestand op lijn 5.
Dan zij aan de directie ook nog in overweging gegeven om bij de laatste motorwagens bijwagens te voegen, want jl. Zondag konden niet alle passagiers, die op de Dam en bij de haltes op het Damrak stonden te wachten, worden opgenomen.
Een passagier.

19-2-1906
GEMEENTERAAD.
De leden van de Gemeenteraad zijn bijeengeroepen tot het houden van een openbare vergadering op Woensdag 21 dezer, ‘s middags te 1¼ uur en, zo nodig, ‘s avonds, ter behandeling van (o.m.) de volgende onderwerpen:
— 145. Voordracht van B. en W. tot verkoop van een strook Gemeentegtond, behorende bij het tramgebouw aan de Willemsparkweg;
— 131. Voorstel van de Raadsleden IJzerman c.s. om het besluit, waarbij de exploitatielijnen der Gemeentetram zijn vastgesteld, zodanig te wijzigen, dat onder lijn 2, in plaats van: N.-Z. Voorburgwal wordt gelezen: Dam.

23-2-1906
De vereniging “'t Koggeschip", ter bevordering van Amsterdamse belangen in het algemeen en van het vreemdelingenverkeer in het bijzonder heeft verzocht om het plaatsen van tramwachthuisjes op het Stationsplein;

Gemeenteraad, zitting van 21 februari
Verkoop van grond. 145. Voordracht van B. en W., om aan de eigenares van het perceel, kadastraal bekend als Sectie T, No. 529, tegen de prijs van ƒ 10 per M2 te verkopen een strook gemeentegrond, behorende bij het tramgebouw aan de Willemsparkweg. Goedgekeurd.

Ingezonden
Tramcontrôle
Enige dagen geleden nam ik een overstapkaartje op lijn 2, ontving dit, zonder nauwkeurig te inspecteren of het geperforeerde strookje er ongeschonden aan bevestigd was (wat later bleek niet het geval te zijn geweest) en overhandig dit bij de volgende rit aan de conducteur. Deze weigerde het kaartje in ontvangst te nemen, ofschoon het nummer op beide delen hetzelfde was, de datum was doorgehaald en er dus onmogelijk misbruik van gemaakt kon worden, noch misbruik van gemaakt was. Ik was genoodzaakt een nieuw biljet te nemen, omdat de conducteur zelf het bijbehorende strookje niet had afgescheurd. Het publiek wordt aanbevolen alvorens de kaartjes te accepteren deze zelf goed te controleren, om voor teleurstellingen, als bovengenoemde, gevrijwaard te worden. U, M. de R., dankend voor de plaatsruimte, B.

28-2-1906
Door het breken van een der wielen van een met stenen beladen wagen, ondervond het tramverkeer in de Linnaeusstraat 25 minuten vertraging.

3-3-1906

Gemeente-Tram. Van 1 Jan. van dit jaar tot 28 Febr. werden vervoerd 5.902.552 passagiers en uitgegeven 407.074 vroegrit-retöurkaarten. Deze cijfers waren voor hetzelfde tijdvak van 1905 resp. 5.074.956 en 184.162.

5-3-1906
AUTOMOBIELEN.
De firma Verwey en Lugard maakt wel een leuke reclame met haar «Fiat» automobiel-vrachtwagen. Het geweldige rijtuig had dezer dagen al zo’n bekijks, toen er een zestal paarden mee door de stad vervoerd werd, maar vandaag nog veel meer. Nu had men, dank zij de welwillende medewerking van de directie der gemeentetram, een oud-model tramwagen ten gebruike gekregen, welke bak, zonder de wielen natuurlijk, op het onderstel van de automobiel-vrachtwagen geplaatst, thans als extra modern vervoermiddel dienst deed. De wagen vol passagiers, de «Minister van Sport» op de bok, alles tezamen een heel gewicht, hield er op zijn rit door de stad een aardige vaart in en bleek bijzonder nauwkeurig bestuurbaar te zijn. Het plan bestaat met deze wagen dagelijks ritten door de stad te maken. Kaartjes daarvoor zullen gratis op de Tentoonstelling in het Paleis voor Volksvlijt worden verstrekt.

9-3-1906
Gemeenteraad,
Zitting van 7 maart.
Agenda
aan de orde: Lijn 2.
131. Voorstel van de raadsleden IJzerman, Spakler, Zeehandelaar, Schut en Wiersma, om het besluit, waarbij de exploitatielijnen der gemeentetram zijn vastgesteld, zodanig te wijzigen, dat onder lijn 2, inplaats van: N. Z. Voorburgwal, wordt gelezen: Dam. Hierbij worden behandeld de verschillende naar aanleiding van dit voorstel ingekomen adressen. Het voorstel-IJzerman werd verworpen met 28 tegen 12 stemmen. Daarop trok de Heer Blooker zijn voorstel in. Het voorstel-J. Polak werd verworpen met 38 tegen 2 stemmen, zoodat, ingevolge vroeger Raadsbesluit, de lijnen 2 en 3 langs den N. Z. Voorburgwal zullen rijden.

2-7-1906
Gemeentetram.
Het aantal vervoerde passagiers bedroeg van 1 Januari tot en met 30 Juni 1906 19,274,261, onder welke 1,593,011 passagiers met vroegriten vroegritretourkaarten. Over hetzelfde tijdvak in 1905 werden vervoerd 17,103,611 passagiers, onder welke 679,738 met yroegrit- en vroegritretourkaarten.

Gemeentetram.
Zondag a.s. houdt het overstappen op het Leidscheplein voor dö tramlijnen 7 en 10 weer op. Eerst na een aantal weken zal dan voor de tweede maal een tijdvak van, overstappen voorkomen.

Storm en Onweer
Bij het onweer gistermiddag heeft 't er even duchtig op los gestormd. In de Plantage Kerklaan woei een zware boom om, waardoor tevens een elektrische geleidedraad van de tram knapte. Gelukkig gebeurden er geen ongelukken door.

Het Amsterdamse meisje E. S., die enige weken geleden op haar rijwiel door de elektrische tram naar Haarlem bij Sloterdijk werd aangereden, en die toen in het gasthuis te Haarlem werd opgenomen, is thans langzaam herstellende.

6-7-1906
Ingezonden
Onze tram.
Er lopen m. i. veel te weinig open wagens, en, naar het mij voorkomt, minder dan in vroeger jaren. Het is mij dezer dagen herhaaldelijk voorgekomen, dat ik met deze heerlijke zomeravonden met huisgenoten een frisch ritje naar Amstelboorden of elders wenste te maken, maar er liever van af zag om van de tram gebruik te maken, dan in zon dichte wagen gestoofd te worden. Want het kan daarbinnen warm zijn! Op de Dam was na achten noch op lijn 1, noch op lijn 4 of 5 een open wagen te bespeuren, alleen lijn 9 had soms de bekende volgwagen, die dan ook steeds vol was, Als, zoals waarschijnlijk is, duizenden met mij om deze reden het gebruik der tram nalaten, zou dit dan niet in het nadeel der onderneming wezen, waarvan wij Amsterdammers als het ware persoonlijk aandeelhouders zijn? Dat dit argument sterker moge spreken dan het gerief van het publiek, waarom de tramdirectie zich, in dit opzicht, al bijzonder weinig schijnt te bekommeren. X.

Uit het Politierapport.
Een 14-jarige jongen, die achter op een tramvragen was geklommen is aan het Weteringplantsoen door een tram. welke van de tegenovergestelde richting kwam, gegrepen. De knaap die hierdoor achterover op straat viel is in bewusteloze toestand naar het Binnen-Gasthuis vervoerd en aldaar opgenomen.

11-7-1906
Goedkooper tramvervoer voor schoolkinderen.
Op 23 Mei verzocht het bestuur van de afd. Amsterdam van de Bond v. Ned. Onderwijzers aan B. en W. om schoolkinderen en geleiders bij het doen van leertochten gratis met de gemeentetram te vervoeren, of, zoo dat niet mocht gaan, het tarief te verlagen en kaartjes aan de scholen in depot te geven.
Op dit verzoek is thans in zooverre gunstig beschikt, dat het tarief van 3 en een kwart cent teruggebracht is op 2 en een halve cent, en dat aan de scholen kaartjes voor het vervoer in voorraad zullen worden verstrekt.

Gemeenteraad, zitting van 11 juli.
Tram Amsterdam—Utrecht.
Adres van het Technisch Bureau L. A. Zürcher & Co. te 's-Gravenhage, waarin — onder mededeling, dat concessie is aangevraagd voor het aanleggen en exploiteren van een elektrische tramlijn tussen Amsterdam en Utrecht — wordt verzocht: 1. vergunning te verlenen tot het leggen van spoorstaven in en langs de Weesperzijde, de Sarphatistraat enz. tot bij het Leidscheplein, voor zoverre daar door de Gemeente zelf geen spoorstaven zijn of worden gelegd, en 2. tegen nader overeen te komen voorwaarden mede-exploitatie toe te staan op de lijnen van het net der Gemeentetram langs de wegen sub 1. genoemd. In de volgende vergadering zal een voorstel worden gedaan.

12-7-1906
Ingezonden
Gemeentetram
Velen zullen met genoegen bemerkt hebben, dat sinds Maandag j.l. ook op de lijnen 5 en 11 open wagens rijden en dat op de laatste lijn de dienst aanmerkelijk verbeterd is. De wagens rijden daar nu om de 3 à 4 minuten. Zo dikwijls bereiken uw Redactie klachten over gemeentebedrijven ; nu er niet te klagen valt, maar te prijzen, mag dat zeker niet worden nagelaten. De directie van de Gemeentetram verdient voor de belangrijke verbeteringen op beide lijnen de dank van allen, die daarop aangedrongen hebben. Hoogachtend, X.

Gemeentetram.
De tramwagens van lijn 3 nemen voorlopig, met ingang van 12 dezer, de standplaats in onder de kap van het station W.P. ; ongeveer over een maand zullen zij vermoedelijk deze standplaats weer verlaten om door te rijden langs de Andrieszkade en Sarphatistraat tot nabij het Alexanderplein. Zondag 15 juli a.s. (bedevaart Isr. begraafplaats Zeeburg) worden maatregelen genomen voor extravervoer op de lijnen 9 en 6.

12-7-1906
Gemeenteraad, zitting van woensdag 11 juli
Natuurkundig Laboratorium.
Voordr. van B. en W. om hun een krediet te verlenen tot een bedrag van ten f 20,000 ter bestrijding der kosten van een gepantserd instrumentarium ten behoeve van het Natuurkundig laboratorium. Deze verbetering is nodig, aangezien door tramgeleiding bij de Kerklaan de instrumenten in het laboratorium storing ondervinden.
De heer SUTORIUS vraagt of bet wel verstandig is deze som beschikbaar te stellen onder deze omstandigheden, waar de hoogleraar Van der Waals de verbetering door aannemen van deze voordracht toch onvoldoende noemt. De heer VLIEGEN heeft ook uit de stukken indruk gekregen dat de verbetering toch onvoldoende zijn zal. Spr. vraagt of ook overwogen is de gehele verplaatsing van het laboratorium en het tegenwoordige gebouw een andere bestemming te geven. Laboratorium en tram zijn slechte buren, die niet bij elkaar horen. De heer POLAK is evenmin met de oplossing tevreden. Kan men geen verbetering krijgen door de weg van lijn 10 te veranderen. Die lijn maakt toch een nodelooze omweg. Men heeft geargumenteerd dat die lijn van belang is voor „Artis", maar de tram gaat ook niet precies langs andere grote instellingen, b.v. niet langs het Rijksmuseum. Het is overdreven dit argument te doen gelden en in de Middenlaan kan lijn 10 worden gemist. Men kan lijn 10 geheel door de Sarphatistraat leiden en daardoor het fysisch laboratorium ten goede komen; door deze voordracht zal men misschien de vagabonderende stromen enigszins verminderen, doch zeker niet de trillingen van de tramwagend over de brug gaande ondervangen. Tegenover een wereld-specialist als prof. v. d. Waals is men meer afdoende middelen verplicht. De wethouder VAN HALL zegt dat de tegenwoordige toestand niet kan duren. Hij constateert dat prof. v. d. Waals de bouw van een nieuwe brug verder van het laboratorium, of bouwen van een afzonderlijk voor de gevoelige instrumenten met B. en W. te kostbaar achtte. Te kostbaar is ook het verplaatsen van het laboratorium en gesteld, men zou lijn 10 verleggen, dan is nog de vraag of lijn 9 de stoornis zou geven. Met het gepantserd instrumentarium is niet alles verholpen, doch als een man als prof. v. d. Waals er zich bij neerlegt, dan bewijst zulks in elk geval dat het onder deze jmstandigheden het beste is. De heer POLAK constateert dat men staat voor het begin der vakantie en voor een spoedig in gebruik nemen van de lijn langs de Sarphatistraat. Laat men daar lijn 10 enige tijd door laten lopen. Blijkt dan nog dat lijn 9 de stoornis geeft, dan zal spr. gaarne voor deze voordracht stemmen. De heer HARMSEN staat geheel op het standpunt van de heer Polak, te meer omdat 10 haar onvoordeeligste gedeelte heeft tussen het Kinderziekenhuis en de Muiderpoort. Laat men dus het advies van de heer Polak volgen.
De VOORZITTER begrijpt het bezwaar tegen de voordracht, maar het staat vast dat het verleggen van lijn 10 op de exploitatie een belangrijke invloed zal hebben. De heer POLAK stelt voor de voordracht aan te houden tot zal gebleken zijn of door het doortrekken van lijn 10 de storing in het laboratorium ophoudt. De heer WIERSMA zegt dat de kwestie van lijn 10 in de commissie voor de bedrijven herhaaldelijk besproken is. Verleggen van deze „historische” lijn, de oudste, zal voor de financiële exploitatie der tram grote nadeelen hebben. Pre-advies op dit voorstel is hoog nodig. De VOORZITTER adviseert de zaak aan te houden, dan kan de directeur van de tram zijn gemotiveerd advies over hot voorstel geven. Aldus wordt besloten.

13-7-1906
INGEZONDEN STUKKEN.
Gemeentetram.
Aan de Redactie.
Hoewel er reeds zeer vele, ja bijna ontelbare artikelen geschreven zijn over de gemeente-tram, meen ik toch, dat het volgende wel van dienst is, onder ogen van autoriteiten gebracht te worden. Zondagavond met lijn 10 medegaande, werd in. mijn bijzijn een conducteur een bankbiljet van f 25 aangeboden om f 0.07½ (zegge zeven en een halve cent) af te houden, met het gezegde „het spijt me, ik heb niet anders".
De conducteur kon het niet wisselen, waarvan het gevolg was, dat bewuste heer tot de plaats van bestemming meereed zonder betaald te hebben.
Hiertegen staat de conducteur machteloos en daar het nu niet de eerste maal is, dat zulks op diezelfde lijn in mijn bijzijn gebeurt, zou men tot de gevolgtrekking moeten komen of wellicht sommige passagiers het er om te doen is, op die wijze gratis van de tram gebruik te maken. (Op andere lijnen zal het, dunkt mij, ook wel gebeuren.)
Een kleine onaangenaamheid, waarvan de conducteur enige ogenblikken de dupe werd, ook al het gevolg van vorengenoemde, zal ik achterwege laten, daar de niet-betalende gratis-mederijdende passagier intijds zijne excuses aanbood.
Zou het daarom niet wenselijk zijn, dat de conducteurs van geen hoger bedrag behoeven terug te geven dan f 2.50 en komt men dan toch met een groter bedrag om af te houden, zodat de conducteurs niet terug kunnen geven, laten zij dan eenvoudig de bewuste passagier aan de eerstvolgende halte verzoeken uit te stappen.
Men kan toch moeilijk vergen, dat de gemeente Amsterdam een extra bedrag in reserve houdt om de conducteurs ten gerieve van het publiek als geldwisselaars te laten fungeren.
Daarbij komt nog, dat de conducteurs met het trajecten-stelsel toch reeds genoeg aan 't hoofd hebben om geen boeten te belopen, nog daargelaten de massa regelen, waaraan zij zich te houden hebben.
Zooeven vernam ik nog van een mijner kennissen, dikwijls van lijn 4 gebruik makende, dat hij eveneens hetzelfde misbruik meer dan eens bijgewoond heeft. Een reden te meer om er spoedig een afdoenden maatregel tegen te nemen.
U beleefd dankzeggend voor de plaatsruimte, Hoogachtend, Uw. dw. dr. C. J. v. O.
[Naar aanleiding van dit schrijven hebben wij bij de directie der gemeentetram inlichtingen ingewonnen. Ons werd verzekerd, dat de conducteurs in opdracht hebben de passagiers, die slechts groot geld in betaling kunnen geven, zooveel mogelijk te helpen en alleen in het uiterste geval tot uitzetting uit de tram over te gaan. Kunnen de conducteurs het bedrag niet wisselen en zijn de passagiers stadgenoten, dan kunnen ze deze hun kaartje verzoeken en dit bij de directie inleveren, die dan wel zorgt dat het verschuldigde voor het afgelegde traject wordt geïnd. ls de passagier geen stadgenoot, dan wordt het geval moeilijker. Ook komt het voor, dat de conducteurs mensen, die ze kennen en die op een gegeven ogenblik slechts groot geld bij zich hebben, op eigen risico laten mederijden. Daar echter in zulke gevallen de conducteurs wel eens de dupe van de geschiedenis werden, zijn velen daar begrijpelijkerwijze voorzichtig mee. Het bepalen van een maximum-bedrag waarvan niet behoeft te worden teruggegeven, is in de praktijk ondoenlijk, daar de conducteur nu eens vee! pasmunt of groot geld heeft, om op het andere ogenblik daarvan geheel en al verstoken te zijn, al naar gelang van de omstandigheden. Het beste dus is, dat de passagiers zelf zorgen, voldoende van klein geld voorzien te zijn. Red.]

Uit het Politierapport.
In de Bilderdijkstraat bij de Potgieterstraat is een montagewagen van de Gemeentetram bij het keren omgevallen. Persoonlijke ongelukken hadden (….) niet plaats.

16-7-1906
(Rembrandtfeesten) Op het Rembrandtplein was de drukte wel het grootst. De koffiehuizen, zo aan de levendige als aan de stille zijde, waren overvol, uit de bovenverdiepingen staken de bovenlijven in bosjes, tot zelfs de daken waren bezet. Op de trottoirs tot kort voor de tramlijnen in drommen opeengepakt de menschen van wie velen te acht uur er al stonden. Boven hun hoofden de verlichte, dicht bezette ramen, daarboven weer een lichtende kroon van het café „De- Kroon", een rode en groene bloemtak aan de „Nieuwe Karseboom", slingers en lichtjes elders. Het tramverkeer werd te negen uur gestaakt, het verkeer te voet was een half uur te voren reeds gestremd en op het afgezette terrein werden alleen nog zij toegelaten, die een kaart hadden voor het Rembrandtplantsoen, dat van publiek geheel was vrijgehouden. Middenin troonde Rembrandt, van tijd tot tijd gezet in een star wit zoeklicht van de overzijde. Geleid door de hoofdinspecteur van politie, de heer Van Prooyen, zette de optocht zich precies te half tien van „Eensgezindheid" in beweging.

17-7-1906
B. en W. brengen ter kennis, dat, met intrekking van hetgeen te dezer zake is voorgeschreven in de kennisgeving van 6 November 1903 door hen, krachtens art. 116, 2. der Politieverordening, in hun vergadering van 13 Juli 1906 is bepaald, dat met motorrijtuigen en rijwielen niet bereden mogen worden: a. de door een bomenreeks begrensde trambaan langs de Weteringschans, van de straat, genaamd 1e Weteringplantsoen, tot aan de Nieuwe Vijzelstraat en van de Nieuwe Vijzelstraat tot aan de straat genaamd 2e Weteringplantsoen; b. de verhoogde trambaan langs de Singel tussen de brug voor het Koningsplein en de Luthersche kerk.

18-7-1906
Tramverkeer tijdens de Rembrandfeesten.
Dat het verkeer op onze tram gedurende de drie feestdagen die achter ons liggen buitengewoon is geweest, blijkt wel uit de volgende cijfers. Zondag werden vervoerd 147,984 passagiers, Maandag bedroeg dit aantal 187,538, Dinsdag 165,947, totaal dus 501,469.

19-7-1906

Uit het Politierapport.
Het officiële politie-rapport meldt: In de Raadhuisstraat had gisteren een aanrijding plaats tussen de Haarlemse tram en een vigilante, waardoor het lemoen van laatstbedoeld voertuig brak.

Overreden.
In de Rapenburgerstraat werd gistermiddag door de tram een kind overreden, gelukkig zonder ernstig letsel te bekomen. De wagenbestuurder had aan het ongeval geen schuld, doch was door de schrik niet in staat heden verder dienst te doen.

Aangereden.
Nabij het Westelijk viaduct van het Centraal Station is gisteren een open rijtuig door de elektrische tram aangereden. Het reed over cle balansbrug nabij de Schreierstoren onmiddellijk voor de wagen van lijn 2 uit, en werd, vermoedelijk doordat de koetsior zijn draai te kort nam, door de tramwagen van achteren aangereden. Het rijtuig werd geheel verbrijzeld; gelukkig kregen noch de vier inzittenden, noch koetsier of paard letsel. Het balkon van de tram werd een weinig ingedrukt. Het verkeer was ten gevolge van het ongeval enige tijd gestremd.

20-7-1906
Levensgevaar voor Schoolkinderen.
Nu de westelijke toegang tot het centrum der hoofdstad, de Haarlemmerdijk en Haarlemmerstraat, voor wielrijders gesloten wordt, en voor auto's gesloten blijft, is dientengevolge de Brouwersgracht tot „Hoofdverkeersweg" voor deze voertuigen geproclameerd. Voor de honderden bewoners van het Haarlemmerpoortkwartier, die dagelijks per fiets naar kantoor of werkplaats gaan en de vele toeristen, die per fiets of auto van Haarlem of Zaandam komen toch, is er geen andere weg om het centrum der stad te bereiken. Op deze smalle gracht nu bevindt zich onmiddellijk naast een remise der gemeentetram, waar bijna den gehele dag tramwagens in- en uitrijden, een Christelijke school, zodat bij het begin en einde der schooluren, op dit punt honderden kinderen spelen, en de wielrijders en auto's dus tusschen de tramwagens en de spelende kinderen moeten manoeuvreren; het gevolg hiervan voor de kinderen kan men zich denken. Ook op de hoek der Willemstraat en Brouwersgracht speelt op die uren een groot aantal kinderen, daar ook hier een 2e klasse school is, zodat ook dit drukke verkeerspunt een groot gevaar, zowel voor de daar spelende kinderen als voor de wielrijders, oplevert. Voor de veiligheid der kinderen is het weer te wenschen, dat B. en W, op die uren zelf eens een kijkje op die gracht gaan nemen en zodoende tot de overtuiging komen, dat het voor de veiligheid heel wat wenselijker is, de enige flinke verkeersweg van het westelijk gedeelte der stad naar het centrum voor het verkeer met deze voertuigen open te laten, dan het leven van zovele kinderen te riskeren.
EEN KINDERVRIEND.

22-7-1906
lemand die op een motorrijwiel reed, is op de brug over de Prinsengracht voor de Rozengracht in botsing gekomen met een tramwagen. De man bekwam een lichte wond aan een der benen. Zijn rijwiel raakte geheel defect.

23-7-1906
Ongeluk met de tram.
Zaterdagavond, ongeveer 12 uur, geraakte op de Blauwbrug een heer onder de bijwagen van de motorwagen van lijn 9, waarbij zijn rechterhand verbrijzeld werd. Een der in de tram zittende passagiers bond wegens het hevig bloeden, de verwonde arm af en liet den patient naar een apotheek dragen, waar spoedig een politieagent kwam, die op uitnemende wijze een snelverband legde en de gewonde toen per brancard naar het Israelietisch ziekenhuis liet vervoeren.

25-7-1906

Physisch Laboratorlum.
Gemeenteraad, zitting van woensdag 25 juli
Voortzetting der behandeling van : No.658. Voordr. van B. en W. om hun een krediet te verlenen tot een bedrag van ten hoogste f 20,000 ter bestrijding der kosten van een gepantserd instrumentarium ten behoeve van het Natuurkundig laboratorium.
De heer VLIEGEN bespreekt het rapport van de directeur van de gementetram over het voorstel van Jac. Polak tot verlegging van lijn 10. In dit rapport wordt de vrees uitgesproken dat de tram f 50,000 minder zal opbrengen door de verlegging, maar daarbij veronderstelt de directeur dat alle passagiers die nu aan de te verdwijnen halten uitstappen, zullen ophouden van de lijn gebruik te maken. Aangezien deze redenering niet juist is, behoeft men zich door die f 50,000 dus niet zo bijzonder te laten afschrikken. Waar de voorgestelde maatregel niet afdoende is en wij spoedig een nieuwe hoogleraar in de natuurkunde zullen krijgen, waar bovendien het overweging zou verdienen te onderzoeken of het wil, ter ontlasting van lijn 10, lijn 7 te leiden langs Artis, stelt spr. voor de zaak aan te houden en het oordeel aan de directeur der tram te vragen over zijn tramdenkbeeld. Wethouder HEEMSKERK dringt er op aan de voordracht van B. en W. maar vast aan te nemen. Men heeft hier niet te spreken over een tramvoordracht, gelijk men schijnt te menen, maar over het gepantserd instrumentarium. Het is van belang dat het onderwijs wordt geholpen en dit kan het goedkoopst geschieden door aanneming van de voordracht. Verder bestrijdt spr. nog de verplaatsing van lijn 10 met cijfers omtrent het te duchten verlies. Spr. deelt mede dat door de directeur der tram toch reeds wordt overwogen verlenging van sommige lijnen en B. en W. van zijn plannen daaromtrent in kennis heeft gesteld. Deze plannen zullen door B. en W. zeer zeker spoedig worden overwogen; daarom en dewijl ook geen gemakkelijke of betere oplossing is te vinden acht spr. het 't beste de voordracht aan te nemen. (De zitting duurt voort.)

Adres van het Technisch Bureau L. A. Zürcher & Co. te 's-Gravenhage, waarin — onder mededeeling, dat concessie is aangevraagd voor het aanlegten en exploiteren van een eelektrische tramlijn tussen Amsterdam en Utrecht — wordt verzocht: 1. vergunning te verlenen tot het leggen van spoorstaven in en langs de Weesperzjjde, de Sarphatistraat enz. tot bij het Leidscheplein, voor zoverre daar door de gemeente zelf geen spoorstaven zijn of worden gelegd, en 2. tegen nader overeen to komen voorw-arden mede-exploitatie toe te staan op de lijnen van het net der Gemeentetram langs de wegen sub 1. Gesteld in handen van B. en W. om praeadvies.

Adres van het bestuur van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap „Natura Artis Magistra", houdende verzoek de loop van tramlijn 10 niet te wijzigen, subsidiair zodanige maatregelen te treffen, dat het Genootschap niet verstoken blijft van een directe tramverbinding met het westelijk en zuidelijk stadsgedeelte. Te behandelen bij het desbetreffende punt van de agenda.

De Electrische Tram en het Physisch Laboratorium.
Geachte Redactie!
Ik kom tot U met een verzoek om inlichting. Wie bovenstaande kwestie gevolgd heeft, weet, dat men na minstens drie jaar zoeken de volgende middelen heeft bedacht om op te heffen de hinder van de elektrische tram bij elektrische en magnetische metingen: I°. Een nieuwe brug. 2°. Doorrijden Sarphatistraat, zonder Artis aan te doen. 3°. Het geheele laboratorium verplaatsen. 4°. Een gepantserd instrumentarium van f 20,000. Gepantserd wil zeggen, dat er om het instrument, of delen er van, week ijzer gebracht is ; maar van het allerbeste, dat de firma Krupp vervaardigen kan. Door dit te doen, hebben magnetische storingen geen invloed op wat daarbinnen is, en dit middel wordt dan ook als het beste aanbevolen. Toch zal hierdoor slechts een verbetering, geen «goede« toestand worden verkregen, en de Raad heeft in zijn jongste zitting de zaak opnieuw verdaagd tot a.s. Woensdag. Men verkeert dus min of meer in een «impasse», en ofschoon ƒ 20,000 met het oog op de wetenschap voor een stad als Amsterdam misschien een kleinigheid is, verbaas ik mij dat niet beproefd wordt een middel, dat ik bij verschillende gelegenheden, zelfs nog onlangs, aanbeval, mij daarbij beroepende op Faraday, die toch door een der aan het Laboratorium verbonden hoogleraren nog pas zes jaar geleden «de grootste experimentator dezer (19e) eeuw» genoemd werd. Daar dit mijn beroep niet heeft gebaat, en F's profetie de stem is van een roepende in de woestijn, zou ik het nog eens willen beproeven met het getuigenis van Sir William Siemens, die in 1874 de transatlantische kabel legde, en aan boord van zijn schip, de »Faraday«, een eenvoudig eigengemaakt toestelletje bezigde voor het meten van de weerstand van zijn kabels.
Dat toestelletje was gebaseerd op het door Faraday zonder enig noemenswaard voorbehoud aanbevolen beginsel van waterontleding, en Siemens getuigt, dat hij het met het meeste succes bezigde (— geeft er tabellen met cijfers bij —) omdat het, in tegenstelling met de toen gebruikelijke instrumenten, helemaal niet geïnfluenceerd werd door de bewegingen van het schip of van “its revolving mass of irons”. Men vindt het in het Journal of Telegraph Engeneers 1874 — ik kan thans niet naslaan de woorden die ik citeren wilde.
Wat hapert er dan aan dit toestel, de waterstofvoltameter?
Wie zal beweren dat magnetische of andere werkingen er invloed op hebben? Wie, dat de accuratesse onvoldoende is? Wie, dat het toestel of liever het beginsel, slechts deugt voor een bepaalde stroornsterkte? Wie, dat het toestel te duur is ? Wie, dat het te goedkoop is om goed te kunnen wezen?
Dan nog iets. De tram stoort 1°. verschijnselen en en 2°. de instrumenten waarmee ze gemeten worden. Zoover ik weet!! is voornamelijk het tweede punt aan de orde en dan zou ik zeggen dat de waterstofvoltameter het voordeel heeft van het gestoorde verschijnsel te »integreren«, dat is, het in zijne positieve en negatieve slingeringen na te gaan en ons een gemiddelde te geven als we het wensen. Want we kunnen er even goed stroomstoten, variabele, wisselstromen mee meten als continue stromen — ik hoop het in vroegere publicaties bewezen te hebben. Mijne opinie is dus, dat op deze basis voortgebouwd — dat ze althans ernstig beproefd moet worden ; dat de waterstofvoltameter van Faraday nogmaals »a fair chance« moet worden gegeven. Maar mocht nu aan het aanbevolen middel wederom geen aandacht worden gegeven, zou u mij dan ook kunnen inlichten wat de fout is in mijn redenering? Tot nog toe zie ik slechts één fout die mogelijk is, en dat zou zijn dat ik de mode een te geringe kracht heb toegekend. Doch om redenen van mode” geen nota te nemen van de éénige woorden, die Faraday kleinkapitaal het drukken in zijn Experimental Researches — daarmede zou de wetenschap zich erger declineren dan het Faraday's naam kan schaden.
Uw abonnee, Dr. H. A. Naber.

26-7-1906
Gemeenteraad, zitting van woensdag 25 juli (Vervolg.)
Physisch Laboratorium.
Wethouder VAN HALL komt op tegen de mening dat de voordracht zou moeten worden aangehouden op grond dat prof. v. d. Waals spoedig de leeftijdsgrens bereikt; nam men dezen grond aan, dan zou men aan hoogleraren die een zekeren leeftijd hebben bereikt, alles moeten weigeren wat zij in het belang van het onderwijs vragen. Nu prof. v. d. Waals genoegen neemt met de oplossing en deze vraagt in het belang van het onderwijs, moet men de voordracht aannemen.
De heer SUTORIUS heeft bezwaar tegen de uitgaaf van f 20,000, juist omdat de hoogleeraar de oplossing niet bevredigend acht, maar slechts als noodhulp beschouwt. Voor het door de directeur der tram gegeven cijfer van verlies is geen enkele logische grond. Weliswaar heeft men hem een raadsel opgegeven dat niet op te lossen is, omdat alle factoren onbekend waren op één na, dat lijn 10 uit de Roeterstraat zou verdwijnen. Maar de gevonden oplossing is daarbij volstrekt niet ernstig gedacht. De directeur heeft geredeneerd hier hebt ge zoveel tramkaartjes, zet zijn hoed daarop, doet van hocus pocus, licht de hoed op en weg zijn ze. Dan zegt de directeur, verlies is dus zoveel kaartjes. Dat is geen ernstig rekenen. Zag spr. practisch nut van het gepantserd instrumentarium, hij zou de uitgaaf niet te hoog achten; nu echter prof. v. d. Waals zelf het practisch nut ontkent, zal spr. tegen stemmen.
De heer VLIEGEN repliceert kort, zijn standpunt handhavende en stelt voor de voordracht aan te houden tot nader onderzocht zal zijn of door verlegging van de lijnen 7 en 10 geen afdoende verbetering kan worden verkregen.
Wethouder HEEMSKERK leest het advies van prof. v. d. Waals voor, waarvan de slotsom luidt dat naar verhouding van de te besteden sommen de (aangegeven) oplossing de voorkeur verdient boven de andere geopperde plannen, waarvan z. i. het voordeel niet in evenredigheid is met de te maken kosten. Juist op deze grond berust de voordracht. Sprekende over de critiek van de heer Sutorius op lijn 10, zegt de wethouder dat men mot lijn 10 niet moet spotten ; deze lijn heeft haar sporen verdiend (gelach) en het is gevaarlijk al te dartel aan haar te tornen. Wat de berekening van de directeur betreft, deze verdient daarvoor geen kritiek; natuurlijk zijn zijn cijfers globaal bij de weinige gegevens waarover hij beschikte; deze weinige gegevens heeft de directeur wel degelijk op hun waarde in aanmerking genomen en spr. houdt het bij deze berekening liever met de directeur dan met de heer Sutorius, te liever omdat de directeur er niet is en de heer Sutorius wel. (Gelach.) De heer SUTORIUS verwijt de wethouder dat hij allerlei dingen op het tapijt brengt die hij er niet op heeft gebracht. De heer HEEMSKERK : Dat is het juist. De heer SUTORIUS: De wethouder behoort tot hen die door de tram van zijn stoep wil worden gehaald en wil worden gebracht naar het stoepje, waar hij wezen wil. De VOORZITTER: Dat wilden de heeren van de N. Z. Voorburgwal indertijd ook. (Daverend gelach.) Bij stemming wordt het voorstel-Vliegen verworpen met 17 tegen 9 stemmen en de voordracht aangenomen met 15 stemmen tegen 11.

27-7-1906
Gemeentetram.
Een onzer lezers vestigde onze aandacht op het ongerief, dat reizigers van lijn 1 (met een 7½ cents overstap-kaartje naar het Centraal- Station) ondervinden door aan de Paleisstraat niet te mogen overstappen in een wagen van lijn 2, doch te moeten lopen naar het postkantoor, waar het nieuwe traject begint, of op de Dam voor het Comraandantshuis te moeten wachten op een aansluitende wagen. Voor reizigers naar het station die doorgaans haast hebben, is dat lopen naar het postkantoor een groot verlies van tijd, te meer waar vaak achter een wagen van lijn 1 een wagen van de Koninginneweg aanrijdt, die evenwel de halte aan het postkantoor reeds gepasseerd is, als de reizigers van lijn 1 dat punt lopend hebben bereikt. Ter bevoegder plaatse hebben wij deze klacht overgebracht, die door de betrokken autoriteit niet zonder grond word geacht. Er zal dan ook worden overwogen of het overstappen van lijn 1 op lijn 2 aan de Paleisstraat kan worden toegestaan. Een bezwaar is evenwel dat lijn 2 op de N. Z. Voorburgwal dan dicht bij elkaar twee drukke halten krijgt, èn aan de Paleisstraat èn aan het postkantoor, waar meestentijds ook velen instappen; en het is de vraag of dit de exploitatie op lijn 2 niet zal hinderen. Intusschen zal worden nagegaan of de reizigers van lijn 1 van het bovenbedoelde ongerief kunnen worden ontheven.
Nog vernamen we, dat de werkzaamheden aan de nieuwe brug over de Schippersgracht goed vorderen; reeds is men aangevangen met het stellen van de kap, zoodat de voltooiing van het werk spoedig is te wachten. Het zal echter nog geruime tijd duren, alvorens lijn 2 en 7 hun weg over deze nieuwe brug nemen. Op het Kadijksplein zal het leggen der rails vele technische moeilijkheden met zich mee brengen; de plaatsruimte laat daar het leggen van dubbel spoor niet toe — ook op de brug komt slechts enkel spoor te leggen — zoodat men .op het plein, medo in verband met de oprit van de brug, de rails van lijn 2 en 7 daar ineen zal moeten laten slingeren, wat de werkzaamheden ingewikkelder maakt. Een en ander zal tot gevolg hebben dat vermoedelijk eerst tegen November bovenbedoelde lijnen over het Kadijksplein zullen worden doorgetrokken.
Dezer dagen zal men in enkele tramwagens in de vensters aan weerszijden van de deuren een luikje zien aangebracht, dat bij warm weder wordt neergelaten, om het tramrijtuig van binnen beter te kunnen ventileren. Door deze opening zal de frisse lucht in groter hoeveelheid worden toegevoerd dan door de raampjes die in de kap van de wagen kunnen worden opengezet.

28-7-1906

Een vrouw, die in de Linnaeusstraat van de in beweging zijnde tram stapte, ten gevolge waarvan zij viel, bekwam een hoofdwond. Zij werd naar het O. L. V. Gasthuis vervoerd en aldaar opgenomen.

29-7-1906

Lijn 10.
B. en W. stellen den Raad voor, de tramlijn 10 (Zoutkeetsgracht—station Muiderpoort) aan haar noordwestelijke standplaats te voorzien van een kringlijntje, zodat heengaande de richting langs een deel der Zoutkeetsgracht en der Oostelijke Houtmankade alsmede de Breeuwerstraat en terugkerende die door de gehele Planciusstraat kan worden gevolgd, welk lijntje nodig is met het oog op voorkoming van onregelmatigheden in de dienst door het aan- en afkoppelen van bijwagens.
Bij de indienststelling van het omschreven kringlijntje kan op de belangen der fruitmarkt voldoende gelet worden door gedurende enkele ochtenduren, waarin zulks hinderlijk zou kunnen zijn, niet daar langs te rijden, doch, na van het Haarlemmerplein te zijn gekomen, in de Planciusstraat zelve om te keeren.
De uitvoering van het werk kan, in verband met de marktbelangen, in de wintermaanden het best geschieden, en de voor de voorbereiding gevorderde tijd maakt een beslissing daaromtrent thans raadzaam.
De kosten van dit lijntje zullen pl.m. f 7500 bedragen en uit het toegestane krediet voor den tramaanleg bestreden kunnen worden.

1-8-1906
Gemeentetram.
Hot aantal vervoerde passagiers bedroeg van 1 Januari tot en met 31 Juli 1906 23,148,363 passagiers, onder wie 1,972,600 passagiers met vroegrit- en vroegritretourkaarten. Over hetzelfde tijdvak in 1905 werden vervoerd 20,368,734 passagiers, onder wie 854,625 passagiers met vroegrit- en vroegritretourkaarten

Tramdienst.
Geachte Redactie! Maandagavond stond ik precies 25 minuten te waohten op een tramwagen van lijn 11 richting Muiderpoortstation. Overbodig te zeggen, dat ik mijn trein gemist heb. Na verloop van 25 minuten kwam natuurlijk een volle wagen aanrijden (zonder bijwagen) en ongeveer 10 minuten later weer een wagen. Men- behoeft waarlijk niet van vitzucht beschuldigd te worden, als men constateert dat een dergelijke tramdienst op niets gelijkt. Dat het beter kan bewijst lijn 4, waar de dienst goed en regelmatig is. Hoogachtend, X.

4-8-1906
Katoenkleding trampersoneel.
In navolging van het buitenland, zou het wenselijk zijn, op warme dagen ook ons trampersoneel van dunnere uniformen te voorzien. In Christiania en Kopenhagen bijv. dragen de wagenbestuurders en conducteurs geelwitte katoenen jassen. Wellicht brengt deze mededeling ook aan ons trampersoneel zulk een weinig kostbare verlichting, waarmee dan minder slijtage der gewone kledij gepaard zou gaan. EEN AMSTERDAMMER.

6-8-1906
Fanfarekorps bij dr Gemeentetram.
Men deelt ons mede dat, niettegenstaande de weinige medewerking van de zijde van het Amsterdamse publiek de plannen van het personeel der Gemeentetram om een fanfarekorps op te richten, aanvankelijk dreigde te verijdelen, toch op grond van de reeds ontvangen bijdragen, in een Vrijdag j.l. gehouden vergadering besloten is een dusdanig korps onder den naam ..Kunst na Inspanning" op te richten, aanvankelijk met zestien werkende leden. Het bestuur, bestaande uit de conducteurs Funke (voorzitter), Straus (secretaris-bibliothecaris) en Wils (penningmeester) heeft de heer Schoonderbeek aangezocht als directeur op te treden en deze heeft zich daartoe bereid verklaard. De oefeningen zullen binnenkort een aanvang nemen en wekelijks gedurende twee uren gehouden worden, de ene op Vrijdagavond, de andere op Vrijdagmorgen. Gaarne zijn wij de tolk van het trampersoneel, om dank te brengen aan diegenen uit de burgerij, die door het schenken van gaven van hun belangstelling deden blijken. Onzerzijds moedigen wij gaarne tot toetreding aan als donateur (voor ten minste f 1 's jaars). Men schrijve aan de heer Funke (voorzitter), Vrolikstraat 270 III. Wij wensen het jonge korps een langdurig en bloeiend bestaan.

7-8-1906
De Gemeente-bedrijven. Onze tram.
Aan het jaarverslag der Gemeente over 1905 is het volgende ontleend: Ofschoon het zesde bedrijfsjaar der Gemeentetram zich niet heeft gekenmerkt door belangrijke uitbreiding van de elektrisch geëxploiteerde lijnen, is daarin toch weer een merkbare toeneming van het verkeer voorgekomen. Het aantal passagiers steeg met 15.6 % en de bruto-vervoer opbrengst met 13.2 % in vergelijking met 1904. Door het geleidelijk, dus met vermijding van grote schokken, beschikbaar stellen van zooveel mogelijk aan de behoeften geëvenredigde vervoermiddelen — welke behoeften, bij een bepaald tarief, natuurlijk slechts na vrij lange ondervinding deugdelijk kunnen worden beoordeeld — is de daling van het aantal vervoerde passagiers per W. K. M., die hier evenals elders in belangrijke mate ia voorgekomen door de uitbreiding van de vervoerscapaciteit, bereids nagenoeg tot staan gekomen ; over 1905 is dit bedrag geworden 3.85 tegen 3.9 in 1904. Daarbij heeft de betrekkelijk grote uitbreiding van het bijwagenverkeer (21.6 % van het geheel, tegen 13.8 % in 1904) geleid tot besparing op de uitgaven, voortvloeiende uit vermeerderde prestatie. De exploitatie-uitgaven per W. K. M. zijn nog dalende, niet alleen als gevolg van de toegenomen prestatie, maar ook door het voortdurend streven om te bezuinigen, waar zulks, blijkens de aangroeiende ervaring, mogelijk is. De vrij belangrijke daling van de exploitatiecoëfficiënt is echter ook gedeeltelijk veroorzaakt door andere ontvangsten dan de opbrengst van het vervoer. Het aantal ambtenaren bedroeg 83 op 31 December 1905 (tegen 47 in 1904). De vermeerdering is nagenoeg geheel voortgevloeid uit het in vaste dienst overgaan van tijdelijk personeel en uit onder de ambtenaren opnemen van een aantal vroeger elders ingedeelde beambten. Bovendien waren nog in tijdelijke dienst 10 ambtenaren voor kantoor werkzaamheden en 1 ambtenaar bij de uitbreidingswerken. Op het einde van het jaar bedroeg het aantal werklieden (met inbegrip van het rijdende personeel) 1436, waarvan:

Vast aangesteld Voorlopig aangesteld In losse dienst Totaal
Eigenlijke werklieden 242 91 319 643
Rijdend personeel 601 32 26 659
Stalpersoneel 6 - 8 14
Conducteurs in buitengewone dienst - - 120 120
Totaal 8491904: 791 1231904: 176 4641904: 328 14361904: 1295
Ziek waren gemiddeld per dag
9.05 conducteurs (2.60 % ; 1904 3.15 %),
13.13 koetsiers en wagenbestuurders (4.63 % : 1904 3.89 %)
0.3 stalknechts (3.75 % ; 1904 3.16 %) en
11.9 werklieden (2.33 % ; 1904 3.5 %).
De verkochte paarden hebben gemiddeld per stuk opgebracht f 245.96 (1904 f 219.24), terwijl de waarde, waarvoor zij op de balans voorkwamen, was f 176.40.
De elektrische trekkracht werd geleverd door de centrale der “Gemeente-electriciteitswerken” gedurende het eerste kwartaal voor den prijs van 8 cents per kilowattuur, gemeten aan de voedingspunten, daarna volgens de onderstaande prijsberekening: Voor het eerste 1,000,000 kilowatturen f 0.07 per K.W.U., voor de tweede 1,000,000 kilowatt uren ƒ 0.06½ per K.W.U., voor de volgende kilowatturen f 0.06 per K.W.U., gemeten aan de Centrale en met bijvoeging van 9 pCt. van het aanlegkapitaal der tramkabels voor rente en afschrijving en instandhouding.
Over de laatste maanden heeft dientengevolge de prijs per K.W.U. gemeten aan de Centrale bedragen f 0.0745. Het gemiddelde energieverbruik per W.K.M. (met berekening van 1 bijwagenkilometer als 0.4 motorwagenkilometer) was 0.519 K.W.U., gemeten aan de Centrale.
Op het einde van het jaar bedroeg het aantal tramwagens 478 stuks. Gemiddeld hebben per dag gereden 124 motorwagens en 59 bijwagens op de electrische lijnen; op de paardentramlijnon vóór 19 Jan. 9, van 19 Jan.—25 Oct. en na die tijd 7 wagens. Open wagens zijn in dienst gewoest op 117 dagen. Gemiddeld zijn dagelijks afgelegd door de motorwagens 160 K.M. per wagen en door de paardenwagens 111 K.M. per wagen. Het gemiddelde aantal plaatsen van de gelopen hebbende wagens over het gehele jaar was 34. De vervoercapaciteit is weer gestegen. Het totale aantal gopresteerde plaatskilometers (wagenkilometers vermenigvuldigd met het aantal plaatsen van elke wagen) is toegenomen van 280,346,754 in 1904 tot 329,074,220 in 1905, waarvan resp. 38,709,412 en 71,191,232 door bijwagens.
Van de blijkens het bovenvermelde voorhanden 15,656 plaatsen, waren gemiddeld dagelijks in circulatie 34 x 189 = 6426 plaatsen. Uit de bedrijfsstatistiek blijkt, dat het aantal ritten per inwoner bedroeg 67 (tegen 59 in 1904). Het algemeen totaal vervoer was 37,276,802. (Ter vergelijking wordt vermeld, dat blijkens de Regeringsstatistiek over 1904 de Ned. spoorwegen een gezamenlijk reizigersvervoer hadden van 38,686,456.)
De opbrengst van het tramvervoer was f 2,392,654.63. De exploitatiekosten waren f 1,489,986.65. De best rendeerende lijn is lijn 10. Dan volgen in afdalende reek» de lijnen 8, 9, 4, 5, 2, 1, 11, 8, 7, 6. Het grootste verkeer kwam voor op Maandag 12 Juni (2e Pinksterdag) met 172,697 passagiers, het kleinste op Vrijdag 20 Januari met 71,613 passagiers.

8-8-1906
Stadsdrukkerij.
Voor de Gemeentetram geleverd:
aan boekjes en kaartjes:
181.500 boekjes val] 25 kaarten,
395.000 boekjes van 10 kaarten,
1000 boekjes van 20 kaartjes,
11,086.875 éénrittenkaarten, 18,800,000 contramerken, 9,350,000 tweerittenkaarten, 4050 abonnementskaarten, 2000 scholierkaarten, 2500 boekjes bij scholierkaarten.
Bovendien voor de stoomponten 1.479.600 plaatsbewijzen.

lemand, verkeerende ander den invloed van sterke drank, sprong op de Rozengracht van de in beweging zijnde tram, waardoor hij viel en in het aangezicht verwond werd. Hij is in het Binnen-Gasthuis opgenomen.

18-8-1906
Lijn drie.
De tramwagens van lijn 3 der Gemeentetram zullen met ingang van 22 Aug. doorlopen tot in de Sarphatistraat bij de Muiderpoort, waardoor aan deze lijn een sectie wordt toegevoegd. De standplaats aan het Weesperpoort-station wordt alsdan opgeheven.

21-8-1906
Hedenochtend te half elf brak plotseling, onmiddellijk na het voorbijrijden van een tramwagen, de verbindingsdraad van de elektrische geleiding, gespannen tussen de vlak bij het Spui gelegen nrs. 332 en 334 aan den N.Z Voorburgwal. Gelukkig bleef een gedeelte van de verbinding ongeschonden, zodat de stroomdraad aan de Spuistraatzijde in gebruik kon blijven terwijl de naar de Dam rijdende wagens over enige tientallen meters geen gebruik van de stroom konden maken. Het verkeer behoefde niet gestaakt te worden, daar de wagens, op volle kracht aangezet, genoeg vaart overhielden om zonder stroom het bedreigde gedeelte voorbij te komen.

24-8-1906
Hinderwet
B. en W. brengen ter kennis, (…………………..) dat door Gedep. Staten van Noord-Holland gunstig is beschikt op het verzoek van B. en W. van Amsterdam tot het uitbreiden der werkplaatsen van de gemeentetram aan de Tollensstraat aldaar, op het perceel, kadastraal bekend als sectie Q no. 4950. (………………..)

28-8-1906
De tram en het Weesperpoortstation.
Een onzer stadgenooten schrijft ons:
„Wie tegenwoordig aan het Weesperpoortstation aankomt, vindt daar geen tram. Hoeveel jaren lang de reizigers daar, onder de kap van het station, zo geplaatst, dat hij zelfs bij het slechtste weer droog te bereiken was, den tramwagen hebben gevonden, die, zonder gedrang, naarmate de reizigers door het controlehekje druppelden, langzaam voldruppelde, hoelang die ideaal-toestand bestaan heeft, weten wij niet.
Maar sedert enkele dagen bestaat hij niet meer. Lijn 11, de lijn naar de Dam is een paar maanden geleden doorgetrokken naar het Muiderpoortstation. Toen hebben de wagens van lijn 3 er een tijdlang gestaan en hebben de bewoners van de buitenwijken van de mooie standplaats onder de kap genot gehad. Maar nu is lijn 3 doorgetrokken tot bij de Muiderpoort en moet ieder die het station per tram wil verlaten, de straat oversteken, bij het politieposthuis waar de halte is, wachten en dan trachten zich een plaatste veroveren. Gezegd moet, dat de wagens op de uren waarop wij ervan gebruik makten, zelden goed bezet aan de halte kwamen; meestal was er wel plaats voor de wachtenden. Maar die hadden er soms vijf minuten in de regen gestaan; die drongen, zelfs al was er plaats — waar zijn de schoone dagen van weleer?
Is het niet mogelijk weer wagens — en dan natuurlijk wagens die naar het centrum der stad gaan — onder de kap van het station te zetten? Bijv. wagens, die zoals vroeger naar en van elke trein rijden van en naar de Dam ? Of indien dat, met den tegenwoordige toestand van de Dam, niet gaat, dan de wagens om en om laten rijden naar het Weesperpoort- en het Muiderpoortstation ? Tussen die beide stations zijn de meeste wagens slecht bezet, hetgeen het praktische van de doortrekking problematiek maakt, en een argument is voor een minder sterke dienst op dit gedeelte. Maar in elk geval, laat de reizigers aan de Weesperpoort weer zijn tramwagen vinden onder de kap van het station.

30-8-1906
Jeugdige boosdoener.
Een heer zag een paar dagen geleden een zeer jonge knaap in een tramwagen, verzoekende een conducteur om 20 halve stuiversstukken voor twee kwartjes te wisselen. Op de Dam komende, ging de knaap sigaretten kopen en vond die heer het geraden een politieagent te waarschuwen. Deze nam de knaap mee en hij bekende ergens in de Dapperstraat een geldlade te hebben geledigd, waaruit hij had genomen bovengenoemde stukken en nog tachtig halve centen.
De knaap was eerst tien jaar en reeds van school weggejaagd.

Gisteravond werd de hulp van de brandweer ingeroepen voor een binnenbrand in perceel 27 Leidschestraat, waar gevestigd is „The London Toilet Club". Het vuur ontstond in de kelder, waar enige kisten met stro en ander verpakkingsmateriaal vlam vatten. Als oorzaak noemde de brandweer ons het onvoorzichtig omgaan niet licht. De brand was spoedig geblust. Het tramverkeer ondervond nogal vertraging ; op 't Koningsplein en in de Leidschestraat bij de Keizersgracht stonden de wagens in een lange rij te wachten.

Tram Amsterdam—Zaanstreek enz.
Door B. en W. van Zaandam is bij den Raad een voorstel ingediend om zich in beginsel bereid te verklaren tot het verleenen van concessie voor den aanleg en de exploitatie eener electrische tram aan de „Amsterdam and North Holland Electric tramway Company" onder de in het d. d. 20 Juni 1906 bij de Raad ingediend adres vermelde bereidverklaringen. (…….)
Daar de concessionaresse gevraagd heeft vóór 15 September te weten of Zaandam bereid is een dergelijke concessie te verleenen zal dit voorstel waarschijnlijk reeds hedenavond (Donderdag) worden behandeld.

Electrische Spoorwegen
De St.-Ct. nr. 202 bevat een Kon. Besl. van 14 Aug. tot gelijkstelling van het door de gemeente Amsterdam geëxploiteerde spoorwegnet te Amsterdam, waarop in hoofdzaak geen ander vervoer dan personenvervoer binnen één gemeente plaats heeft, met de spoorwegen, waarop geen ander vervoer dan personenvervoer binnen één gemeente plaats heeft. (Stbl. nr. 223).

31-8-1906
In de gemeenteraad van Zaandam werd met 10 tegen 5 stemmen in principe besloten tot het verlenen van concessie voor de aanleg en de exploitatie van een elektrische tram tussen Amsterdam en de Zaanstreek aan de „Amsterdam en North Holland Electric Tramway Company".

1-9-1906
Gemeenteraad.
De Gemeenteraad vergadert Dinsdag 4 September, des namiddags, o.m. over de voordracht van B. en W. tot de aanleg, in aansluiting aan de tramsporen in de Planciusstraat, van een enkelsporige tramlijn langs een deel der Zoutkeetsgracht en der Oostelijke Houtmankade, alsmede door de Breeuwerstraat;

Gemeentetram.
Van 1 Januari tot en met 31 Augustus werden dit jaar vervoerd 26,916,269 passagiers, onder wie 2,391,219 passagiers met vroegrit- en vroegritretourkaarten.
Over hetzelfde tijdvak in 1905 werden vervoerd 23,587,278 passagiers, onder wie 1,034,812 passagiers met vroegrit- en vroegritretourkaarten.

Een vrouw die in een tramwagen aan de conducteur een kaartje toonde, dat behoorde tot een aantal kaartjes, die op 22 Aug. uit een tramwagen in de 2e Van Swindenstraat werden ontvreemd, werd aangehouden. In de woning der vrouw zijn de ontvreemde kaartjes bij huiszoeking gevonden.

Overreden.
Gistermiddag geraakte in de Nieuwe Amstelstraat een 75-jarige, stok-dove vrouw onder een tramwagen. De wagenbestuurder had haar door aanhoudend bellen gewaarschuwd voor het gevaar dat haar dreigde, maar trots zwaar remmen was het ongeluk niet te voorkomen. D« ongelukkige werd vreselijk verwond opgenomen en naar het Israëlietisch ziekenhuis vervoerd, waar men de dood moest constateren.

3-9-1906
Door de ambtenaren der gemeentetram is een vereniging opgegericht onder de naam „Plicht en Recht", secretaris is de heer h. W. Borst, 2e Hugo de Grootstraat No. 20.

5-9-1906
Gemeentetram.
Van 1 Januari tot en met 31 Augustus werden dit jaar vervoerd 26,916,269 passagiers, onder wie 2,391,219 passagiers met vroegrit- en vroegritretourkaarten. Over hetzelfde tijdvak in 1905 werden vervoerd 23,587,278 passagiers, onder wie 1,034,812 passagiers met vroegrit- en vroegritretourkaarten.

Gemeenteraad, zitting van dinsdag 4 september
Lijn 10.
771 Voordr. van B. en W. tot de aanleg, in aansluiting aan de tramsporen in de Planciusstraat, van een enkelsporige tramlijn langs een deel der Zoutkeetsgracht en der Oostelijke Houtmankade alsmede door de Breeuwerstraat. [Het doel is ter plaatse een kringlijntje te krijgen; de kosten zijn geraamd op f 7500.]
De raad heeft dit voorstel goedgekeurd.


Amsterdammertjes.
Wat onze tram mist.
Daar is een tijd geweest dat in Nederland de Amsterdamse tram, de tram bij uitnemendheid was en ten voorbeeld is gesteld voor al dergelijke vervoermiddelen. Die tijd ligt zelfs nog niet zo heel ver achter ons. Het kon van de Amsterdame tram tot voor enige maanden nog gezegd worden.
Er is ook een tijd geweest dat de tram in de residentiestad beschouwd werd als een, de stad 's-Gravenhage beslist onwaardig. De wagens waren slecht, de paarden niet minder; het vervoer was er buitengewoon gebrekkig en duur; men betaalde, om maar iets te noemen, 20 cent om vervoerd te worden van het Station Hollandsche Spoor naar het Bankaplein en dacht dan er nooit te zullen komen, zó langzaam ging 't. Bovendien schenen in die tijd de wagens der Haagse tram een bepaalde afkeer te hebben van passagiers. Ik herinner mij meermalen dat bij aankomst van een trein de passagiers, die op het Stationsplein een tram wilden halen, tot de ontdekking kwamen dat de trams niet op hun komst wachtten, doch er liefst ledig van door gingen. Amsterdam kreeg zijn elektrisch net, dat op een enkel lijntje na compleet is en sedert enige tijd heeft ook Den Haag de elektrische beweegkracht gekregen. Maar als men nu, gelijk schrijver dezes, als Amsterdammer enige dagen te Den Haag heeft vertoefd en daar dan meermalen van de tram gebruik heeft gemaakt, moet men, te Amsterdam teruggekeerd, zij het dan ook node, erkennen dat de Haagse tram haar voorgangster in de hoofdstad in menig opzicht de loef afsteekt. En niet beter kon ik dat feit waarnemen dan gedurende de tropische dagen, die wij pas beleefden.
Vooraf een enkel woordje over het tramtarief in beide steden. De Gemeenteraad van Amsterdam heeft verleden jaar de knoop niet durven doorhakken. Behalve een kleine verbetering in het verkeer naar het Centraal-station, bleef het tarief vrijwel wat het tot dusverre geweest was, met de bepaling dat het vóór 1 Juni 1907 moet worden herzien. Wij naderen gelukkig die termijn en ik kan mij niet anders voorstellen of de raad zal dan met onze directeur eens zijn dat het goedkope tarief van 5 cent moet worden ingevoerd en dan meteen afschaffen alles wat secties heet. In Den Haag tramt men binnen elke kring – men heeft daar een Haags en een Scheveningse kring – voor 7½ cent als men met geld betaalt, voor 5 cent al men boekjes koopt, voor 12½ cent als men met geld een retour of overstapje koopt, voor 10 cent als men uit een boekje betaalt. Men tramt b.v. Overbosch – Groot Hertoginnelaan, ik deed er op ’t horloge af 31 minuten over, heen en weer voor een dubbeltje. Het aantal passagiers is buitengewoon groot, het gemak voor de conducteurs ook, daar zij niemendal met secties te doen hebben.
Als eenmaal hier het tarief herzien wordt, hoop ik dat men hier ter stede nog een stap verder zal gaan en eenvoudig bepalen: elke rit, lang of kort, 5 cent, boekjes of geen boekjes. Maar gelijk gezegd die tariefherziening is een kwestei van enige maanden en over ’t geheel had het publiek hier over het tarief niet te klagen en het is te verdedigen dat de raad hier eerst “de kat eens uit de boom wilde kijken”.
Maar wat mij bij de Haagse tram bovenal trof, was de betere inrichting van de tramwagens. In deze warme dagen heeft men zich te Amsterdam dag in, dag uit, kunnen ergeren aan het feit dat de motorwagens vaak leeg of nagenoeg leeg waren, terwijl er bijwagens te kort kwamen. Geen wonder ! Het was in die motorwagens niet uit te houden. Zelfs die welke reeds de ijzergaas-platen naast de deur hebben gekregen, zijn niet wat men wensen kan. Ik heb dezer dagen gezien, dat dames die een eindweegs in de motorwagen hadden gezeten er onderweg uitgingen omdat zij van de hitte daarbinnen onpasselijk werden. Totaal gebrek aan luchtverversing. De ramen kunnen niet geopend. Er hebben verleden jaar op lijn 11 een paar motorwagens gelopen, die de grote ruiten aan weerskanten misten, dat was weer al te veel van het goede, want men woei er in weg – ik heb ze deze zomer dan ook nog niet teruggezien. En niet alleen dat de wagens dus geen ramen hebben die open kunnen, zelfs op deze warme dagen verklaarden de conducteurs dat zij voor- en achterdeur niet tegen elkaar mochten open zetten – de voordeur moest op slot blijven!
Aangenomen dat het onmogelijk was de wagens, nu ze eenmaal zo onpraktisch zijn ingericht, anders dan met hoge kosten, van beweegbare ramen te voorzien, rijst de vraag of men dan tenminste geen gordijnen had kunnen aanbrengen. Dat had toch geen schatten behoeven te kosten?
Heilig de motorwagens in de residentie! De ramen zijn open en dicht te maken enbovendien zijn er schuifbare gordijnen in. Het is zeker niet te veel gevraagd als men tenminste zorgt dat hier tegen de volgende zomer afdoende verbeteringen zullen zijn aangebracht.
Het aantal bijwagens waarover de tram hier beschikt is, naar ik vernam, te gering en dat is dan ook de reden dat men die b.v. op lijn 5 hoogst zelden en op lijn 8 helemaal niet ziet. Men heeft langs deze twee lijnen alleen de in deze zomer smoorhete motorwagens die geheel of gedeeltelijk rijden alngs de Weesperzijde, die zeker een van de warmste plekken van Amsterdam is. (……………) ’t Is te hopen dat het tram-bestuur de volgende zomer over meer open bijwagens zal hebben te beschikken en dan ook voor de drukste lijnen enige van dat groot model zal hebben aangeschaft die men in Den Haag ziet op de lijn langs de Oude Scheveningse Weg. Bovendien moet m.i. in die open bijwagens het werk van de conducteur veranderd. Het is droevig en vaak angstig om te zien hoe de conducteurs hier nog steeds het gevaarlijke werk langs de treeplanken hebben te verrichten.
“t Is waar, er is voor hen een stukje bank gereserveerd, dat zij kunnen neerklappen om daarop tr gaan zitten, en de passagiers van daar te helpen. Ik heb menige conducteur gevraagd, of hij dat bankje ooit gebruikt had, en kreeg steeds als antwoord : “Je hebt er niemendal aan, m ijnheer, je moet toch altijd buiten langs om er bij te komen en als je er op gaat zitten, kun je nooit de hele wagen bedienen”. Volkomen juist. In Den Haag hoieft de conducteur de gevaarlijke gymanstiek op de treeplanken niet te doen; hij kan zich door het middenpad van de wagen bewegen en de passagiers op de balkons, evenals zijn collega op de motorwagen dat doet, door de luikjes in de voor- en achterwand helpen. ‘t Is waar, daardoor mist men in de wagen de middenplaatsen, doch daar staan tegenover deze grote voordelen: dat de conducteur gemakkelijk, zonder inspanning, zonder levensgevaar zijn werk verricht en bovendien, dat de passagiers veel geriefelijker zitten.
Wat in de bijwagens in vele plaatsen in het buitenland kan, en in die in Den Haag, kan óók te Amsterdam. Onze tram moet in deze dingen die geen kleinigheden, maar belangrijke zaken zijn, niet achtestaan bij Den Haag of elders. Wij hebben een naam, en een goede naam, hoog te houden.
JAN VAN AMSTEL.

6-9-1906
Gisteravond heeft in de Leidschestraat een botsing plaats gehad tusschen een met twee paarden bespannen postwagen, komende uit de Kerkstraat en een tramwagen, waardoor een glasruit van het rijtuig gebroken en de tramwagen licht beschadigd werd. De bestuurder kon door krachtig remmen de botsing niet voorkomen. Persoonlijke ongelukken hadden niet plaats.

Ernstig tramongeluk.
Hedenochtend heeft in de Kinkerstraat een ernstig tramongeluk plaats gehad. Twee jongetjes werden daar achtervolgd door een rechercheur van politie, die er in slaagde een van beiden bij de kraag te grijpen, terwijl de andere trachtte te ontsnappen door achter een voorbijrijdende tram om te snellen. Hij had echter door de opwinding niet bemerkt dat ook van de andere richting een tramwagen aankwam, die het zevenjarig ventje omverwierp en zozeer verminkte, dat de dood onmiddellijk intrad.

Tramwensen.
Na lezing van 't artikel in het avondblad van 5 Sept.: „Wat onze tram mist", meen ik dat er toch nog iets vergeten is, waarop ook de aandacht gevestigd moet worden. Herhaaldelijk komen heren en mannen in de dichte tramwagens met nog rokende of uitgegane eindjes sigaren, die alle een hoogst onaangenamen reuk verspreiden. Wel staat er met grote letters in de wagens „verboden te rooken" — maar is de rook van een aangetrokken sigaar nog niet verre te verkiezen boven die van een uitgaande sigaar, overgaand in wat men noemt „koude rook." Ik héb heren gezien (d. w. z. zich „heren" noemend, omdat zij een mooi huis bewonen in een der voornaamste buurten van onze hoofdstad en door de ene of andere manier gefortuneerd zijn) die het niet van zich verkrijgen kunnen, hun brandend sigarenpuntje weg te gooien alvorens de tram in te gaan, maar het liever zien verdoven met alle onaangename geuren daaraan verbonden.
Is er in Den Haag niet een verordening daarvoor? En zou onze hoofdstad dat ook niet kunnen navolgen? Want waar en in welk land ziet men zo’n (op zijn zachtst uitgedrukt) onwellevendheid van de kant der mannen als hier ter stede?
JEANNE VAN AMSTEL,

7-9-1906
Tramwensen.
Aan de Redactie.
Met zeer veel instemming nam ik kennis van het „Amsterdammertje'' in uw Avondblad van heden, waarin een en ander betreffende onze tram wordt besproken en deze met de Haagse tram wordt vergeleken. Het zij mij vergund, nog enige punten ter sprake to brengen in de hoop, dat de toestanden bij onze tram daardoor beter zullen worden. Het heeft mij ook herhaaldelijk getroffen dat onze trams verbazend langzaam rijden op punten, waar een grotere snelheid zonder enig gevaar zou zijn. De Haagsche tram rijdt overal wel, zelfs door drukke straten met dubbel spoor als de Denneweg, en in 't buitenland laat men ook bijna overal de trams vlugger lopen dan hier. In onze goede stad kruipt een tramwagen langs het Rokin van de Olieslagerssteeg naar de Reguliersbreestraat, hoe stil het daar ook overigens, wat rijverkeer en voetgangers betreft, moge zijn. In de Sarphatistraat tussen Amstel en Weesperplein, op het Damrak, op het Waterlooplein, in de 2e Van Swindenstraat (omdat daar ééns een ongeluk zou zijn gebeurd by een school) mogen de wagenbestuurders ook al niet met de grootste snelheid rijden. Hoe dwaas de bepalingen in dit opzicht zijn, blijkt wel daaruit, dat op de Gelderschekade de wagens van lijn 8 tussen P. H. Kade en Bantammerstraat met de grootste snelheid mogen rijden, maar tusschen laatstgenoemde straat en de Nieuwmarkt niet! In de Raad is er bij de behandeling van de begroting reeds door liet raadslid H. Polak op aangedrongen, de wagens op het Rokin sneller te doen rijden, maar tot nu toe werd daaraan niet voldaan. Een groot voordeel is het ook in Den Haag, dat de balkons van voren beschut zijn. Door deskundigen is reeds aangetoond — ook in dit blad — dat een grote luchtdruk op de borst op de duur beslist nadelig werkt.... in Amsterdam stoort men zich daaraan niet. Men stelt hier bij ruw weer de passagiers voor de keus, als de wagen overigens vol is, of een verkoudheid op te doen, of op een volgenden wagen te wachten. Alle bezwaren tegen de beschutte balkons zijn als rook verdwenen. Sinds de invoering der elektrische wissels heeft de wagenbestuurder geen raampje meer te openen, alsvorens de wissel te kunnen verzetten. Het uitzicht wordt bij regenachtig weer bijna niet belemmerd, daar men toch duidelijk de omtrekken der voorwerpen vóór de wagen kan herkennen (wat zouden de machinisten bij de spoorwegen dan wel moeten doen, die óók door een raampje de weg en de signalen hebben te bezien ?) In Den Haag is de dienst bovendien regelmatiger dan in onze stad. Er is ook reeds herhaaldelijk de aandacht op gevestigd, dat óf alle wagens van een lijn een bijwagen moeten hebben, óf geen enkele. Heeft slechts een deel der wagens een bijwagen, dan lopen die met volgwagen niet meer regelmatig, daar de mogelijkheid dat zij aan méér haltes moeten stoppen veel groter is, en de motorwagens toch niet sneller kunnen lopen met een bijwagen dan er zonder. Men ziet dit duidelijk op een lijn als lijn 3, waar bij de eindpunten, een wagen met bijwagen steeds bijna onmiddellijk wordt gevolgd door een zonder bijwagen. Ook schijnen de wagenbestuurders niet allen op dezelfde wijze de snelheid te regelen. Op de Ceintuurbaan reed ik herhaaldelijk zeer langzaam, hoewel er geen wagen van dezelfde lijn vóór ons was te ontdekken. Ook op de Gelderschekade wordt lang niet door alle wagenvoerders met de grootste snelheid gereden! Ik hoop, dat dit schrijven bij de autoriteiten geen wrevel zal opwekken over de onbescheidenheid van een „outsider", die zoveel aanmerkingen durft maken, maar dat het waarachtig belang van onze stad hen er toe doet besluiten de gemaakte opmerkingen in ernstige overweging te nemen.
Met beleefde dank voor de plaatsing, Amsterdam, 5 September 1906. A.

Tramwensen.
Aan de Redactie.
Met zeer veel aandacht las ik het artikel van „Jan van Amstel" betreffende de Amsterdame en Haagse tram en beaam geheel en al hetgeen daarin vermeld is. Toevallig kon ik mij, omdat ik onlangs twee dagen te 's-Gravenhage! en Schevcningea vertoefde, op de hoogte stellen en bleek alles volkomen waar wat J. v. A. zegt. Alléén verzuimde hij nog bij te voegen het verschil tusschen Amsterdam en Den Haag bestaande wat dienstregeling en de orde die in de laatstgenoemde plaats heerst. Welk hemelsbreed verschilt met onze hoofdstad! Hier „wanorde" vooral 's namiddags tussen 4 en 6 uur op de Dam, dringen en vechten om een plaats te bekomen, in het bijzonder door de vroegritrijders. waardoor een gewoon mens verhinderd wordt een plaats in de tram te bekomen, terwijl controleur en politie als toeschouwers rustig blijven staan. Daarentegen gaat in Den Haag en Scheveningen alles ordelijk toe; men staat daar „en queue" zonder dringen en stapt kalm in de wagens, die achter elkaar staan en spoedig op elkander volgen; aldaar verlopen geen 6 minuten voor dat een andere wagen volgt. Het ware raadzaam dat hier die zelfde methode toegepast wordt als daar, want bij de ernstigste drukte in de tropische hitte gaat daar alles geregeld zonder moeite, zonder dringen... en zonder wachten. Ook in Antwerpen, waar een zeer druk verkeer bestaat, gaat alles veel vlugger en ook zonder enige moeite. Het tarief in België is ook veel goedkooer; als hier, b.v. voor 10 centimes = 5 cent rijdt men trajecten van een ½ uur, correspondance of overstapkaartjes voor 15 centimes = 7½ cent op routes van 45 minuten; aldaar heeft men vaste haltes, waarbij tevens een sierlijk wacht-lokaal, alwaar de trams moeten ophouden en dan heeft men haltes op aanvraag (arrêts sur demande), welke tussen de vaste haltes geplaatst zijn. Voor de conducteurs is het zeer gemakkelijk en kunnen de passagiers spoediger bediend worden, waartoe de nikkelmuntstukken van 5 en 10 centimes zich bijzonder lenen. De motorwagens zijn allen met open ramen en voorzien van gordijnen, ook de bijwagens zijn gedurende het zomerseizoen alle open. Ergo alles om het publiek aangenaam te maken, waardoor ook buitengewoon veel gebruik van de tram gemaakt wordt van alle standen. Ik hoop dat deze gegevens de directeur van de gemeentetram alhier aanleiding zullen geven, bij B. en W. voorstellen te doen om verbeteringen te doen brengen in de wijze van exploitatie en vooral met het zomerseizoen in 1907.
Amst. 6 Sept. 1906. T.C.
Naar aanleiding van hetgeen ik schreef omtrent hetgeen onze tram mist, ontving ik van lezers te Den Haag een opmerkingen over het tarief daar ter stede. Zijdelen mij mede dat een boekje van 20 dubbele ritten kost f 2,-, dus 10 cent per stuk. De kaartjes zijn geldig als paje of retour in één kring, of voor een enkele rit als men naar Scheveningen rijdt, dus door beide kringen gaat. Boekjes met 20 kaartjes voor een enkele rit kosten f1, 30, dus 6 ½ cent per rit, bij de conducteur gekocht, geldig in een kring, kost 10 cent. Men ziet dus dat mnen in een kring – ik had mij eenvoudig tot de Haagse kring bepaald – twee lange ritten kan maken voor 10 cent. Haagse vrienden verkjlaarden mij nooit boekjes met kaartjes van 6 ½ cent te kopen, steeds boekjes van f 2,- omdat men bijna altijd zeker is twee maal te trammen voor zijn 10 cent.
Nog schrijft men mij, dat in de oude bijwagens de bediening der conducteurs dezelfde is als bij ons, en niet alle motorwagens schuifbare ramen hebben. Ik neem dat natuurlijk dadelijk aan, doch ik heb gdurende een week verblijf in Den Haag en dagelijks trammen dan toevallig alleen motorwagens getroffen met verschuifbare ramen en nieuwe bijwagens. Trouwens, de opmerkingen doen tot hetgeen ik schreef, niets af. Alleen kan ik er voor Jeanne van Amstel, die gisteravond in ons blad toornde tegen de heren die met brandende sigaren in de tram komen, dat zulks in Den Haag verboden is.
Wat betreft het stuk van de heer T.C., inderdaad de orde op de Dam laat op drukke uren bij de trams te wensen, doch ik twijfel er niet aan of dat alles zal dara verbeteren als eenmaal de hele Dam verbeterd is.
De Brusselse tram zou ik niet gaarne tot voorbeeld gesteld zien aan Amsterdam. Vaste halten en halten op verzoek hebben wij te Amsterdam ook, maar de wagens laten er aan zindelijkhjeid veel te wensen, en het tarief is voor een vreemdeling vooral ingewikkeld, vooral ook omdat men er in de tram ook 1e en 2e klas heeft.
JAN VAN AMSTEL.

Tramwensen.
Aan de Redactie.
In het avondblad van 6 dezer dringt A. er op aan, dat de tram sneller zal rijden. Ik ben in de laatste
drie maanden vier of vijf maal getuige geweest van kleine en meer ernstige ongevallen, een gevolg van het te hard rijden op sommige punten. Verscheidene dezer gevallen waren voorkomen indien de tram, ook waar het verkeer niet zo druk is, wat matiger reed. De wagenbestuurder heeft de rem dan meer in zijn macht en kan, indien er iets gebeurt, veel vlugger remmen. Aldus kan men toch meer ongelukken voorkomen. Het gebeurde mij dat ik van Rcembrandtplein naar Frederiksplein door de Utrechtschestraat reed en de conducteur bij de Keizersgracht vroeg, aan de Prinsengracht stil te houden. Maar hij vergat het en de tram reed in vaart de brug over en verder. Indien men nu niet zo voorzichtig is tot de volgende halte te wachten maar er eerder afspringt, staat men aan het gevaar bloot te vallen en onder de bijwagon te komen, als ik laatst op de Blauwbrug zag, waar de ongelukkige het met de dood moest bekopen..

Tramongeluk.
Een werkman, die vanmorgen te zes uur ongeveer met de vroegtram reed, had de onvoorzichtigheid, op de Rozengracht bij de Prinsengracht van het voorbalkon van de motorwagen te springen, toen de tram nog in volle vaart was. Hij viel en werd door de trede van de volgwagen tegen het hoofd getroffen. Met een ernstige hoofdwond werd hij naar het politiebureau op de Westermarkt gebracht, waar hem een voorlopig verband werd aangelegd en van waar hij naar het Binnen-Gastkuis vervoerd werd.

10-9-1906
Op het Waterlooplein kreeg hedeinmiddag een bejaarde dame een zenuwtoeval en zij viel daarbij op de tramrails, toen er juist een wagen van de lijn Oosterpairk kwam aangereden. Gelukkig wist de bestuurder nog net bijtijds te remmen. De dame, die bewusteloos was, werd in het geheelonthouderscafé op de hoek van de Nieuwe Amstelstraait binnengedragen.

12-9-1906

Regeling van het verkeer.
Met instemming hebben wij opgemerkt dat in Leidsche- en Utrechtschestraten thans de dienstdoende politie-agenten zich beijveren om voetgangers rechts te doen houden. Zij doen dit door een beleefd verzoek of door het wijzen met de hand. Voorlopig is het eerste middel nog het beste, het gezag van de politie-agent is bij ons nog niet zoo onbetwist dat aan een stom gebaar dadelijk gevolg wordt gegeven, een beleefd verzoek werkt meer uit, omdat geen fatsoenlijk mens graag voor onbeleefd doorgaat. ... Deze maatregel is een begin en werkt al vrij goed. Wil de politie nu een stapje verder gaan, laat zij dan ook eens haar aandacht wijden aan het rijverkeer. Tramsporen worden nog door vele koetsiers beschouwd als voor hen gelegde rijwegen en uithalen doen ze uit eigen beweging maar zelden. Bij dit onderdeel van het verkeer zou de bereden politie ter regeling zeker uitstekende diensten kunnen bewijzen.

13-9-1906
Op de Haarlemmerdijk is een bierwagen aangereden door een tramwagen. De bestuurder van de bierwagen viel van de bok en brak een arm.

15-9-1906
Geraas op straat.
Door het bestuur der Amstel-Hotelmaatschappij en door bewoners van percelen in de nabijheid van het Tulpplein is een adres aan de Raad verzonden, waarin zij zeggen:
„dat het geraas, veroorzaakt door het passeeren van voertuigen over genoemd plein, in hooge mate hinderlijk is;
„dat daarover dagelijks door de logé’s van het Amstel-Hotol geklaagd wordt;
„dat bovendien het horten en stooten der trams op de brug over de Singelgracht en in het bijzonder op de Amstelbrug zeer hinderlijk is;”
“dat ook hierdoor de rust der omwonenden voortdurend wordt gestoord ;
„dat de kooplieden in diamant, wier kantoren in de Tulpstraat gevestigd zijn, en die bij het beoordeelen van edelgesteenten genoodzaakt zijn aan het venster te zitten, door de schuddingen, teweeggebracht door passeerende voertuigen, in de uitoefening hunner zaken belemmerd worden". Adressanten verzoeken asfaltering van Tulpplein on Tulpstraat, „waardoor althans voor een gedeelte aan het bezwaar van het hinderlijk geraas zoude tegemoet gekomen worden".

INGEZONDEN STUKKEN.
Haagse tram.
In de laatste tijd is door Jan van Amstel en andere mensen in dit blad nog al eens gewezen op de nadelen van de Amsterdamse tram, en werd dan de Haagse tram als voorbeeld van alle mogelijke goeds genomen. Met dit laatste ben 'k ‘t nu zo precies niet eens.
Eergister was 'k nog in Den Haag en hoorde toen. dat met uitzondering van enkele eindpunten, waar op drukke dagen politie de orde handhaaft, over het algemeen het keumaken van het Haagse publiek zo’n vaart niet loopt, en op veoe plaatsen even ergerljik gedrongen wordt als hier. En ook op 't tarief is nog wel iets af te dingen. Gaat men b.v. met de tram van 't Plein naar Scheveningen en vraagt men een retour, dan zegt de conducteur “Die zijn er niet” en geeft een enkele reis van f 0,12½, terug weer f 0,12½ , maakt samen f 0,25.
Neemt men echter op het Plein een retour Haagse zone voor 10 cent, en bij de Promenade (grens der beide zones) een reour Scheveningse zone voor dezelfde prijs dan betaalt men voor heen en terug Plein—Scheveningen f 0.20, dus f 0,05 minder, terwijl de conducteür zowel op de heen- als op de terugreis dubbel werk moet verrichten, want evenmin als hij op de heenreis vóór de Promenade retour Sch. zone mag afgeven tegelijk met 't retoer H. zone, mag hij op d terugreis tegelijk met in ontvangst nemen van 't biljet Scheveningse zone vóór de Promenade 't biljet Haagse zone aannemen. Ik vond 't wel nodig eens even op deze dingen te wijzen, wij Amsterdammers komen anders zo heel erg in de waan, dat de Haagse tramexploitatie zonder fouten is.
J. S. Amsterdam, 14 September 1906.

Regeling van het verkeer.
Uw mening, dat „geen fatsoenlijk mensch gaarne voor onbeleefd doorgaat", deel ik volkomen, maar — of ook deze storen zich niet aan een beleefd verzoek. Als men enige ogenblikken het verkeer in de Utrechtschestraat gadeslaat, komt men ten minste tot die conclusie. Het zou dan ook nuttig zijn de beleefde verzoeken maar in een strenge bepaling te veranderen en aan de nakoming daarvan de hand te houden. Dat dit laatste ook nodig is, waar zelfs een verbod niet wordt geëerbiedigd, kan uit het navolgende blijken. Aan het wachthuisje in de Sarphatistraat zijn sedert minstens twee jaren borden aangebracht met opschrift: Verboden te rijden, tusschen dit Tramhuisje en de rails van de elektriche tram. Ik heb nimmer ontdekt dat zich koetsiers en handkarrijders ook maar enigszins gestoord hebben aan dit verbod, dat ook ooit daar ter plaatse een agent van politie stond om dit tegen te gaan, tot groot ongerief en gevaar van degenen die aan dit wachthuisje moeten in- en uitstappen. Voor 't verkeer in de Sarphatistraat in de eerste plaats, maar ook in vele andere buurten, zijn maatregelen ter voorkoming van ongelukken zeer zeker dringend gewenst. Bijv. voor de brug van het Weesperpoortstation in die straat waar van drie zijden een groot tramverkeer is en wachtenden voortdurend zijn blootgesteld aan 't gevaar door allerlei voertuigen daartussen door trekkende, of daarlangs, overreden te worden. Vluchtheuveltjes zouden daar ter plaatse zeer goede dienst kunnen doen. Sarphatipark 48. W. I. MESRITZ.

Electr. Tram Amsterdam—Zaanstreek.
De Gemeenteraad van Westzaan heeft in de gisterenavond gehouden vergadering met algemene stemmen aan de Amsterdam and Noord-Holland Electric Company de gevraagde concessie voor de aanleg en de exploitatie van een elektrische tram van Amsterdam door de Zaanstreek met zijlijnen naar Wijk aan Zee en Purmerend, verleend.
De Gemeenteraad van Wormervear heeft reeds de concessie verleend.
In de Raad van Zaandijk gaf de zaak aanleiding tot uitvoerige bespreking.
Nadat de vroeger aan de „Holland-American Company" gegeven termijn was verstreken, kwam in de Raadsvergadering van 30 Augustus jl. in behandeling een concessie-aanvraag van de „Amsterdam & Noord-Holland Electric Company", waarop een beslissing werd verzocht vóór 15 September. De voornaamste bepalingen van deze concessie, welke gevraagd wordt voor 60 jaren, zijn:
De beweegkracht zal geschieden door elektriciteit met bovengrondse geleiding; de spoorwijdte bedraagt 1,435 meter. De werken zullen binnen twee jaar gereed moeten zijn; onderhoud en exploitatie komen voor rekening van de maatschappij. Op afstanden van 250 M. zullen stopplaatsen komen, terwijl ten minste tienmaal daags een tram zal rijden in beide richtingen. De Staat der Nederlanden heeft het recht van naasting.
Bekend is, dat de mening onder de ingezetenen van Zaandijk zeer verdeeld is; een groot gedeelte wenst de tram te doen lopen langs de dorpsweg (Lagedijk), een ander wenst een richting achter de gemeente om.
Uiteindelijk werd met 6 tegen 1 stemmen besloten de gevraagde concessie te verlenen volgens het plan-Lagedijk.
De Heer Vis (wethouder) verklaarde onmogelijk te kunnen meewerken tot de thans vastgestelde ontsiering van deze gemeente, welker belangen hij vele jaren als lid van de raad en als wethouder heeft gediend en zag zich daarom, hoe ongaarne ook, genoodzaakt zijn ontslag te nemen als wethouder. Het verzoek van de voorzitter, om hem te bewegen op dit besluit terug te komen,, mocht niet baten.
Ook wat de gemeente Koog a.d. Zaan betreft is de totstandkoming der elektrische tram thans verzekerd. Met algemene stemmen heeft de Gemeenteraad de concessievoorwaarden goedgekeurd, zodat thans met de gemeenten Wormerveer, Zaandijk en Westzaan de zaak haar beslag heeft gekregen, terwijl te Zaandam de concessie op 31 augustus in beginsel is verleend.
In deze gemeente moet o. m. nog overeenstemming worden verkregen omtrent de te volgen weg tussen de Houthavenkade en de Westzijde bij de Gedempte Gracht.

18-9-1906
Uitsluiting van het verkeer.
B. en W. brengen ter kennis, dat zij in hun vergadering van 11 sept. 1906 besloten hebben om, ten behoeve van de aanleg van een wissel van de gemeentetram in de Haarlemmerstraat, het gedeelte van die straat tusschen Wieringer- en Brouwerstraat uit te sluiten, gedurende het tijdvak van 20 Sept. 1906 tot en met 20 Oct. d. a. v. van het verkeer met rijtuigen, handkarren en onaangespannen trekdieren (hetzij geleid of onder den man).

De Kiesrechtbetooging, uitgaande van het “Nederlandsch Comité voor Algemeen Kiesrecht”, op Oud-Roosenburgh, wordt besloten met een demonstratieve optocht van daar naar het Sarphatipark.
(……………………)
Nu en dan werd even stil gehouden om de tramwagens te laten passeren, en dank zij die goede regeling ondervond het tramverkeer, niettegenstaande de verbazende lengte van den optocht, geen belangrijke vertraging. Wel moesten, gelijk men begrijpen kan, tengevolge van de mensenmassa de tramwagens op de Weesperzijde en op de Amstelbrug langzamer rijden. Te zes uur ongeveer werd het Sarphatipark bereikt, waar velen de stoet stonden af te wachten en waar de betooging een einde nam.

20-9-1906
INGEZONDEN.
Met de opneming van het volgende zult u mij ten zeerste verplichten. Woensdag 5 Sept. j.l. komende uit een woning op de Prinsengracht tussen Spiegelstraat en Vijzelstraat, begaf ik mij naar de tram in de richting Amsteldijk. Op de brug gekomen kwam juist een tram van de richting Dam—Amsteldijk aan en hield op de brug stil. Een heer stapte uit en ik wilde instappen, doch de conducteur sloeg hierop geen acht en belde, staande met zijn rug naar mij toe, af. De tram zette zich in beweging, terwijl ik opstapte en dit had ten gevolge dat ik achterover op straat viel. Behalve dat mijn costuum met modder bespat werd, had dit ongeluk geen andere nadelige gevolgen voor mij dan dagen lang hoofdpijn; ik was zelfs enige tijd onder behandeling van mijn geneesheer. Naar aanleiding hiervan wendde ik mij tot de directie der Gemeentetram om enige schadevergoeding voor het bederven van mijn costuum. Ik meende hierop recht te hebben. Want had de conducteur vóórdat hij afbelde gezien of alles in orde was dan had dit ongeluk kunnen voorkomen worden. Donderdag j.l. liet men mij bij de directie komen, nadat men mij was komen vertellen dat de bewuste conducteur een heel andere lezing van het geval gaf. En werkelijk was dit dan ook zo. In mijn tegenwoordigheid legde hij onder veel geschreeuw een geheel andere verklaring af. Hij deed o.a. uitkomen, dat ik achter de tram omgelopen had. Ik werd dan ook in het ongelijk gesteld en kon als leugenaarster betiteld heengaan. Tijdens het ongeval waren er passagiers in de tram, die mij de verzekering gaven, dat de schuld aan de conducteur lag en deze zouden mij ten zeerste verplichten hun naam en adres aan de redactie dezer courant op te geven, opdat ik mij tegenover de directie kan rechtvaardigen en kan bewijzen, dat de conducteur een geheel andere lezing gegeven heeft. Verder raad ik een ieder aan, die een of ander ongeluk met de tram heeft, zijn medepassagiers beleefd te verzoeken als getuige te willen optreden (ten minste als de schuld bij de conducteur of bestuurder ligt), daar mij blijkt dat de conducteurs al zeer spoedig in het gelijk gesteld worden. De directie had dan ook de moeite kunnen sparen mij nog eens in tegenwoordigheid van de conducteur te horen, daar zij toch de lezing van de conducteur als de juiste aanneemt en er in het geheel zelfs niet aan wil of kan denken dat ook ik waarheid kan spreken. Andere bladen zullen mij ten zeerste verplichten het bovenstaande over te nemen.
U dank zeggende voor de verleende plaatsruimte, Hoogachtend, Uw dw. P.

26-9-1906
GEMEENTEBEGROTING 1907, ALGEMEEN VERSLAG VAN DE AFDELINGEN DER GEMEENTERAAD.
Gemeentetram. Een lid, dat de vermeerdering van het personenvervoer niet voldoende acht, dringt aan op wijziging van het tarief. Men zou gaarne vernemen, welke invloed het vroegritten-verkeer op de financiële uitkomsten van het bedrijf heeft. Een lid vraagt, of er bezwaar zou bestaan bij B. en W. om de sectie Rozengracht—Artis van lijn 10 te veranderen in Raampoort—Artis, en wel met het oog op het drukke verkeer van Nassaukade en Hugo de Grootstraten enerzijds en Nieuwe Leliestraat, Bloemgracht enz. anderzijds. Hoewel men de flinke wijze, waarop het trambedrijf geëxploiteerd wordt, waardeert, meent men toch enige opmerkingen te moeten maken ten opzichte van het rollend materieel. Daarbij wordt gewezen op de slechte ventilatie in de motorwagens, die in de zomer warm en onaangenaam zijn en daardoor veelal leeg blijven. Meerdere en betere open wagens worden gewenst, waarbij die met middengang, voor een vlugge, gemakkelijke controle, aanbeveling verdienen. Ook gordijnen kunnen in warme dagen hun diensten doen. Kunnen, zo wordt gevraagd, bij het aanschaffen van nieuwe motorwagens geen types bedacht worden, waarin meer lucht is te maken zonder tocht. Heeft de stijging der ziektegevallen van de wagenbestuurders aangehouden, of is vermindering te constateren nu die beambten meer aan hun werk gewend zijn ? In verschillende afdelingen wordt aangedrongen op het aanbrengen van glasbeschutting aan de balkons. Men klaagt over het toelaten in de wagens van passagiers met brandende sigaren en pijpen. Bij het toenemend verkeer op Zon- en feestdagen acht men een herhaling van de proef met volgnummers wenselijk, ten einde het dringend publiek aan wat orde te gewennen. De aandacht van B. en W. wordt gevestigd op het Weesperpoortstation, waar thans veelal de wagens der lijnen 3 en 11 „vol" voorbijrijden ten ongerieve van de reizigers der Staatsspoor. Door plaatsing van bijwagens aan het station zou in deze leemte te voorzien zijn; ook zou geregelde stationsdienst aanbeveling verdienen. Een lid zou daar een wachthuisje wensen, indien verbetering op andere wijze niet mogelijk is. Een ander lid meent, dat ook op lijn 4 veelal gebrek aan wagens is. Ten slotte wordt opgemerkt, dat het gehalte der conducteurs te wensen overlaat; men wijst op de houding van velen hunner tegenover het publiek, op de dikwijls al te grote gemoedelijkheid, die afbreuk doet aan een vlug en vlot votvkeer.
In een afdeling wordt ten opzichte van de uitkering van de tram de vraag gedaan, of f 136,000 niet te veel is met het oog op te weinig zekere gegevens, die men nog ten opzichte van de kosten heeft; een ander lid meent, dat de neiging van B. en W. om deze uitkeringen te verhoogen, van invloed is bij de beoordeling van voorstellen tot loonsverhoging, zoals hem o. a. bij de behandeling van het VVerkliedenreglement gebleken zou zijn.

27-9-1906
Brand. Gisterenavond omstreeks 7 uur brak een felle brand uit op een der bovenverdiepingen van perceel 15 in de Paleisstraat, waar het beddenmagazijn is gevestigd van de heer H. Baanemeijer. De brand liet zich aanvankelijk ernstig aanzien; de vlammen sloegen zowel aan de voor- als aan de achterzijde met kracht naar buiten, de zijgevel van het Paleis hel belichtend, terwijl dikke rookwolken op verre afstand de aandacht trokken. Al spoedig kwam van alle zijden de brandweer aangesneld; in een ogenblik waren vijf stoomspuiten op het terrein aanwezig, terwijl een groot aantal slangen op de Vechtleiding in werking werden gesteld. De magiriusladder, tot de nok van het perceel uitgeschoven, deed weer goeden dienst; de brandwachts klommen in een oogwenk naar boven om het vuur van nabij te kunnen aantasten.
De politie had inmiddels de straat tussen de Dam en de N. Z. Voorburgwal geheel afgezet; het tramverkeer langs lijn 1 werd tijdelijk achter het Paleis om geleid, zoodat de afzetting ongestoord kon worden gehandhaafd. (…………….) Te half acht werden de tramwagens weer in de Paleisstraat toegelaten en kon ook het publiek aan de Paleis-zijde passeren. Naar we vernamen ontstond de brand doordat bij het bewerken van kapok enige vlokken hiervan in aanraking kwamen met een gasvlam, waarop het vertrek weldra in lichterlaaie stond. De schade wordt door verzekering gedekt.

29-9-1906
Uitsluiting van het verkeer.
B. en W. brengen ter kennis, dat zij besloten hebben om, wegens het uitvoeren van bestratingswerken ten behoeve van de Gemeentetram, de Schippersgracht uit te sluiten, gedurende het tijdvak van 7 Oct. toten met 18 Nov. d.a.v. van het verkeer met rijtuigen, handkarren en onaangespannen trekdieren (hetzij geleid of order den man). Tevens brengen zij ter openbare kennis, dat de Sohippersgracht gedurende die tijdsruimte is gesloten voor het verkeer met motorrijtuigen en rijwielen.

5-11-1906
Twee trams tegen elkaar gereden.
Ernstig tramongeluk.
Gisteren heeft te Amsterdam een botsing plaats gehad tussen wagens van lijn 10 (M. P.-Station — Zoutkeetsgracht) en lijn 4 (IJveer— Amsteldijk). De motorwagen van lijn 10 voerde een bijwagen mede en beide voertuigen waren (daar juist in deze klok het circus Carré en de Italiaansche Opera uitgaan) overvol. Door de botsing geraakte de bijwagen uit het spoor en werden passagiers beklemd en tegen den grond geslagen. Ontzaglijke ontsteltenis volgde. Schrikgillen en smartkreten mengden zich dooreen. Het aantal gekwetsten was niet aanstonds te overzien. Geroepen werd dat een vrouw ernstig aan de borst was verwond. Bij de apotheker Hempenius in de Nieuwe Vijzelstraat werden de slachtoffers binnengedragen, terwijl in allerijl brancards werden ontboden. Door het opdringen der menigte was het niet aanstonds mogelijk de gevolgen te overzien.

De oorzaak van 't onheil was toen nog niet bekend. Ongeveer kwart vóór twaalf kruisten de wagens van lijn 4 en 10 elkander bii het haltehuisje Weteringplantsoen. Lijn 4 reed uit de Nieuwe Vijzelstraat de Weteringschans over; in dat ondeelbare oogenblik was de motorwagen van lijn 10 dat punt voorbij, maar de bijwagen reed juist over het kruispunt. De wagen van lijn 4 reed loodrecht op de bijwagen, bleef zelf ongeschonden en kon later zijn reis vervolgen zonder dat aan wagen of passagiers enig letsel was toegebracht. De bijwagen van lijn 10 echter had zware schade geleden en erger nog, de inzittenden bleken niet ongedeerd uit het gevaar te zijn gekomen. Er was 'n geschrei en hulpgeroep, waardoor niet de omvang van het onheil was te overzien. Helpende handen, zowel van reizigers als van voorbijgangers, droegen de deerlijkst gekwetsten het wachthuisje der tram in. En gelukkig was daar ook de heer Content, lid der „Vereeniging Eerste Hulp bij Ongelukken” met zijn yerbandtas onmiddellijk aanwezig. Een familie van drie personen bleek het gevoeligste aandeel in de ramp te hebben geleden. De dochter van een onderwijzer, bleek de vrouw te zijn, wie de borstkas was ingedrukt, waarvan wij hierboven gewaagden. Op het oogenblik is men in het hinnengasthuis bezig, haar toestand te onderzoeken. Haar vader had 'n beenwond bekomen, was echter in staat te voet mede te gaan naar het ziekenhuis, de moeder was heftig geschokt. Talrijke andere passagiers waren lichter gewond. Een onder anderen, die van het balkon was geslagen, had een ribbreuk bekomen, een pijnlijke en langdurige geschiedenis dus voor dezen passagier. De anderen vonden hulp bij de apotheker Hempemus en verwijderden zich per rijtuig of te voet. Het levensgevaar schijnt zich dus tot één ongelukkige te hebben beperkt. De bijwagen zag er zeer gehavend uit. Alle ruiten waren aan de zijde der aanrijding verbrijzeld. Van het voorbalkon was letterlijk niets heel gebleven. Ook het onderstel was beschadigd. Slechts 'n ontredderde romp was overgebleven. Een grote massa tramwerklieden werd dadelijk ontboden. Terwijl de politie uit het bureau Ferdinand Bolstraat uitstekend bij het helpen der gekwetsten en het bewaren der orde, hulp wist te bieden. Als waarschijnlijke oorzaak wordt gegist, dat het natte weer en de vallende blaren de rails zeer glad hadden gemaakt en daardoor de wagenvoerder van lijn 4 niet zo aanstonds de wagen tot staan brengen kon. Ondanks het late uur stond een brede schare toeschouwers het toneel aan te gapen, dat nog lang vele gemoederen in beroeping hield.

6-11-1906
Twee tramwagens tegen elkaar gereden.
Zaterdagavond 12 uur heeft op de hoek van de Vijzelgracht en de Weteringschans te Amsterdam een ernstige botsing plaats gehad tussen twee trams.
Een motorwageti yan lijn 4, komende van den Dam, reed tegen de tweede bijwagen van lijn 10, komende uit de richting Plantage.
De bijwagen werd geheel uit de rails geworpen.De passagiers (de wagen was geheel gevuld met bezoekers van de circus Carré) , werden allen meer of minder ernstig verwond.
Twee er van, een dame en een heer, zijn naar het gasthuis vervoerd, de overigen, een 20-tal, werden in de apotheek Hempenius verbonden.
Een passagier, die door de schok van de wagen werd geslingerd, kwam, behoudens enige kneuzingen, met de schrik vrij.
De motorwagen van lijn 4 werd weinig beschadigd, de bijwagen van lijn 10 zwaar. De bak van de wagen en de ruiten zijn stuk. Het tramverkeer ondervond slechts een oponthoud van een minuut of vijf.
Uit Amsterdam wordt ons heden geseind, dat de dame, wier borstkas werd ingedrukt, kort na het ongeval is overleden. Het is de 24-jarige onderwijzeres J. Lenain.

De trainbotsing te Amsterdam.
Het H a n d e l s b l. deelt nog mede : Het onderzoek naar de juiste toedracht van het gebeurde was hedenmorgen in volle gang. Naar ons werd meegedeeld, mag in eerste aanleg worden aangenomen dat de schuld van deze aanrijding rust op de bestuurder van lijn 4. Hij toch was volgens voorschrift verplicht de tram van lijn 10 te doen passeren, alvorens zelf de kruising over te gaan.
Waar bovendien de Vijzelgracht in de riching van tic Fordinand Bolstraat door de wagens van lijn 4 bij het naderen van de Weteringschans zéér langzaam moet worden afgereden, was er voor de wagenbestuurder van deze lijn alle gelegenheid om de tram op lijn 10 te doen passeren. Het doen stilhouden van de wagen is op dit punt bij het in acht nemen van de bepalingen die voor do bestuurders gelden, het werk van een ogenblik. Hot gebeurde toont echter aan, dat de wagen van lijn 4 te veel vaart had en de bestuurder dacht gemakkelijk achter de laatste bijwagen van de tram op lijn 10 te kunnen omrijden. Dat de wagen méér gang had dan op dit altijd min of meer gevaarlijke punt gewettigd is, is o.m. gebleken uit de verwoesting, aan de aangereden bijwagen van lijn 10 toegbracht. De wagen had een zo hevige schok gekregen, dat niet alleen de ruiten aan een der zijden alle waren gebroken, maar ook een wiel aan de zijde der Vijzelgracht geheel was doormidden geknapt. Het rijtuig was verder nog in die mate beschadigd, dat het .geheel onbruikbaar is geworden. De botsing is dus mot geweldige kracht aangekomen en niet veroorzaakt door een rijtuig, dat met zeer zwakke gang tegen de bijwagen aanliep.
Verder vernamen we nog, dat de bestuurder van lijn 4 ook bij zijn chefs bekend stond als een beambte, die weleens buiten zijn boekje ging wat snel rijden betreft en derhalve niét al te best stond aangeschreven. De man is onmiddellijk geschorst in afwachting van een nadere beslissing der tramdirectie. Behalve de straf die hem van deze zijde wacht, zal de wagenbestuurder ook door de rechterlijke macht ter verantwoording worden geroepen, vermoedelijk met een vervolging wegens het veroorzaken van dood door schuld.

Het tramongeluk te Amsterdam.
De zwaargekwetste overleden.
De zwaar gewonde onderwijzeres, de vijfentwintigjarige Julia Lenain, wonende Nassaukade 134 te Amsterdam is na aankomst in het Binnengasthuis overleden. Zij stond, toen het ongeval plaats vond, op het achterbalkon van de verbrijzelden wagen. Door de schok sloeg zij er af en geraakte onder de wielen van het uit de rails gelichte tramrijtuig. In het gasthuis heeft zij nog even met haar moeder gesproken. Zoals is te begrijpen zijn de ouders, die met hun dochter welgemoed van Carré kwamen, totaal verslagen. De zo ongelukkig om het leven gekomen juffrouw was geëngageerd en zou binnenkort in het huwelijk treden. Degenen, die bij de botsing der gemeentetram in de avond van de 4e dezer aan de Weteringschans werden gewond, of daaromtrent inlichtingen kunnen verstrekken en nog niet hierover door de politie werden gehoord, worden beleefd verzocht zich bij de commissaris van politie in de Ferdinand Bolstraat te vervoegen of hun adres aan deze op te geven. Ofschoon de juiste oorzaak van het treurig ongeval nog niet geheel is vastgesteld, is reeds duidelijk gebleken dat de bestuurder van den motorwagen van lijn 4 schuld heeft. Hem wordt verweten ten 1e harder te hebben gereden dan veroorloofd en ten 2e de wagen van lijn 10 niet te hebben laten passeren. De man staat bij de chefs bekend als iemand die dikwijls de in de verschillende straten voorgeschreven snelheid overschreed. Hij is thans onmiddellijk geschorst, Het is verder niet onmogelijk dat de bestuurder met de justitie zal kennis maken vanwege het veroorzaken van dood door schuld.
Het Handelsblad was gisteravond in de gelegenheid de wagenbestuurder te spreken, met wiens tramrijtuig de noodlottige botsing op de Weteringschans plaats had. De man gaf ons een uiteenzetting van zaken, waarvan wij de hoofdpunten hier weergeven.
Ik kwam met mijn wagen in langzamen gang de Vijzelgracht afrijden. Toen ik nabij de hoek de trein op lijn 10 zag naderen gaf ik met de bel het gebruikelijke sein om te kennen te geven, de kruising te willen passeren. Dit ter uitvoering van het voor ons geldende directie-voorschrift, dat de wagens met het laagste beugelnummer de voorrang hebben boven de rijtuigen met het hoogste beugelnummer. Mijn sein werd beantwoord door de bestuurder van lijn 10, eveneens met de bel, om mij te doen verstaan, dat hij mijn waarschuwing had begrepen. Het wisselen dezer belsignalen is tussen ons gewoonte. Ik reed derhalve door, in de veronderstelling dat de tram op lijn 10 zou worden stopgezet. Doch ondanks het beantwoorde sein, gleed de trein op de kruisende lijn voort. Toen ik dit bemerkte, gaf ik onmiddellijk tegenstroom, remde ik met de handrem en bracht ik de z.g. zandstrooier in werking. Ondanks deze maatregelen gleed mijn wagen wegens de zeer gladde rails door. Dat ik alles heb gedaan om een aanrijding te voorkomen en volstrekt niet te veel vaart had, mag o.a. hieruit blijken, dat van de lange trein op lijn 10, twee wagens mijn rijtuig nog voorbijreden en ik eerst tegen den derde en laatste wagen aanbotste. Had mijn wagen te veel gang gehad, dan zou ik vast en zeker het motorrijtuig van de trein op lijn 10 hebben aangereden en ongetwijfeld de eersten bijwagen. — Waarom, vroegen we hem, maakte u geen gebruik van de elektrische rem? Om de eenvoudige reden, dat dit totaal doelloos zou zijn geweest. De tegenwoordige constructie der elektrische remmen is van dien aard, dat haar werking op korte afstand nihil is. Ze zijn te zwak van stroom, om de wagen onmiddellijk tot staan te brengen. Mij zou het elektrisch remmen niets hebben gebaat; het botsen op de laatste bijwagen van lijn 10 zou evenzeer onvermijdelijk zijn geweest. En in die klacht over de electrische rem sta ik heus niet alleen.
— Wat kan de bestuurder op lijn 10 bewogen hebben, ondanks het door hem gegeven belsein door te rijden in stede van te stoppen, zoals dat volgens u had behoord?
De verklaring ligt m. i. voor de hand. De wagens op lijn 10 zijn reeds enige tijd voorzien van een z. g. stroommeter, waarmede gecontroleerd wordt of de bestuurder te veel stroom verbruikt. Sedert deze maatregel is ingevoerd, is iedere bestuurder er op uit, zo zuinig mogelijk te rijden. Dit heeft o. m. ten gevolge dat men vermijdt als het maar even gaat, te stoppen. Want het opnieuw inschakelen van de wagen vereist een ogenblik meer stroom, wat onmiddellijk door de meter wordt aangegeven. Dit zal de bestuurder op lijn 10 er toe gebracht hebben, tegen het voorschrift in, het eerst de kruising te passeren. Hij won aldus een keer stoppen uit. Daar komt nog bij dat op de z. g. Carré-tram een conducteur-wagenbestuurder dienst deed, iemand die voor laatstgenoemde functie slechts invalt en derhalve niet de routine bezit van een gewone bestuurder. Ware deze laatste op de wagen geweest, hij zou zijn trein wel met ietwat snellere gang over de kruising hebben doen gaan. „Ik zie, aldus besloot de man, werkelijk mijn schuld in deze niet in”.
Wat betreft het voorschrift van het doen passeren der lagere nummers vóór de hogere, vernamen wij nader, dat dit voorschrift inderdaad bestaat; wanneer evenwel een bestuurder ziet, dat de kruisende wagen van hoger nummer het snijpunt reeds zeer dicht is genaderd, dan is de wagenvoerder op het rijtuig van het laagste nummer wel degelijk verplicht te stoppen, omdat het in dat geval dwaasheid zou zijn de dichtst genaderde wagen stop te zetten en de verst verwijderde te doen doorrijden, wat nutteloze tijdverspilling zou veroorzaken. Volgens onzr inlichtingen zou dit laatstbedoelde geval zich Zondagavond hebben voorgedaan en de bestuurder van lijn 4 in gebreke zijn gebleven als boven aangegeven te handelen.

 
<< naar intro mediatijdlijn

door naar 1907 >>

Verantwoording en disclaimer:
Cees Pot heeft voor de totstandkoming van deze tijdlijn de database van de website "Historische kranten in beeld" geraadpleegd. Deze website is een initiatief van de Koninklijke Bibliotheek. Deze instantie heeft ons toestemming verleend voor publicatie op deze wijze.

* Soms komen er in de artikelen fouten en onjuistheden voor. Om wille van de authenticiteit is besloten deze ongewijzigd te laten.

laat een berichtje achter

omhoog

 
 

 

Bezoekersteller

eXTReMe Tracker