Mediatijdlijn van de Amsterdamse tram
Geheugen van de Amsterdamse tram

<< naar intro mediatijdlijn

door naar 1908 >>

Share |

MEDIATIJDLIJN AMSTERDAMSE TRAM 1907
door Cees Pot
e-mail:
ceespot@amsterdamsetrams.nl

1907

5-1-1907
Door het nemen van een te korte draai is op het Leidscheplein een bespannen bierkar aangereden door een tramwagen, waardoor het paard kwam te vallen en een der wielen van de bierwagen onder den motorwagen raakte. Met behulp van omstanders werd de motorwagen gelicht en het wiel van den bierkar daaronder uitgehaald. Het tramverkeer ondervond hierdoor tien minuten vertraging.

16-1-1907
Zondagavond te ongeveer half acht zijn op de hoek van de Rapenburgerstraat en het J. D. Meijerplein twee tramwagens van lijn 7, komende uit verschillende richting, doch die, doordat een seinlicht niet werkte, zich op hetzelfde spoor bevonden, tegen elkaar gereden, waardoor een der wagens uit de rails liep. De wagen was spoedig weer in de rails teruggebracht. Persoonlijke ongelukken gebeurden niet. Noemenswaardige schade werd ook niet aangericht.

19-1-1907
Motor-Omnibussen
Het omvangrijk stadsgedeelte, gelegen tussen de Raadhuisstraat en de Haarlemmerstraat, is zeer misdeeld wat de verkeersmiddelen betreft. Meer dan eens is het denkbeeld besproken om daar een tram aan te leggen, met een eventuele demping van de Blauwburgwal, door de Heeren- en Prinsenstraat en de stegen tussen de Blauwburgwal en de N. Z. Voorburgwal, maar de hoge kosten schrikten af. Een meer uitvoerbaar plan is dat van een motor-omnibusdienst, die ook door betrekkelijk nauwe straten mogelijk is. Motorbussen zijn iets van deze tijd. Ze hebben een toekomst, dat blijkt uit het aanvankelijk succes dat dergelijke wagens in enkele van de grote Europese steden hebben. Om de mogelijkheid van een motor-omnibusdienst door het westelijk gedeelte van onze stad te onderzoeken werden gistermiddag proefritten gehouden met de twee nieuwe motorpekelwagens van de Gemeentetram, die, zoals men weet, niet op rails lopen en die ongeveer de grootte hebben van een eventueele motoromnibus. Die proefritten werden mede gemaakt door de wethouder van gemeente-bedrijven, Mr. Heemskerk, de leden van de Raadscommissie van bijstand voor die bedrijven en de technische hoofdambtenaren van de tramdienst.
De proeven betroffen voornamelijk de beantwoording van de vraag, of de omnibussen elkaar op de Blauwburgwal en in de Prinsen- en Heerenstraat kunnen passeren en zonder bezwaar enige lastige hoge bruggen en scherpe hoeken kunnen overwinnen.
Het traject waarlangs de proefritten gehouden werden was als volgt: Dam, Mozes en Aaronstraat, langs het postkantoor, Raadhuisstraat, Singel, de Torensluis over, Singel Westzijde, Blauwburgwal, Heerenstraat, Prinsenstraat, de brug over waar onlangs het ongeval met de brandweer-automobiel geschiedde, Westerstraat, Marnixplein, brug bij het Frederik Hendrikplantsoen, Nassaukade, brug bij de Kattensloot, Tweede Nassaustraat, Van Limburg Stirumstraat, Haarlemmerweg, Van Hallstraat en Van der Hoopstraat, en dezelfde weg terug. De proefritten gaven een bevredigend resultaat; ook in de drukke straten der dichtbevolkte wijken, waar hele troepen joelende kinderen de wagens volgden, kon het rijden ongehinderd geschieden en het elkaar passeren van de wagens in de nauwste straten van het traject ging eveneens zonder bezwaar.
De proefnemingen en plannen zijn in een zeer voorlopig stadium, maar men mag er zich intussen over verheugen, dat er plannen zijn en dat die bij de allereerste proefnemingen althans niet op onoverkomelijke bezwaren zijn gestuit.

24-1-1907
IJS.
De baan van de Amsterdamsche IJsclub aan de v. Baerlestraat is geopend. Het zwart-roode vaantje stond vanmorgen op de tramwagens als welkome bode. Of eigenlijk welkom met een vraagteken, want of het rijden met zo’n moordenden wind nu nog tot de genoegens behoort, mag betwijfeld worden. Overigens is het ijs, niettegenstaande de scherpe noordooster, die op het Museumterrein nog vrij wat vinniger waait dan elders in de stad, prachtig hard en glad. Vanmorgen had op de baan één ontembaar schaatsenrijder het rijk alleen om er van te profiteren

25-1-1907
De Vorst.
't Heeft zo hard gevroren, dat de houten bestrating van tal van bruggen in de stad op verschillende plaatsen vrijwel vernield is. (……….) Nog ergerr is het gesteld met de grote brug tegenover de Van Woustraat. Hier is het hout opgekrompen en staat 't wel een halve meter in de hoogte. Het verkeer is daar ook voor paarden en rijtuigen gestremd. De tram kan echter doorrijden.

28-1-1907
Sneeuw.
De sneeuw, die in de lucht zat, is weer voor een deel op Amstel's straten neergestreken. Er is nog niet veel gevallen, doch er dreigt nog een duchtig pak los te komen. (……) De tram had totaal geen hinder van deze sneeuw. Er werd goed gepekeld en herhaaldelijk werden de rails schoongeveegd. De elektrische spoor Amsterdam—Haarlem heeft vandaag geen last ondervonden van de sneeuw. Alleen de eerste dienst had een half uur vertraging.

30-1-1907
Gistermorgen ongeveer half tien reed een wagen met cokes van de firma Strating & Co. door de Vijzelstraat in de richting van de Munt. Bij de Kerkstraat sloeg het paard op hol, waarschijnlijk omdat 't schrikte voor de tram. In dolle vaart slingerde de wagen door de straat, zodat de cokes er af vloog en er later heel wat op te ruimen viel. Bij de Reguliersdwarsstraat werd het paard gegrepen en tot staan gebracht, gelukkig zonder dat het enig ongeluk veroorzaakt had.

5-2-1907
De Sneeuw.
Onophoudelijk valt er maar weer sneeuw, (……………) Ook de tramdienst heeft dit jaar heel wat te stellen met de sneeuw. Maar dank zij de mooie auto-pekelwagens, welke ook ‘s nachts de rails vochtig houden, kan de dienst ongestoord doorgaan, en zijn er geen grote vertragingen. (………..)

15-2-1907
GEMEENTERAAD.
De zitting van gisteren (13-2) werd geopend met de aankondiging van een interpellatie. De Heer Vliegen wilde B. en W. iets vragen over een opdracht, welke aan de conducteurs van de tram schijnt verstrekt te zijn over het bewaren en in orde houden van biljettenboekjes, en die moeilijk schijnt na te komen — maar deze interpellatie is niet gehouden. De Heer v. d. Bergh maakte bezwaar tegen dat interpelleren over zaken waarvan in de regel alleen de interpellant en B. en W. op de hoogte zijn en daarom wilde hij, dat voortaan interpellaties van te voren zouden worden aangekondigd. De Burgemeester meende, dat dit niet altijd nodig was; er zijn van die vragen, welke zonder bezwaar dadelijk gedaan en beantwoord kunnen worden. Door ze op te houden geeft men aan dergelijke interpellaties een gewicht, dat zij niet verdienen. In 't algemeen echter verklaarde hij zich niet tegen inwilliging van de wens van de heer v. d. Bergh en dus zal dan de heer Vliegen de vragen in de volgende Raadszitting mogen doen.

18-2-1907
Gesloten Trambalkons.
Zooals men weet heeft het Raadslid J. ter Haar Jr. een voorstel ingediend om bij wijze van proef een twintigtal motortramwagens van glasbalkons te doen voorzien. Maar B. en W. stellen in een onlangs verschenen preadvies voor, op dat voorstel n i e t in te gaan. Aan de hand van een rapport van de directeur van de tram achten zij gesloten balkons voor onze stad onbruikbaar wegens de grote belemmering, die zij bij het in- en uitstappen der passagiers zouden veroorzaken. In het bijzonder vestigen zij de aandacht op de volgende bezwaren:
1. de storing van het, vooral hier, waar de wagens rijden door nauwe, overdrukke straten, zo nodige, voortdurend onbelemmerde uitzicht van de wagenbestuurder;
2. de moeilijkheid en het tijdverlies, welke ontstaan bij het verzetten van wisseltongen, waarvoor het personeel de wagen zal moeten verlaten;
3. het verloren gaan van minstens één plaats op de balkons, doordat de remstangen achteruit moeten worden geplaatst, om de daarop geplaatste remkrukken binnen de glaswand te doen draaien. In verband hiermede zal voorts, om het werk van de wagenbestuurder niet onmogelijk te maken, de op de balkons aangebrachte steunstang moeten worden verwijderd;
4. het ongerief, dat de ventilatie van de wagens in de zomer wordt bemoeilijkt en dat de tabaksrook van de passagiers op het voorbalkon in de wagen doordringt.
Het trampersoneel is sterk vóór de maatregel en heeft gisteravond in het gebouw van de Maatschappij voor den Werkenden Stand een goed bezochte vergadering gehouden, waarin de noodzakelijkheid van invoering is betoogd.
Op verzoek van de belanghebbenden had Dr. J.A. Boom, geneesheer hier ter stede, zich bereid verklaard de hygiënische voordelen van gesloten boven open balkons uit een te zetten. De spreker noemde de betrekking van wagenbestuurder op een niet gesloten balkon het meest voor de gezondheid schadelijke van alle vervoersberoepen, tengevolge van de gezondheidsstoornissen, veroorzaakt door koude, wind, sneeuw, regen en stof. De wind b.v. stelt te hoge eisen aan het ademhalingsorgaan, zodat dit vóór de tijd versleten is, en stofbrillen beletten wel het stof in de ogen te komen, maar beschermen niet neus, mond en oren. Op open balkons kan het op die wijze veroorzaakte lichamelijk lijden van de bestuurders hun aandacht zodanig afleiden, dat ook de veiligheid van het publiek gevaar loopt, daar de capaciteit van het menselijk zenuwgestel haar grenzen heeft.
Om al deze redenen achtte spr. het de plicht van de werkgever de bestuurders door gesloten balkons te beschermen en tegen invoering van die maatregel mogen geen financieele bezwaren worden aangevoerd, wat ook niet nodig is, als men bedenkt dat een gezond personeel óók bezuiniging geeft. Na deze met langdurig applaus beantwoorde uiteenzetting kwamen enige sprekers „uit de praktijk" aan het woord.
't Eerst voerde een wagenbestuurder van de elektrische tram Amsterdam-Zandvoort het woord. Hij prees de gesloten glazen balkons die bij de wagens op die lijn zijn ingevoerd ten zeerste en betoogde, dat geen enkele van de nadelen, welke B. en W. van Amsterdam vrezen, zich daar heeft vertoond. Was de maatregel zo in 't nadeel van het publiek, dan zou dat wel in verzet zijn gekomen, maar het tegendeel is waar; ook het publiek juicht gesloten balkons toe en maakt er gaarne gebruik van, zowel van het vóór- als van het achterbalkon, terwijl men in Amsterdam het voorbalkon meestal leeg ziet. Geen enkel ongeluk heeft men aan het bestaan van gesloten balkons kunnen toeschrijven en waar deze balkons nu geen gevaar opleveren voor de nauwe straten van Haarlem, bestaat dit bezwaar zeker niet voor de ruimere straten van Amsterdam.
De spreker had niet gedacht, dat B. en W. met het financiële argument, het verlies van één staanplaats op de balkons, zouden zijn gekomen, maar nu dat wel zo is, merkte hij op, dat dit verlies ruimschoots zal worden gecompenseerd door besparing op regenjassen en dikkere, dus duurdere kleding voor de bestuurders. In dit verband wees ook deze spreker op het financiële voordeel van een gezonder personeel. De cijfers toch tonen aan, dat van alle categorieën van trampersoneel, de wagenbestuurders op gesloten balkons het gezondst zijn. Bij de Haarlemse tram betaalden in 1905 de wagembestuurders voor hun ziekteverzekering f 6.96½ per man en aan hen behoefde slechts wegens ziekte te worden uitgekeerd f 3.71½ per man. Deze laatste cijfers waren voor de andere categorieën aanmerkelijk hoger, nl. voor de conducteurs f 7.16 en f 5.98, voor het personeel van weg en werken f 7.85 en f 5.01 en voor het remisepersoneel f 7.58 en f 11.96. Ook over 1906 doen zich dezelfde gunstige verschillen voor. Daaruit, meende spr. blijkt ten duidelijkste, dat gesloten balkons de gezondheidstoestand zeer bevorderen.
Een ander spreker, wagenbestuurder te ‘s-Gravenhage, waar de balkons óók gesloten zijn, was even beslist in zijn mening over de voordelen er van. Terwijl in Amsterdam de wagenbestuurders in dikke jassen en mutsen gehuld, toch nog onbeschermd blijven tegen het gure weer, staan de Haagsche wagenbestuurders op pantoffels achter hun kijkglazen en de dienst marcheert er even goed om. De Haagse tramdirectie heeft erkend, dat zolang als zij bestaan, de gesloten balkons geen enkel ongeluk hebben veroorzaakt. De ervaring logenstraft de tegenwerping, dat de bestuurder bij slecht weer minder goed door de glazen zou kunnen zien. Juist het omgekeerde is waar; in regen of sneeuw staande ziet de bestuurder op het open balkon minder goed, omdat hij onwillekeurig z’n ogen dicht doet als sneeuw- of regenvlagen hem in het gezicht striemen. Ook is nog geen geval bekend, dat bij strenge vorst het glas bevroren is, evenmin als van belemmeringen bij het verzetten van de wissels. Dat gaat in Den Haag door het openen van een zijdeurtje en het daardoor uitsteken van een wisselstok even vlug als te Amsterdam. Ook het in- en uitstappen van passagiers leverde in Den Haag niet het minste bezwaar op.
Daarna spraken nog een tweetal Amsterdamsche wagenbestuurders, die verklaarden in Haarlem en den Haag de toestand onderzocht te hebben en volkomen de gunstige mededelingen van de collega’s uit die plaatsen te kunnen onderschrijven.
Daarna werd met algemene stemmen een motie aangenomen, waarin de vergadering het bestuur opdroeg, een adres te richten aan de Amsterdamse Gemeenteraad, waarin wordt aangedrongen op aanneming van het voorstel Ter Haar „zo mogelijk in nog uitgebreider zin". De vergadering werd bijgewoond door de heer Ter Haar en enkele andere raadsleden. Herhaaldelijk was aan eerstgenoemde hulde gebracht voor zijn initiatief, terwijl verzekerd werd, dat de aanwezigheid van de. raadsleden zeer op prijs werd gesteld.

19-2-1907
Ter Secretarie zijn ter lezing gelegd:
Adres van de wed. L. Gorter.
Door B. en W. is preadvies uitgebracht op het verzoek van de wed. L. Gorter, om haar een schadeloosstelling ineens of een vaste uitkering per maand toe te kennen, daar haar man op 19 December 1906 door een tramwagen is overreden en dit ongeva! een gevolg zou zijn van de onvoldoende veiligheidsmaatregelen door de gemeente tegenover de Vijgendam genomen.
B. en W. delen mede dat bij het ongeval geen schuld aan het personeel in dienst der gemeente kan worden ten laste gelegd en dat het alleen heeft plaats gevonden doordat de overledene de nodige voorzichtigheid niet heeft in acht genomen, die bij het overgaan in het bijzonder van een druk verkeerspunt als de Dam bij de Vijgendam moet worden betracht.
Zij stellen dus voor op het adres afwijzend te beschikken.

20-2-1907
Vals Geld.
Gelijk men weet, werden in de laatste tijd niet alleen te Groningen, doch ook te Amsterdam valse geldstukken in omloop gebracht en 't waren vooral tramconducteurs, die dupe van het bedrog geworden zijn. 't Is niet onmogelijk, dat er verband bestaat tussen de Groninger arrestanten en de lieden, die het valse geld te Amsterdam hebben uitgegeven. Het onderzoek daaromtrent is uit de aard der zaak pas aangevangen.

21-2-1907
Storm.
Op het Waterlooplein is een boom omgewaaid en op een draad van de elektrische geleiding der tram gevallen, waardoor twee palen werden verbogen.

22-2-1907
Gemeenteraad, zitting van 20 februari
Vervolgens is de
Agenda
aan de orde. Deze begint met het houden van enige interpellaties.
De Heer Vliegen verkrijgt het woord, om B. en W. een paar vragen te stellen naar aanleiding van de instructie die aan de tramconducteurs is gegeven, ten aanzien van de verrekening van door hen verkochte tramboekjes. De conducteurs rekenen niet altijd dadelijk af en nu heeft de directeur bekend gemaakt, dat, indien niet zodra mogelijk wordt afgerekend of een conducteur de boekjes niet altijd tonen kan, dit gelijkgesteld zal worden met diefstal, waarop een zware straf is gesteld. Spr. wees er op, dat de conducteurs aan dat voorschrift niet altijd voldoen kunnen, dat de term “zodra mogelijk” vaag is, en dat het gebruik van uitdrukkingen als «vergrijpen» en «diefstal» beledigend zijn voor de conducteurs.
De conducteurs hebben daarom getracht de kennisgeving te doen intrekken, waarop de Directeur heelt medegedeeld, dat de toepassing niet zoo zwaar bedoeld is als zij wel denken. Spr. meent echter, dat er tussen den tekst van een instructie en de uitvoering geen strijd moet zijn en acht 't verkeerd kleine vergrijpen en verzuimen als «diefstal» te kwalificeren, daar ook arbeiders hun eergevoel hebben. Nog wijst spr. er terloops op, dat voor deze zaak om de haverklap boeten van f 1 worden opgelegd. Dat vindt hij een grote schande.
Weth. Heemskerk zegt dat de maatregel is ingevoerd in het belang van de conducteurs. Het kwam wel voor, dat conducteurs, naar hun verantwoording van de boekjes gevraagd, deze niet konden geven, en al was dit niet opzettelijk, 't was tooh op de rand van verduistering. De zaak werd door het personeel niet ernstig opgenomen; als het de boekjes niet verantwoordt, dacht het, komt de zaak van zelf terecht, door altijd mogelijke inhouding op het tractement. Maar B. en W. meenden toch dat zij in deze, zoals de heer Vliegen zelf eerst gewild heeft, een «vaste hand» moesten hebben (Gelach). Nu spreekt 't van zelf dat de Directeur elk geval op zichzelf zal onderzoeken en niet maar dadelijk het gebeurde als «diefstal» zal kwalificeeren. De Heer Vliegen zegt, dat de conducteurs niet altijd na afloop van elke rit de staat van verkochte boekjes kunnen invullen, daar zij daarvoor wel eens geen tijd hebben. Dit erkent spr. tot op zekere hoogte, maar de bedoeling van de circulaire is dan ook, hen aan te zetten tot een regelmatige invulling, wat ook voor de conducteurs wenselijk is. Wat betreft de boetes, zegt spr., dat de heer Vliegen dit onder de roos heeft gezegd; dat komt dus niet in de kranten; maar overigens had de heer Vliegen ongelijk met te zeggen, dat om de haverklap boetes worden opgelegd, daar in het laatste jaar het bedrag aan boeten slechts f 400 is geweest. Spr. herhaalt ten slotte, dat de circulaire niets beledigends bedoelt, al erkent hij, dat een jurist haar wel enigszins anders zou hebben gesteld.
De heer Vliegen zegt, dat hij hoopt, dat de tekst dan veranderd zal worden en het woord diefstal geschrapt zal worden. Overigens houdt hij zijn kwalificatie van het boetestelsel vol. Er worden bij de tram veel te veel kleine boeten opgelegd.
De heer van Gigch erkent mede, dat de uitdrukking «diefstal» minder juist is. Het ware woord zou «verduistering» geweest zijn, en 't is goed dat de conducteurs daartegen van te voren gewaarschuwd zijn. Voorts meent spr., dat, als de conducteurs zo op hun rechten staan, zij ook wel eens aan hun verplichtingen mogen worden herinnerd. De conducteurs toch zijn niet altijd even welwillend tegenover het publiek. Toen spr. na de laatste avondzitting in gezelschap van de heeren Ter Haar en Hendrix in lijn 1 stapte, was de conducteur bezig met iets te doen aan het licht in de wagen. Dat duurde vrij lang, en toen een der heren vroeg: «Zouden wij niet eens vertrekken?» volgde geen antwoord. Enige tijd later echter zei de conducteur leukweg: «Wij gaan niet de gewonen weg, maar over de Rozengracht naar de remise.» Spr. meent, dat deze conducteur dat dadelijk bij het instappen had kunnen zeggen. De Heer Heemskerk erkent dit laatste, waarmede de interpellatie-Vliegen was afgelopen.

25-2-1907
Tram tarief.
Mijnheer de Redacteur!
Naar aanleiding van een bericht, voorkomende in het blad van 15 Februari j.l., waarin werd meegedeeld, dat de nieuwe tramtarieven vóór 1 juli a.s. aan de goedkeuring van de Gemeenteraad zullen worden onderworpen, verzoek ik u beleefd voor het onderstaande een plaatsje in uw blad. Zou er geen kans zijn, in de vernieuwde tramtarieven de bepaling op te nemen, dat een abonnement ook voor één lin zou verkregen kunnen worden? Hoevelen zullen met mij in het geval verkeren, dat steeds van dezelfde lijn wordt gebruik gemaakt om het terrein der dagelijkse werkzaamheden te bereiken ? Wat heeft men dan in zulk een geval aan een abonnement op alle lijnen (tarief A), hetwelk een prijs van ƒ 76 kost per jaar? Naar mijn mening zou de toevoeging aan de thana bestaande tarieven van een tarief C voor een abonnement op één lijn, tegen een bedrag van ƒ3O per jaar (voor de 6 werkdagen) voor zeer velen gewenst zijn. Aan hen, wier belang meebrengt, dat een zodanig tarief tot stand komt en zich met bet vorenstaande kunnen verenigen, het beleefd verzoek, hun naam en adres in te zenden aan Huize Vliedzorg, Linnaeusstraat 71.
U, mijnheer de redacteur, dankend voor de verleende plaatsruimte,
Hoogachtend, A. Koenen Pzn.

4-3-1907
Het politierapport van heden vermelde niet minder dan vier botsingen van voertuigen met tramwagens. Op het Kadijksplein reed een met flessen beladen vrachtwagen tegen een tramrijtuig. Resultaat: beschadigde tram en vele gebroken flessen. In de Czaar Peterstraat een botsing met een bierwagen, een sterke kar, die een stootje kon velen; beter dan de lantaarn van de tram, die defect geraakte. In de Bilderdijkstraat een botsing met een verhuiswagen. Daar kwam de tram er goed af en moest alleen de verhuiskar het ontgelden. En eindelijk een. botsing met een vrachtwagen op de hoek van de Ferdinand Bolstraat en de Stadhouderskade. Resultaat: beschadiging van het voorbalcon van de tramwagen.
Vraag: Gaan de trams harder rijden, of worden onze Amsterdamse voerlieden zoo onbesuisd?

11-3-1907
GEMEENTERAAD
De leden van de Gemeenteraad zijn bijeengeroepen voor een openbare vergadering op Woensdag 13 Maart 's nam. 1¼ uur, ter bespreking van o.m.:
— 196. Afwijzend preadvies van B. en W. op het verzoek van de wed. L. Gorter om een schadeloosstelling, omdat haar man door een tramwagen overreden is.

12-3-1907
Een 9-jarig knaapje geraakte in de Dapperstraat al spelende onder een motorwagen van de tram. Het kind liep slechts een kleine wond aan het voorhoofd op.

In het gemeenteblad zijn opgenomen.
Motoromnibuslijn door de Jordaan en buiten de Haarlemmerpoort.
Zoals bekend is, is het gemis van een tram door de Jordaanwijk meermalen ter sprake gekomen. Wegens de geringe breedte van de straten in en nabij deze wijk zijn echter aan een tramlijn te grote bezwaren verbonden. Er is dan ook reeds gedacht aan een motoromnibusdienst en proeven in dit opzicht zijn reeds genomen. Het resultaat daarvan is, dat B. en W. thans een voordracht bij de gemeenteraad hebben ingediend om, voorlopig nog bij wijze van proef, het tramwegnet uit te breiden met zulk een motor-omnibuslijn, lopende van de Haarlemmerweg bij de Van Hallstraat door de Jordaanwijk naar de Dam.
Deze als lijn 14 aan het bestaande net toe te voegen lijn zal de volgende weg nemen: Haarlemmerweg bij de Van HaiJtstraat, Van der Hoopstraat, Van Limburg Stirumstraat, 3e Nassaustraat, Nassaukade, Marnixplein, Westerstraat, Prinsengracht, Prinsenstraat, Heerenstraat, Blauwburgwal, Singel, Torensluis, Singel, Raadhuisstraat, Dam.
B. en W. delen mee, dat bij de proefritten, welke langs deze wegen reeds genomen zijn, niet van bezwaren is gebleken; alleen zal bij sneeuwval, met het oog op bruggen en scherpe bochten, buitengewone voorzichtigheid moeten worden in acht genomen. In deze lijn liggen twee bruggen: die over de Singelgracht vóór het Frederik-Hendrikplantsoen en die over de Lijnbaansgracht vóór de Westerstraat, welke versterkt zullen moeten worden.
De bedoeling is motorvoertuigen in gebruik te stellen, die 20 passagiers kunnen bevatten, nl. 14 binnen en 6 op het achterbalkon.
Voorlopig zullen de wagens om de 10 minuten rijden. 't Ligt in de bedoeling om zo spoedig mogelijk een 5-minutendienst in te voeren.
Voldoet de proef dan kan deze later worden uitgebreid tot andere stadsgedeelten:
Voor de beweging der omnibussen zullen benzinemotoren gebezigd worden.
Voor de aanschaffing van 6 van zulke wagens, het inrichten van een reparatiewerkplaats en het versterken van de genoemde bruggen vragen B. en W. een som van f 65,000.

14-3-1907
Een geldloper van “Werkspoor”, die op het Postkantoor f 55.000 heeft afgehaald, werd het slachtoffer van een zakkenroller. Hij vermoedt dat dat gebeurd is, toen hij op het Stationsplein in lijn 13 stapte, waar een lange man, waarvan hij maar een vaag signalement kon geven, in het gedrang naast hem stond. Van de dader ontbreekt elk spoor. “Werkspoor” heeft een beloning van f 5.000 uitgeloofd voor de terugbezorging van de gestolen som.

23-3-1907
Op de Prins Hendrikkade is een passagier van de tram, bij het uitstappen uitgegleden. Hij bezeerde zich daarbij zo erg aan zijn been, dat hij in het Israëlietisch Ziekenhuis, moest verbonden worden.

25-3-1907
GEMEENTERAAD.
De leden van de Gemeenteraad zijn opgeroepen voor een openbare vergadering op Woensdag 27 Maart, ter behandeling van o.m.:
— 268. Voordracht van B. en W., om bij wijze van proef het tramnet uit te breiden met een inotoromnibuslijn, lopende van de Haarlemmerweg bij de Van Hallstraat door de Jordaanwijk naar de Dam; — 984. Voorstel van het raadslid Ter Haar, om bij wijze van proef 20 motorrijtuigen van glas balkons te doen voorzien ; met afwijzend preadvies van B. en W.

27-3-1907
Fiets en Tram.
Hedenmorgen kwam een wielrijder van de Keizersgracht af de Leidschestraat inrijden. Hij nam de bocht wat te groot en botste daardoor tegen een van het Leidscheplein komenden tramwagen aan. Noch hijzelf, noch de wagenbestuurder hadden elkaar van te voren kunnen zien, zodat geen van beiden zijn vaart had kunnen verminderen. De wielrijder zou 't er dan ook niet levend afgebracht hebben, als hij niet de opmerkelijke tegenwoordigheid van geest had gehad om op de stootbalk voor het spatbord te springen en zich met beide handen de rand daarvan vast te grijpen. Zó, neus aan neus met de wagenbestuurder bleef hij overeind staan, terwijl de tram over zijn fiets heen reed. Toen de tram tot stilstand staan was gekomen, bleek inderdaad dat de man hoegenaamd geen letsel gekregen had. De fiets was totaal vernield.
Als op woensdag het voorstel van de heer Ter Haar, om de trambalkons van glas te voorzien, in de raad komt, kan deze gelukkige redding die aan het open balkon te danken is, wellicht een argument tegen dat voorstel worden.

In de St.-Anthoniebrees traat ïs een bespannen vrachtwagen in botsing gekomen met een tramwagen, welke daardoor enigszins werd beschadigd.

29-3-1907
Een Tram naar de Vechtstreek.
Zoals men uit het verslag, van de Raadszitting van gisteren gezien heeft, was ingekomen een aanvraag van het Technisch Bureau L. A. Zürcher en Co., te 's-Gravenhage, om medewerking van de Gemeente voor een plan voor verbinding van Utrecht met Amsterdam, door middel van een elektrische tram, via de Vechtstreek.
Deze aanvraag is om advies gesteld in handen van Burg. en Weths. Wij kunnen omtrent deze aanvraag nu meedelen dat beoogd wordt een lijn te bouwen van het Frederiksplein af, over Westeinde, Stadhouderskade, langs de Amstel, via „Het Kalfje" en Ouderkerk naar Abcoude, met een zijtak over Duivendrecht naar laatstgenoemde plaats.
Van Abcoude af, steeds de richting van de Rijksstraatweg volgende, doorloopt de tramlijn de dorpen Baambrugge, Loenersloot, Loenen, Nieuwersluis, Breukelen, Maarsen en Zuylen, om vervolgens bij het einde van den Rijksweg op het grondgebied van de gemeente Utrecht te komen. De lijn komt, ter hoogte van het Stedelijk Abattoir, de stad Utrecht binnen en bereikt verder langs de Amsterdamsche Straatweg, Catharijne-singel en Willemsbrug, het eindpunt, gelegen op de Mariapiaats. De lijn zal zowel voor personen- als voor goederenvervoer worden ingericht, terwijl de dienstregeling zodanig zal zijn dat ongeveer elke 20 minuten van de beide eindpunten een trein kan vertrekken. Op marktdagen, Zondagen, enz. zullen meerdere treinen ingelegd worden.
D© gemiddelde snelheid waarmede gereden zal worden is ongeveer 35 km per uur, zodat het hele traject ter lengte van 40 km in ongeveer 1 uur en 10 minuten zal worden afgelegd.

Gemeenteraad, vergadering van 27 maart.
Motor-Omnibussen.
268. Voordracht van B. en W. om bij wijze van proef het tramnet uit te breiden met een motoromnibuslijn, lopende van de Haarlemmerweg bij de Van Hallstraat door de Jordaanwrjk naar de Dam; daartoe 6 motor-omnibussen aan te schaffen, een reparatiewerkplaats in te richten en de vaste bruggen over de Singelgracht voor het Frederik Hendrikplantsoen en over de Lijnbaansgracht voor de Westerstraat te versterken.
Deze als lijn 14 aan het bestaande net toe te voegen lijn zal de volgende route volgen: Haarlemmerweg bij de Van Hallstraat, Van der Hoopstraat, Van Limburg Stirumstraat, 2e Nassaustraat, Nassaukade, Marnixplein, Westerstraat, Prinsengracht, Prinsenstraat, Heerenstraat, Blauwburgwal, Singel, Torensluis, Singel, Raadhuisstraat, Dam.
De bedoeling is motoromnibussen in gebruik te stellen, die plaats bieden aan 20 passagiers namelijk 14 zitplaatsen binnen en 6 staanplaatsen op het achterbalkon. Voorlopig zullen de wagens om de 10 minuten rijden; het ligt in de bedoeling zo spoedig mogelijk een 5-minutendienst in te voeren. Voor de beweging der omnibussen zullen benzinemotoren gebezigd worden. Voor de aanschaffing van 6 zulke wagens, het inrichten van een reparatiewerkplaats en het versterken van de genoemde bruggen, vragen B. en W. een som van ƒ 65,000.
De heer Wijnmalen had liever een tram gehad dan deze omnibusdienst; maar een tramlijn zou honderdduizenden kosten, omdat er in die buurten grote werken zouden moeten worden uitgevoerd. Spr. juicht dus de conclusie van de voordracht van B. en W. toe. Hij vindt echter dat zij de bezwaren wel wat al te veel hebben doen uitkomen. Spr. heeft liever een half ei dan een lege dop en vertrouwt dat de directeur van de tram van deze lijn zal maken wat er van te maken is. Men zal aanvankelijk aan deze nieuwe zaak moeten gewennen, maar dat komt mettertijd ook wel.
De Heer Spakler meent, dat B. en W. de bezwaren van een tramlijn wel wat overschatten. Zijn de bezwaren alleen van technische of ook van financiële aard? Technisch gelooft hij dat de bezwaren wel te overwinnen zijn. Er zullen echter enige straten moeten verbreed worden en dat zal geld kosten maar heeft tevens het voordeel dat de woningtoestanden in de Jordaan verbeterd zullen worden. Waar er nu sprake is van verbreding van straten, als de Vijzelstraat en Utrechtschestraat, waarmede 2 à 3 miljoen gemoeid zullen zijn, gelooft spr. dat voor zodanige verbreeding 't allereerst de Jordaan in aanmerking moet komen, iets wat men zal kunnen doen voor het derde gedeelte van dat bedrag. Nog wijst spr. er op, dat bij een tramlijn minder ongelukken zullen voorkomen dan te wachten zijn van motor-omnibussen. Spr. doet een voorstel, luidende: De raad nodigt B. en W. uit een plan met kostenberekening op te maken van een tramlijn van: de v. Hallstraat, langs Nassaukade, Willemstraat en de Jordaan, met verbreding van de dwarsstraten, naar de Prinsengracht bij de Westermarkt en inmiddels deze voordracht aan te houden.
De heer Harmsen hoopt, dat de Raad de Jordaan voor de bezoeking met een motoromnibuslijn zal vrijwaren. Deze buurt is door zijn nauwe straten en gevaarlijke hellingen daarvoor ten enenmale ongeschikt; bovendien is deze buurt ook zeer kinderrijk.
De heer Kehrer juicht de voordracht toe, maar wenst als beweegkracht geen benzine, maar elektriciteit (Trolley-systeem).
De heer Douwes noemt een motordienst een ramp voor de Jordaan. De proefrit mag geslaagd zijn, maar dat is zeer natuurlijk, daar bij zo’n gelegenheid alle voorzorgsmaatregelen genomen worden. Spr. heeft den proefrit meegemaakt, maar daarbij dikwijls grote angst uitgestaan.
De heer Van Lennep ondersteunt het denkbeeld van de Heer Kehrer: elektriciteit in plaats van benzine, omdat de exploitatie dan goedkoper wordt.
De heer Van Gigch acht de motor-industrie nog niet voldoende ontwikkeld om wagens te maken, welke geschikt zullen zijn om vooral bij glibberig weer de wegen van de Jordaan te berijden. Hij zal daarom tegen de voordracht stemmen.
De heer Tak zegt, dat als men deze voordracht verwerpt, de Jordaan in de eerste jaren geen tramverbinding zal krijgen. Spr. heeft de proeftocht óók meegemaakt en integendeel een volkomen gevoel van veiligheid gehad. Spr. verwacht een zeer druk vervoer op deze lijn en zou daarom de wagens nog wat groter willen maken. Men moet ook dadelijk vroegtrams in dienst stellen.
De heer Heemkerk, Weth. voor de bedrijven,erkent dat als deze voordracht wordt afgestemd, de Jordaan inderdaad geen verbinding zal krijgen. Waren er geen onoverkomelijke bezwaren tegen een tramlijn, dan zouden ook B. en W. zulk een lijn hebben voorgesteld. Men maakt bezwaar tegen het rijden van automobielen. Ook spreker heeft deze voertuigen met zeker leedwezen zien opkomen; maar dingen als deze moet men aanvaarden als zij er eenmaal zijn. En men zal alles doen om deze gemeente-automobielen zo volmaakt mogelijk en dus zo min mogelijk gevaarlijk te maken. De heren Harmsen en Douwes zien de automobielen met angst in de Jordaan komen, maar zó heeft men indertijd oök angst gehad voor de spoorwegen en later voor de elektrische trams. Angst heeft men nu nog wel in drukke straten, maar er komen wonderlijk weinig ongelukken voor, hoewel daarvoor zelfs nog bij de paardentram indertijd, in de Jodenbreestraat, zeer gevreesd werd. De paarden echter hebben zich geoefend in het lopen in deze straat om niet op de kinderen te trappen (gelach). Komende tot de voorstellen van de heeren Kehrer en Van Lennep wees de wethouder er op, dat elektriciteit voor motorwagens economisch zeer duur uitkomt en dat een trolley-systeem neerkomt op een tramlijn zonder rails, waarvan spr. het voordeel niet inziet. Een tramlijn als de Heer Spakler wenst zal miljoenen kosten, maar al stapt men over het financieel bezwaar heen, de daarvoor nodige verbreding zal zoveel jaren van voorbereiding vereisen dat op het tijdstip van uitvoering de omnibussen van B. en W. al lang zullen zijn afgeschreven. Het berijden van de Prinsengracht achtte men wegens de bruggen en het drukke verkeer onmogelijk.
De Heer v. d. Velden heeft de proefrit ook meegemaakt en heeft veel bezwaar van die hobbelkast ondervonden; aan een tramlijn, dan gelegd langs de Heerengracht (van de Heerenstraat tot aan de Raadhuisstraat) gaf hij eigenlijk de voorkeur, maar 't beste meende hij, zou zijn de voordracht thans aan te houden en in de geest van het voorstel-Spakler een onderzoek in te stellen.
De hh. Kehrer en Van Lennep stelden voor de voordracht aan te houden, totdat door B. en W. in bet buitenland zal zijn onderzocht in hoeverre Trolleyomnibussen bezwaren opleveren.
De heer De Vries had niet gedacht dat de voordracht zoveel bezwaar zou hebben opgeleverd. Op grond van mogelijke ongelukken kan men haar niet tegenhouden. Zou er zo gedacht zijn over de invoering van de elektrische trams, dan had men deze nu nog niet.
De heer Sutorius zal niet langer tegen de voordracht zijn, als besloten wordt de hele baan van deze lijn te asfalteren.
De heer Van Gigch wijst nogmaals op het gevaar van slippen; hetgeen voor hellende wegen als in de Jordaan beteekenen zal: met wagen en al in de gracht vallen. Men moet toch niet vergeten, dat bij auto's juist voor zuiver sturen een zekere snelheid nodig is.
Wethouder Heemskerk, de sprekers beantwoordende, wees de heren Van Lennep en Kehrer erop, dat een onderzoek in het buitenland niet veel wijzer zou maken, omdat de straten hier en elders zo zeer van karakter verschillen. Over asfalteren van de baan, als de heer Sutorius wil, zou de raad moet beslissen.
Daarna werd tot stemming overgegaan. Het voorstel-v. Lennep-Kehrer (onderzoek naar trolley-omnibusssen in het buitenland) werd verworpen met 31 tegen 7 stemmen; dat van de heer Spakler (aanhouding-voordracht en kostenberekening van een tramlijn) werd verworpen met 30 tegen 8 stemmen. Daarna werd de voordracht van B. en W. met 31 tegen 7 stemmen aangenomen. Er komt dus een motoromnibus-dienst door de Jordaan.

30-3-1907
In het Gemeenteblad zijn opgenomen o.m.:
Tarief voor het vervoer door de Gemeentetram.
Ingevolge een vroeger genomen raadsbesluit om het tarief voor de Gemeentetram vóór 1 Juli 1907 te herzien, delen B. en W. thans aan de Raad mede, dat de ervaring met het in 1905 vastgestelde tarief, in het algemeen gesproken, niet slecht is te noemen. Het gemis aan eenvoud van dit tarief heeft niet de nadelige gevolgen gehad, die van sommige zijden wel werden gevreesd. Het verkeer heeft zich onder de werking daarvan zeer ontwikkeld; in het afgelopen jaar zijn door de tram zelfs ruim 45 miljoen personen vervoerd, een getal, veel hoger dan men bij de behandeling van het tarief meende te mogen verwachten.
Evenwel menen B. en W., dat vereenvoudiging en een gheringe verlaging ertoe kunnen bijdragen om het trambedrijf tot nog grotere bloei te brengen. Zij stellen daarom de volgende wijzigingen voor:
1. verlaging van den prijs der kaartjes in boekjes van 6½ cent tot 6 cent, met invoering van boekjes met 5 kaartjes;
2. verlaging van den prijs der tweeritskaartjes van 12½ cent tot 10 cent;
3. verlaging van den prijs voor ritten van 5 of 6 sectiën op één lijn van 12½ cent tot 10 cent;
4. afschaffing der overstapkaartjes van 5 cent en 7½ cent;
5. invoering van een speciaal tarief van 2½ cent voor de volgende trajecten: Dam—Stationsplein; Dam—de Ruyterkade; Postkantoor—Stationsplein; Cruqiusweg—Mauritskade;
6. invoering van lijnkaarten;
7. mede in verband met het verkrijgbaar stellen van lijnkaarten, afschaffing der ochtend-abonnementen.
Tot toelichting wordt o.a. gezegd, dat het bepalen van de prijs van een tweeritskaartje op 10 cent in Rotterdam en Den Haag een grote groei van het aantal passagiers ten gevolge heeft gehad, hetgeen ongetwijfeld ook hier het geval zal zijn. De afschaffing der overstapkaartjes (niet te verwarren met tweeritskaartjes) van 5 cent en 7½ cent achten B. en W. een grote vereenvoudiging van het tarief. Die van 5 cent, recht gevende om, vervoerd met de lijnen, die slechts tot het Stationsplein doorlopen, op dit plein over te stappen naar het IJ-veer, worden zó weinig gebruikt, dat het gemis hiervan niet zal worden gevoeld. Doch ook het afschaffen van die van 7½ cent wordt nodig geacht. Zij dienen in hoofdzaak om de passagiers, komende uit de buitenwijken, waardoor een tramlijn loopt, die niet naar de Dam gaat, door over te stappen in de gelegenheid te stellen voor 7½ cent naar het centrum te worden vervoerd. Tegen het afschaffen van deze kaartjes zullen wellicht bedenkingen rijzen, maar die mogen naar het oordeel van B. en W., geen aanleiding zijn zich te laten weerhouden van deze belangrijke vereenvoudiging van het tarief. Voor een deel kan aan die bedenkingen worden tegemoet gekomen door een uitzonderingstarief voor de trajecten sub 5 genoemd. Voor de afstand Dam (of Postkantoor) naar Stationsplein (of IJ-veer) en voor het door lijn 6 afgelegde traject Cruquiusweg—Mauritskade geldt ook thans reeds een speciaal tarief van 5 cent. Een prijs van 2½ cent daarvoor zal beter aansluiten bij het tarief zoals het thans wordt voorgesteld. Daardoor zullen de passagiers van lijn 1 het Stationsplein, die van lijn 13 de Dam en die van de lijnen 3, 9 en 10 de Veemarkt, het Abattoir en het Handels-Entrepöt kunnen bereiken voor niet veel hogere prijs dan zij thans betalen. Reeds lang is aangedrongen op de invoering van abonnementen, geldig op een bepaalde lijn. Deze abonnementen (lijnkaarten), die met het oog op het veelvuldig gebruik, dat er van zal worden gemaakt, naar verhouding duurder zullen moeten zijn dan de kaarten voor het hele net, zullen voor het bedrijf niet ongunstig zijn. Er bestaat dan gen aanleiding meer, de z.g. ochtendabonnementen te handhaven.
In overeenstemming met het bovenstaande is het nieuwe ontwerptarief opgemaakt, waarin, behalve de wijzigingen in het bestaande tarief, die voortvloeien uit bovenstaande beschouwingen, enige redactionele verbeteringen zijn aangebracht, terwijl als eindpunt van lijn 4 het “IJveer” vervangen is door de “De Ruyterkade”, zodat men zowel aan het Oostelijk als aan het Westelijk uiteinde van die kade op het Midden-Stationseiland zal kunnen in- en uitstappen. Voorts is in dit ontwerp de thans bestaande sectieverdeeling weggelaten bij die lijnen, welke 3 of minder secties tellen; op deze lijnen is die verdeling geheel overbodig, ook omdat B. en W. de tweede rit met een tweerittenretourkaart willen toestaan over 3. In plaats van 2 secties; daardoor wordt de eenvoud zeer gebaat.
B. en W. koesteren het vertrouwen, dat de financiéle uitkomst van dit nieuwe tarief, dat zich in hoge mate aanpast aan het bestaande en blijft voortgaan in de lijn van geleidelijke verlaging, die van de aanvang der gemeente-exploitatie af is gevolgd, bevredigend zal blijken te zijn.

5-7-1907
Uit het avond-politierapport.
Op de brug voor de Muiderpoort, ter plaatse waar deze is opgebroken tot het leggen van elektrische kabels zakte gistermorgen de vrachtauto van de Amstelbierbrouwerij door de over de opening liggende planken. Door middel van dommekrachten werd de auto weer op de rijweeg gebracht. Het tramwegverkeer ondervond door dit ongeval, ongeveer een half uur vertraging.

6-7-1907
Uit het avondpolitierapport. Een 70-jarige man dle op de Wittenburgergracht door een tramwagen werd aangereden en daardoor enige hoofdwonden bekwam, is in de kliniek aan de Kleine Wittenburgerstraat verbonden.

10-7-1907
Tramlijn Zaan—Amsterdam.
Een gerucht dat de baan van de elektrische tramlijn door de Zaanstreek naar Amsterdam zijn ontworpen juist boven de buisleiding der Zaanlandse waterleiding, toebehoorende aan de Maatschappij tot Exploitatie van Waterleidingen in Nederland was voor het bestuur van deze maatschappij aanleiding om zich te richten tot de besturen der betrokken gemeenten, met het verzoek het daarheen te willen leiden, dat geen concessie worde verleend tot aanleg van een tramlijn boven haar buisleidingen, doch die lijn te ontwerpen boven een ander gedeelte van die wegen, of anders in de ontworpen tramconcessie voorzieningen te treffen, waardoor een verlegging van die buizen voor rekening van de tramwegmaatschappij wordt mogelijk gemaakt,

11-7-1907
Het besluit tot opschorting van de uitvoering van het besluit tot exploitatie van een motoromnibuslijn door de Jordaan is, zonder veel discussie, ingetrokken: een rapport van de directeur van het trambedrijf, waarin op nog andere bussen en anti-slipbanden werd gewezen, heeft de meeste Raadsleden overtuigd.
De krant hoopt, dat er geen ongelukken van komen, maar blijft het betreuren, dat men juist in de onzekerheden van een motoromnibuslijn langs “een glibberige rutschbaan door nauwe straten en langs smalle grachten”, geen aanleiding heeft gevonden een flink besluit te nemen en een tram door den Jordaan aan te leggen.

13-7-1907
Tramweggids.
Vanwege de directie der Gemeentetram is een nieuwe uitgave verschenen van de „Tramweggids'", waarin tevens een overzicht van verschillende plaatselijke bezienswaardigheden. De prijs van'het boekje is 6 cent. Ditmaal is er in opgenomen een duidelijke plattegrond, waarop de tramlijnen in kleuren zijn aangegeven.

16-7-1907
Op de N. Z. Voorburgwal kwam gistermorgen een met een paard bespannen schillenwagen in botsing met een tram. Het paard, dat daarbij aan het hoofd en een van de benen werd gewond, moest naar stal worden gebracht. Van de voertuigen werd alleen de schillenwagen beschadigd.

17-7-1907
Uit het politierapport.
Op het Leidscheplein brak gisternamlddag een bevastgingsdraad van de bovengeleiding, doordat het personeel van de aannemer, die voor de gemeente-electriciteitswerken aldaar palen plaatst voor de elektrische verlichting, met een daarvoor gebruikt wordenden wagen, waarop een hijstoestel, dwars onder de bovenleiding trachtte door te rijden. Het personeel van die aannemer had zich in de beschikbare ruimte vergist, en een aan de kraan bevestigde haak raakte daardoor de bovenleidingdraad, waardoor kortsluiting ontstond, die tot afsmelting en draadbreuk leidde. Het tramverkeer ondervond geen vertraging.

18-7-1907
Op de Houtmankade werd Woensdagmorgen een zeer dove vrouw aangereden door een tram van lijn 10. Zij kreeg lichte verwondingen aan hoofd en handen. De bestuurder van de tram had aan het ongeval geen schuld.

21-7-1907
Uit het avondpolitierapport.
Bij de politie zijn een valse rijksdaalder, twee valse guldens, een valh kwartje en een dito halve gulden gedeponeerd, die wederom door trampersoneel zijn ontvangen.

22-7-1907
De wagens van de Motor-Omnibuslijn.
Zoals bekend besloot de Gemeenteraad onlangs opnieuw tot do instelling van een motor-omnibuslijn door de Jordaan en de wijk buiten de Haarlemmerpoort. Wij vernemen dat dlt thans definitieve besluit gevolgd is door de bestelling van vier chassis met benzine-motoren bij de firma Verwey en Lugard te 's-Gravenhage, en van twee chassis met stoom-motoren, systeem Darracq-Serpollet" bij de Automobiel-Import-Mij-, directeur Aertsen, te Nijmegen en Amsterdam. De directie van de Gemeentetram zal binnenkort proefritten uitvoeren met een motoromnibus, welke zij daarvoor in eigen beheer heeft doen vervaardigen, door op een van haar dezen winter aangekochte pekelwagen-chassis oen tramwagenbak aan te brengen met aangebouwd laag achterbalcon. De ritten met dat voertuig dienen ter scholing en opleiding van personeel en het opdoen van ervaring vóórdat in eigen beheer tot den bouw van zes wagenbakken voor de bestelde chassis wordt overgegaan. De ondervinding zal nl. moeten uitwijzen of de achterbalkons van het ouderwetse stadsomnibustype wel de meest geschikte zijn, iets wat met het oog op last van stof bij de thans voorkomende snelheden aan twijfel onderhevig is. Het zou dus raadzaam kunnen zijn de wagenbak aan het einde van het rijtuig dicht te laten en het instappen, bij halteplaatsen, te doen geschieden op een overdekt platform tussen de voorkant van de wagenbak en de achterwand van de zitplaats van de busbestuurder. Als men dus eerdaags de proef-omnibus ziet rijden, dan wil dat volstrekt niet zeggen, dat de wagens van de nieuwe lijn 14 er definitief zo uit zullen zien.

26-7-1907
Wijziging exploitatielijnen tramwegnet.
Het is B. en W. gebleken, dat het wenselijk is om in het tramnet een wijziging aan te brengen. Deze wijziging houdt verband met het door de Raad gewenste behouden van lijn 8 (Weesperzijde-Stationsplein). B. en W. vinden het nl. geheel onnodig, dat het baanvak Schollenbrug tot nieuwe Amstelbrug door twee tramlijnen, 5 en 8, wordt doorlopen. Hieraan zou het best een einde kunnen worden gemaakt door over dat vak lijn 8 op te heffen. Om nu voor die lijn een ander geschikt beginpunt aan te wijzen, vinden B. en W. het doelmatig, om aan het bestaand blijvend doel van lijn 8, Weesperzijde bij de nieuwe Amstelbrug—Stationsplein te verbinden een vak Van Woustraat (kruising Ceintuurbaan) - Tolstraat. Zo wordt ook hier een nieuwe wijk aan tramverkeer geholpen. De hiervoor te maken kosten zijn begroot op ongeveer f 30,000, welk bedrag zou kunnen worden bestreden uit de voor de aanleg en de uitbreiding van het tramwegnet toegestane gelden. B. en W. doen een desbetreffend voorstel en voegen daarbij een tweede besluit betreffende de indeeling van het net na de aangebrachte wijzigingen. Deze voorstellen zijn in het gisteravond verschenen Gemeenteblad opgenomen.

27-7-1907
Tramplannen.
Nauwelijks is de voordracht voor dé verlegging van het eindpunt van lrjn 8 naar het eind van de Van Woustraat bij de Tolstraat in het Gameenteblad verschenen of — getuige de eerste stukken — het publiek begint zich over dat plan uit te spreken.
Vóór dat dit openbaar debat in omvang toeneemt, is het misschien wel wenselijk even de motieven uiteen te zetten die de tramdirectie tot de thans voorgestelde wijziging hebben geleid.
De overtolligheid van een dubbele lijn over de Weesperzijde van de nieuwe Amstelbrug tot Schollenbrug stond op grond van de ervaring vast. Een van de beide samenvallende lijnen — lijn 8 of lijn 5 — kon dus op dat gcdeelte van het traject vervallen, en de keuze tussen die twee viel niet moeilijk. Lijn 5 toch is de verbinding voor de buurtbewoners om en nabij Schollenbrug met het stadscentrum en het station, terwijl bovendien het nieuw aan te wijzen eindpunt voor lijn 8 zichzelf aanbeval. Niet alleen doet zich voor de bewoners van de nieuwe straten beoosten en bezuiden het tegenwoordig eind van de Van Woustraat de behoefte aan een directe verbinding met de oude stad reeds geruime tijd voelen en zal die behoefte groeien met de uitbreiding van dat veelbelovend stadsdeel, maar ook zullen de talrijke diamantbewerkers die op de fabriek van de firma Asscher in de Tolstraat werken, met de voorgestelde omlegging van lijn 8, die immers ook door de Weesperstraat, over het J. D, Meijerplein, door Joden- en St. Anthoniebreestraat en over het Waterlooplein gaat, zeer gebaat zijn. Méér, dan wanneer voor lijn 5 het eindpunt naar de Van Woustraat bij de Tolstraat wordt verlegd, gelijk door sommigen wordt aanbevolen. Bovendien kan, zoals reeds gezegd is, lijn 5 op de Weesporzijdo niet worden gemist en is het evenmin gewenst de tram aan het eerste deel van de Amsteldijk te ontnemon. En dit laatste zou toch waarschijnlijk moeten gebeuren als men lijn 5 door de Van Woustraat wilde leiden, immers het zou geen zin hebben het eerste gedeelte der Van Woustraat, tusschen Stadhouderskado en Ceintuurbaan voor de tram „dood" te verklaren. Dat het aantal tramkruisingen door de voorgestelde wijziging van de liijnenloop vermeerdert —- wat een van de lezers als een bezwaar opwerpt — is natuurlijk waar, maar het gevaar van zulke kruisingen wordt door zwel de tramautoriteiten als door de trambestuurders ontkend. Voorzichtigheid is op kruispunten niet meer nodig dan langs de hele lijn en een kruising met een vrij uitzicht, zoals in de buurt van Weesperzijde, Amsteldijk en Ceintuurbaan mogelijk is, wordt zeker niet gevaarlijker geacht dan de bocht, die bij voorbeeld door de wagens op lijn 5 zou moeten worden gemaakt als die van de Amsteldijk over de Ceintuurbaan naar de Van Woustraat. werd gelegd.
Kalmte, vastberadenheid en voorzichtigheid zullen bij de uitbreiding van het tramnet en het toenemen,— ook in snelheid toenemen — van het straatverkeer steeds meer als eerste eisen van geschiktheid voor het Amsterdamse trampersoneel op de voorgrond verschijnen..... En de wagenbestuurders die straks dienst krijgen op lijn 14, de motorbuslijn door de Jordaan mogen in dit. opzicht wel een keurcorps vormen. Dezen morgen waren wij ln de gelegenheid een rit te maken met de als motoromnibus gemonteerde „boodschappenwagen" van de Gemeentetram, die door velen al ten onrechte wordt aangezien voor een van de motorbussen die binnnekort in dienst zullen worden gesteld. Inderdaad is dit voertuig niets anders dan een van de vorig jaar in gebruik genomen auto-pekelwagens, die in de zomer natuurlijk niet als zodanig dient te hoeven doen. Met dit voertuig worden nu dagelijks boodschappen van administratieve aard voor de tramdienst gedaan, die vroeger per rijtuig werden verricht, en tevens dient het om bestuurders te oefenen, en uit ervaring te leren welk wagenmodel het meest verkieslijk is. Thans heeft men, na enige dagen rijden, al kunnen constateren, dat het achterbalkon, zooals dat thans aan de wagen is aangebracht, bij droog weer te dicht in het stof wordt gezet. Daarom zal bij het definitieve model waarschijnlijk het achterbalkon geheel vervallen en zal er achter de zitplaats van de chauffeur gelegenheid zijn op zij in te stappen, terwijl daar dan ook een balkon met zeven staanplaatsen zal worden uitgebouwd. In de wagen zal plaats zijn voor 12 passagiers met in 't midden een klapstoel voor een dertiende. In de boodschapwagen zijn op hett ogenblik geperforeerde houten zittingen, maar de mogelijkheid is niet uitgesloten dat in de eigenlijke omnibussen verende spiraalzittingen komen om het schokken te verminderen. Dat schokken is ons overigens zeer meegevallen, ook bij het stoppen en aanzetten van de motor en het verwisselen der versnellingen. En wat de veiligheid van rijden betreft: ofschoon wij allerminst vurige voorstanders van de motordienst door de Jordaan waren, moeten wij verklaren, dat wij na onze tocht van dezen morgen geen ogenblik zouden aarzelen, desnoods met al wat ons lief en dierbaar is, in een gemeentelijke motorbus te gaan zitten, zij het ook dat wij ons tegenover het slipgevaar ietwat fatalistisch zouden opstellen. Want hoewel er ook wel met slecht weer gereden is en dezen morgen de straten ook nat en glibberig waren... het echte „slipseizoen" is nog niet begonnen. Daarvoor moet het winter- of beter nog herfst wezen. Maar bij normale gesteldheid van weer en weg worden de in de oude stad noodzakelijke bochten en hoogten met gemak „genomen" en wordt ook zeer omzichtig en toch met voldoende snelheid langs rijtuigen, handkarren enz. heengelaveerd. Wanneer nu de bestuurders van handkarren nog wat beter aan verkeers-discipline worden onderworpen en onze politiebeambten de algehele verkeersdirectie als verplichting wordt opgelegd, dan zal het met de motorbusdienst door de Jordaan wel gaan. Hot slipgevaar zal bij de definitief in gebruik te nomen wagens worden verminderd, ten eerste door hun zwaardere bouw, ten tweedo door zandstrooiers voor de wielen, terwijl eindelijk op het gevaarlijkste punt, nl. bij de Prinsensluis beproefd zal worden de wagens met de wielen aan de binnenzijde van de bocht te laten lopen in een soort van goot, die langs de trottoirband zal worden gelegd. Reeds nu hield de chauffeur op dat punt de wielen vlak tegen de trottoirband aan. Voordat echter de dienst geheel ónderhouden zal worden, — door twee stoommotorbussen, merk Darracq Serpollet, en vier benzinemotorwagens, merk F. I. A. T. — zullen zeker nog wel een maand of vijf, zes verlopen, zodat er in die tijd nog heel wat proefnemingen en vergelijkingen van bouw- en rij-methodes voor de trambussen zullen kunnen plaatsvinden. Dat van die gelegenheid tot studie een goed cebruik zal worden gemaakt, daarvoor staat ons de ernst borg, waarmee de Directie van de Gemeentetram blijkt geeft te willen streven naar een bevredigende oplossing van het snelverkeersvraagstuk in de oude stad.

28-7-1907
Bij de politie zijn 5 valse kwartjes gedeponeerd, die aan trampersoneel in betaling zijn gegeven.

30-7-1907
Gistermorgen is op de Haarlemmerstraat en gistermiddag op de Martelaarsgracht, een tramwagen in botsing gekomen met een vrachtwagen waardoor die voertuigen min of meer werden beschadigd.

31-7-1907
Ingezonden stukken
Tramomnibussen.
Vergun mij een kleine plaatsruimte voor onderstaand stukje in uw veelgelezen blad: Met veel belangstelling las ik in uw blad van Zaterdagavond j.l. het verslag aangaande de in dienst te stellen motor-omnibussen, maar daaruit blijkt niet, of deze bussen ook van zitplaatsen boven op de wagen voorzien zullen zijn. Zoals u weet is dit b.v. in Londen overal het geval, zowel bij motor- als bij paardenomnibussen en dat de overgrote meerderheid van het publiek een zitplaats boven op de bus prefereert, behoeft voor eenieder, die wel eens in Londen is geweest geen verder betoog. M.i. zouden zitplaatsen boven op de wagens ook hier èn publiek èn gemeente niet dan voldoening kunnen schenken. De eerste categorie kan dan al naar verkiezing, bij droog of bij nat weer, naar boven of naar binnen gaan en de gemeente kan met één en dezelfde wagen een bijna dubbel aantal passagiers vervoeren.
Met beleefde dank voor de verleende plaatsruimte, teekent, Hoogachtend, W. J. A. Nieuwenhuis. Amsterdam, 30 Juli '07

Uit het avond-politierapport.
In de Czaar Peterstraat kwam gistermorgen een vrachtwagen in botsing met een tramwagen, waardoor beide voertuigen werden beschadigd. Het paard van de vrachtwagen kwam te vallen en werd een eind door de tram meegesleurd. Het dier bekwam echter geen letsel. Persoonlijke ongelukken hadden niet plaats.
Uit een kiosk op de Mauritskade is een trommeltje met 250 tramkaartjes ontvreemd.

1-8-1907
Tramtarief.
Door B. en W. is advies uitgebracht op alle voorstellen van raadsleden inzake het tramtarief.
B. en W. zijn van oordeel dat geen van deze voorstellen wenselijk of aannemelijk is met uitzondering van dat van de heren Douwes en Smit over de avondscholierkaarten, dat zij overnemen. In verband daarmee stellen zij nu voor een nieuw tarief te doen ingaan op 1 Jan. 1908 en voorts daaraan toe te voegen: te bepalen:
a. dat de nog ongebruikte kaartjes in stroken of boekjes uitgegeven tijdens vroegere tariefsregelingen, naar verkiezing of na 1 januari 1908 aan het kantoor der Gemeentetram tegen de prijs van uitgifte kunnen worden ingewisseld óf tot 31 Juli 1908 in de wagens in betaling gegeven kunnen worden voor ritten van hoogstens dezelfde prijs als die, waarvoor ze zijn uitgegeven, met dien verstande, dat, indien zij in betaling worden gegeven voor goedkopere ritten, de conducteurs het verschil in prijs niet terugbetalen;
b. dat de bepaling van het sub II bedoelde tarief: „de abonnements- en scholierkaarten moeten tijdens elke rit aan het trampersoneel ongevraagd worden vertoond", met ingang van 1 Januari 1908 van toepassing zal zijn op alle in omloop zijnde abonnementskaarten A en scholierkaarten, met dien yerstande, dat aan hen, die daartoe vóór laatstgenoemde datum aan de directie der Gemeentetram de wens te kennen geven, tegen intrekking der kaart, teruggave van een deel van het betaalde bedrag in verhouding tot de nog te verstrijken termijn, wordt verleend.
Voorts wordt in het bij deze voordracht overgelegde tarief
1e. Lijn 4: Amsteldijk—De Ruyterkade 7½ ct,. voor het traject Dam—lJveer 2½ ct. gelezen; Lijn 4: Amsteldijk—De Ruyterkade 7 ½ ct,. voor het traject Dam—De Ruyterkade 2½ ct.
2e. Lijn 8: Weesperijde— Stationsplein 7½ ct. gelezen: Lijn 8: Van Woustraat bij de Tolstraat— Stationsplein 7½ cent.
3e. Lijn 14: Van Hallstraat bij de Haarlemmerweg—Dam 7½ ct. gelezen: Lijn 14: Haarlemmerweg bij de Van Hallstraat—Dam 7½ ct.
4e. onder het opschrift: „Voorts zijn verkrijgbaar" onder sub III B gevoegd: C. avondkaarten, geldig voor éénmaal per dag ‘s namiddags tusschen 6½ uur en 7½ uur per kalendermaand voor f 0.50 en geldig voor tweemaal per dag, éénmaal voor een rit tusschen 6½ uur en 7½ uur ’s namiddags en éénmaal voor een rit tusschen 9½ uur en 10½ uur namiddags, per kalendermaand voor f 0.75.

Het tramongeluk op de Weteringschans.
B en W hebben bij den Raad ingezonden het verslag van den directeur der gemeentetram over de zaak van den wagenbestuurder H. Jacobs, die in den herfst van het vorig jaar door een botsing van zijn motorwagen (van lijn 4) met een tweeden bijwagen van lijn 10 aan de kruising op de Weteringschans voor de Vijzelgracht het noodlottig ongeluk had, waarbij een onderwijzeres gedood werd en verschillende reizigers verwondingen opliepen. Jacobs werd ten gevolge daarvan als wagenbestuurder ontslagen en dit ontslag werd, ondanks zijn vrijspraak door de Arrondissements-Rechtbank, gehandhaafd. Naast dit verslag, opgenomen in het Gemeenteblad, zijn voor de leden van den Raad ter visie gelegd verschillende processen-verbaal van verhoor voor den rechtercommissaris en de Arrondissements-Rechtbank, alsmede het door de deskundigen C. H. Julius en M. L. Bleuland van Oordt uitgebrachte rapport en het op 24 Mei door de Rechtbank gewezen vonnis. In den geleidbrief aan het verslag spreken B. en W. het volgende oordeel uit:
Deze uitspraak der Rechtbank ten volle eerbiedigende, kunnen wij niettemin tot geen ander besluit komen, dan dat H. Jacobs terecht door ons als wagenbestuurder is ontslagen en dat wij niet verantwoord zouden zijn, door hem in die betrekking te herstellen. Met den directeur dir Gemeentetram zijn wij van oordeel, dat deze den juisten weg zou hebben gevolgd, wanneer hij. alvorens Jacobs voor ontslag voor te dragen, hem had gehoord. Echter heeft Jacobs nimmer, noch bij den directeur, noch bij Burgemeester en Wethouders, zich beklaagd over zijne schorsing of zijn ontslag. Dat het aan Jacobs bij dagvaarding ten laste gelegde ten processe zou zijn bewezen, zouden wij niet durven beweren.
Wat echter wel bewezen is, is, dat Jacobs op de brug en in de Nieuwe Vijzelstraat met veel meer dan de voorgeschreven snelheid heeft gereden, en dit is de reden, waarom hem, mede in verband met vroegere handelingen van dien aard, de post van vertrouwen, welke een wagenbestuurder bekleedt, met het oog op de openbare veiligheid niet langer kan worden toevertrouwd.
Aan het
VERSLAG VAN DE DIRECTEUR
der Gemeentetram over deze zaak ontleenen wij het volgende: Mijn overtuiging, dat het bekende ongeval is te wijten aan schuld of nalatigheid van Jacobs stond en staat onwrikbaar bij mij vast, zonder in het minst geschokt te zijn door de evengemelde vrijspraak, die overigens alleen steunt op de overweging: „dat het ter terechtzitting gehouden onderzoek niet het wettig en overtuigend bewijs heeft opgeleverd van hetgeen den beklaagde bij dagvaarding is ten laste gelegd", een overweging, waarvan ik de juistheid geenszins vermag te bestrijden, doch die, naar mij voorkomt, allerminst geschikt noch in staat is aan te toonen, dat de vrijgesprokene ten onrechte zou zijn ontslagen.
Ter motiveering van mijn boven weergegeven overtuiging veroorloof ik mij beroep te doen op de navolgende feiten en omstandigheden.
1e. De heeren K. A. Lenain en A. F. Leideritz, die op het voorbalcon van den aangereden bijwagen stonden, gaven mij, 's morgens na het ongeval, een levendige beschrijving van het in een ondeelbaar oogenblik ” van het zijdelings opdagen van een zeer groot voorwerp”, te weten : den door Jacobs bestuurden motorwagen. Dat genoemde heeren, een half jaar later ter terechtzitting als getuigen gehoord, geneigd den beklaagden Jacobs niet noodeloos te bezwaren, minder stellig waren in hunne mededeelingen, vermindert de waarde der vroeger aan mij onder den eersten indruk van het ongeval afgelegde verklaringen in geen enkel opzicht. Wel is de meening geuit, dat de gemoedstoestand van den heer Lenain kort na de ramp aan de betrouwbaarheid van zijn feitelijke opgaven afbreuk zou doen, doch aldus redeneerende, verliest men uit het oog dat de voorstelling, die Jacobs zijnerzijds van het gebeurde geeft, niet juist kan zijn, ïmmers allerminst overeenstemt met hetgeen door ooggetuigen is waargenomen. Ware toch de door Jacobs bestuurde wagen reeds een poos geremd, doch over vele meters doorgegleden, dan hadden de personen, die zich op het vóórbalkon yan den aangereden bijwagen bevonden, gansch iets anders moeten ondervinden, dan, blijkens hun bovenbedoelde verklaring, het geval was Het geluid van een krachtig in werking gebracht aandstrooitoestel op een voortschuivenden. sterk geremden wagen in de nabijheid had ongetwijfeld hun aandacht getrokken. Zij hadden dan, vóór de botsing, den met zijn onhandelbaar voertuig tobbenden wagenbestuurder van lijn 4 moeten zien. Niets hiervan is opgemerkt door den heer Lenain, de 's morgens na het ongeval, in wanhoop daarover verklarende als bovengemeld, laakte de woestheid van het personeel, en van die woestheid zich het slachtoffer noemde.
2e. Het is aan geen redelijken twijfel onderhevig, dat Jacobs, in strijd met de bestaande voorschriften, te hard gereden heeft. Tusschen de brug over de Baangracht en den hoek van de Weteringschans, dus in de Nieuwe Vijzelstraat, is zeer langzaam rijden noodzakelijk en verplicht. Het in de ..Bijzondere voorschriften voor het bedieningspersoneel der tramwagens" gedrukte algemeene voorschrift, dat langzaam en zooveel mogelijk zonder stroom moet gereden worden bij het passeeren van kruisingen, is voor bedoeld traject nog door nadere, aan Jacobs bekende, mondelinge instructiën van het toezichthebbend personeel verscherpt tot zóó langzaam rijden, dat de snelheid van een wagen met die van een voetganger kan worden gelijkgesteld. Dit verscherpte voorschrift ligt in den aard der zaak, daar men steeds erop verdacht moet zijn, dat bij den hoek van het schoolgebouw aan de Weteringschans, vlak langs het trottoir, plotseling en geheel onopgemerkt een rijtuig uit de richting van het Leidscheplein op de rails kan komen. Had Jacobs, zooals de voorschriften dit eischen, zeer langzaam gereden, dan zou hij meester gebleven zijn over den gang van zijn wagen, en de botsing hebben voorkomen, nu — zooals nader zal worden medegedeeld — geen omstandigheden dit meesterschap beletten.
3e. Jacobs heeft, even vóór de botsing den zandstrooier willende gebruiken, een passagier op den voet getrapt. Deze schijnbaar onbeduidende bijzonderheid is inderdaad van belang, omdat daaruit blijkt, hoe Jacobs op het allerlaatste oogenblik in agitatie heeft gehandeld. Ware het anders, iets buitengewoons, als het genoemde feit, zou stellij; niet zijn voorgevallen.
4e. Op de rails was niets te ontdekken wat wijzen kan op een behoorlijk gebruik van den zandstrooier. Men heeft, gepoogd het gewicht van deze omstandigheid te niet te doen door te beweren
a. dat natuurlijk een uur na het gebeurde geen zand meer te ontdekken was, en
b. dat het betreffende onderzoek niet is ingesteld vlak bij de rails van lijn 10 over de Weteringschans, het punt, waarop het in deze speciaal zou aankomen.
Deze opmerkingen zijn evenwel zonder waarde, die sub a vermeld: omdat bij het zandstrooien altijd naast den railkop eenig zand komt, dat blijft liggen in de holten tusschen de keien langs de rails, zooals dagelijks, vooral bij regenachtig weer, kan worden waargenomen; die sub b genoemd: omdat het geon nut had door de menigte te dringen, daar de botsing, het geweld daarvan in aanmerking genomen, toch onvermijdelijk zou zijn geweest, indien eerst op het aangegeven punt met zandstrooien was begonnen. Men vergete immers niet, dat, toen het spatscherm van den door Jacobs bestuurden wagen den bijwagen van lijn 10 raakte, de uitmonding van de zandstrooiersbuis zich nog bevond op ongeveer 3 M. van het aanrakingsvlak der wagens, en dus ongeveer 3,50 M. van het spoor van lijn 10.
Naast dit een en ander vestig ik in het bijzonder de aandacht op de houding, door Jacobs dadelijk na het ongeval aangenomen, een houding, die mijns inziens, buiten twijfel stelt, dat hijzelf, van schuld zich bewust, deze volledig erkende. Ik doel in de eerste plaats op een gesprek, aan de remise gevoerd tusschen Jacobs en een zeer gemoedelijken chef-wagenbestuurder. Deze zeide toen tot gene: „Jacobs, Jacobs, wat hebt ge nu weer uitgehaald; hoe is het gebeurd, en hoe kwam het toch?", na kennelijk diens schuld aan het ongeval voorop gesteld te hebben. De aangesprokene, zonder eenig protest tegen het uitgangspunt der gedane vraag, antwoordde op een toon van volkomen berusting: „Ik kon er niets aan doen, chef". Toen daarop dezelfde chef aldus vervolgde: ..Maar ik begrijp die aanrijding niet, ik snap dat niet", heette het eenvoudig: “Ik ook niet” , zonder dat toen. of later - behalve ter terechtzitting — eenige uitleg werd gegeven, die ten voordeele van Jacobs zou kunnen pleiten, en op overmacht wijzen. Mijn aanvankelijke overtuiging werd nog versterkt toen mij ter oore kwam, hoe Jacobs zelf over het gebruik van sterken drank (oranjebittertjes) zich had uitgelaten en groeide daags na het gebeurde tot zekerheid. Den 5den November 1906 werd Jacobs op het kantoor ontboden en door den hoofdinspecteur aangezegd, dat hij, ter zake van het door zijn schuld veroorzaakte ongeval, was geschorst.
Ook op die mededeeling volgde geen enkel protest. geen enkele verdediging op grond van „gladde rails", of van andere omstandigheden, zelfs vroeg Jacobs noch toen, noch tijdens zijn schorsing, die tot 15 November duurde, mij te spreken, hoewel dit geregeld en voortdurend pleegt te geschieden, zelfs waar het kleinigheden geldt, en ik steeds bereid ben het personeel van mijn dienst te woord te staan, wanneer dit door wien dan ook wordt verlangd. Dit is algemeen bekend en herhaaldelijk dankbaar erkend, zooals (voor zooveel noodig) blijken kan uit de jaarverslagen over 1904, 1905 en 1906 der Vereeniging van conducteurs wagenbestuurders eu koetsiers der gemeentetram „Ons Belang", van welke vereeniging het overgrote gedeelte van het rijdende personeel lid is. Aldus gekomen onder den gewotiveerden indruk, dat Jacobs zijn zaak verloren en bespreking nutteloos achtte, heb ik mijnerzijds het onnoodig geacht hem te verhooren. hoewel ik, achteraf gezien, dit betreur en gaarne erken, dat het beter, stellig voorzichtiger, ware geweest dit niet na te laten.
Ter nadere verklaring van de in deze door mij aangenomen houding acht ik mij nog verplicht te doen uitkomen, dat Jacobs bij herhaling aan verzuim zich schuldig heeft gemaakt. Hiertoe meen ik in de eerste plaats te kunnen verwijzen naar mijn rapport No. 685, dd. 15 November 1906, bevattende inlichtingen omtrent een eventueel aan Jacobs te verleenen ontslag. Vermeldde ik in dat stuk alleen de belangrijkste feiten uit diens strafregister over de jaren 1905 en 1906, volledigheidshalve teeken ik omtrent zijn vroeger verleden nog het navolgende aan.
Reeds als stalknecht gaf Jacobs veel en herhaaldelijk stof tot aanmerkingen. In het einde van het jaar 1903 weid hij corducteur, doch bleek hij, om verschillende redenen, voor die betrekking minder geschikt. Op zijn verzoek is toen beproefd, of hij als wagenbestuurder beter zou kunnen voldoen. In het einde van de maand Mei 1904 is Jacobs als zoodanig definitief aangesteld. Op 1 Augustus 1904, nadat herhaalde aanrijdingen waren voorgekomen, werd mij gerapporteerd, dat Jacobs „ook" voor wagenbestuurder minder geschikt bleek te zijn. Daarop is hij tijdelijk met wisselwachetrsdienst belast, doch. na vele smeekbeden en beloften zijnerzijds, weder als wagenbestuurder in dienst gesteld. Desondanks konden in de volgende jaren vele en velerlei ernstige aansporingen tot betere plichtsbetrachting, die, na al het gebeurde zeker onberispelijk behoorde te zijn, niet achterwege blijven. Op 7 Juli 1906 moest Jacobs voor één dag, het einde van Augustus deszelfden jaars voor twee dagen worden geschorst, beide wegens aanhoudende onverschilligheid bij het rijden. Wanneer men mij mocht tegenvoeren, dat ik reeds toen Jacobs tot ontslag had moeten voordragen, zou ik de juistheid van dit verwijt moeten toegeven. Eenerziids heb ik evenwel — ik erken: te lang — gehoopt op verbetering van dezen jongen man en de mogelijkheid ondersteld, dat een duchtige vermaning zou kunnen baten, anderzijds docht mij, dat diens tekortkomingen en ongeschiktheid nog niet voldoende door daden waren bewezen, om een voordracht als de bedoelde behoorlijk te motiveeren, omdat vaak, ook voor nalatige gemeentebeambten, partij getrokken pleegt te worden
CRITIEK OP DE VERKLARINGEN VOOR DE RECHTBANK.
Volgens de door Jacobs ter terechtzitting afgelegde verklaring, ontdekte hij, ziende door de ruiten van den sigarenwinkel op den hoek van de Nieuwe Vijzelstraat, voor het eerst den van het Frederiksplein komenden trein van lijn 10 tusschen de boomen, staande aan de Weteringschans. Daar de étalage en de tegen de ruiten van dien winkel hangende biljetten het gezicht zeer belemmeren is het, waarschijnlijker, dat Jacobs voor het eerst langs den hoek van bedoeld huis genoemden trein — toen deze dus dichter bij de kruising was gekomen — heeft waargenomen.
In elk geval echter was de afstand, waarop de wagen van lijn 4 van het kruispunt der sporen bij de wachtkamer zich bevond, kennelijk zooveel grooter dan de overeenkomstige van den trein van lijn 10, dat Jacobs moest begrijpen dat deze trein de kruising het eerst zou passeeren. Immers hij wist zeer goed, dat. al heeft bij kruisingen de wagen met het laagste lijnnummer den voorrang, deze bepaling niet in het ongerijmde moet worden toegepast zooals geschieden zou door een dicht bij de kruising gekomen wagen te doen wachten op eenen die op de kruisende lijn nog een betrekkelijk grooten afstand vóór het kruispunt moet doorloopen.
Mede volgens Jacobs verklaring is zijn rem in orde geweest. De geremde wagen zou dus over een afstand van ongeveer 30 M. niet tot staan te brengen geweest zijn. Bij een voor de Nieuwe Vijzelstraat, in overeenstemming met het bovenvermelde, normalen gang van den wagen is dit volslagen onmogelijk. Er moet dus, ook volgens de door Jacobs gedane opgaven, door hem te hard zijn gereden. Dat een geremde wagen in de door Jacoba beschreven omstandigheden op eenige meters afstand tot stilstand kan worden gebracht, kan ten allen tijde op nieuw worden aangetoond, en is bovendien gebleken door het onderzoek, den 21sten November jl. op het Kwakersplein ingesteld door de deskundigen, die de Rechtbank benoemde. De toestand op het Kwakersplein is, wat de helling betreft, iets ongunstiger dan die in de Nieuwe Vijzelstraat, terwijl de rails ten laatstgemelden dage sterk bemodderd waren. Glijden van den wagen viel echter volstrekt niet te bespeuren.
Met stilzwijgen kan ik voorbijgaan hetgeen door eenige leden van het rijdend personeel is beweerd omtrent het doorglijden van wagens over 30 à 40, ja zelfs over 70 M. Elke wagenbestuurder weet, dient althans te weten, dat hij de remblokken niet moet vastzetten op draaiende wielen, en dat een met vastgeklemde remblokken voortschuivende wagen, vooral op een helling, niet te regeeren is. Waren de bedoelde verklaringen als ter zake dienende aan te merken, dan zouden op het Rokin en het Damrak, waar sedert jaren vele wagens van verschillende lijnen achter elkander plegen te rijden, talrijke geweldige botsingen niet zijn uitgebleven.
Overigens weet ieder, die wel eens heeft gestaan op het voorbalkon van een motorwagen bv. in de Utrechtschestraat op de brug leidende over de Prinsengracht — dat, ook bij slecht weer, een vrij belangrijke helling niet verhindert, de wagens op zeer korten afstand tot stilstaan te brengen.
Het wil mij voorkomen, dat het geen nut hebben kan, de overgelegde processtukken in bijzonderheden na te gaan. Verschillende getuigen toch spreken elkander lijnrecht tegen; geven bewijzen, dat zij geen oog hebben op afstanden en snelheden, en toonen — hetgeen zeer verklaarbaar is — niet te begrijpen het doel van den zandstrooier, die, naar zij meenen, moet dienen, om de wielen in het zand te doen „smoren". Meer waarde wordt door mij gehecht aan de spontane opmerkingen over het buitengewoon snel rijden, gemaakt door passagiers, die stonden op het voorbalkon van den door Jacobs bestuurden wagen en door voorbijgangers. Zonder bepaalde aanleiding en gegronde reden pleegt niemand beschouwingen te houden over het te hard rijden van een zekeren tramwagen. Mijn overtuiging, en die van alle boven het rijdende personeel staande tramambtenaren, omtrent de schuld van Jacobs is door de gevoerde procedure en door de uitspraak der Rechtbank ook niet in het minst gewijzigd. Ware door hem naar den eisch gereden, hij zou op den door hem beschikbaren afstand onder de omstandigheden van den bewusten avond zijn wagen tijdig tot stilstand hebben kunnen brengen. Of hij vermoed heeft, achter den trein van lijn 10 te kunnen passeeren, en zijn misrekening is ontstaan door het verschijnen van den tweeden bijwagen, dien hij niet verwachtte dan wel of hij — zooals den 23en October jl. geschied was -- op de Vijzelgracht, zij het ook in de tegengestelde richting, op de daar niot geoorloofde hoogste schakelstelling, en niet op nul uitgeschakeld heeft, zodat hij met te groote, niet meer uit te putten snelheid op de brug der Baangraoht is aangekomen, laat ik thans in het midden. Zeker is het, dat door Jacobs een groote, onvergeeflijke fout is begaan.
Voorts geeft de heer Neiszen in zijn verslag nog de volgende
BESCHOUWINGEN
ten beste: Wellicht wekt het bevreemding, dat ik ter terechtzitting mijn opvatting en overtuiging niet krachtiger heb verdedigd, hetgeen mij ongetwijfeld mogelijk zou zijn geweest. Ik doe opmerken, dat er voor mij geen enkele reden bestond, om, na het ontslag van Jacobs, een andere straf voor hem te verlangen, en dat ik opzettelijk heb vermeden elken schijn van als aanklager te willen optreden. Geroepen als getuige, heb ik mij er toe bepaald de mij gestelde vragen te beantwoorden. Had ik den loop der jaak kunnen gissen en vermoed, dat het stereotype verweer, als zouden remmen enz. niet ik orde zijn geweest, ingang had gevonden, wellicht zou er voor mij aanleiding bestaan hebben om, in het belang van het bedrijf dat aan mijne zorgen is toevertrouwd, een eenigszins andere houding aan te nemen. Wat hiervan wezen moge, de vrijspraak van Jacobs laat voor oningewijden plaats aan de gedachte, dat, ook bij normaal optreden van den wagenbestuurder, ernstige ongelukkcn bij het tramverkeer binnen Amsterdam niet te voorkomen zouden zijn, en wel als gevolg van :
a. onvoldoende voorschriften,
b. gebrekkige hulpmiddelen om een trein of wagen vlug genoeg tot stilstand te krijgen.
Tegen deze noodlottige misvatting moet ten stelligste ernstig worden opgekomen, hetgeen met vrucht geschiedt op do navolgende gronden :
DE VOORSCHRIFTEN.
Bij kruisingen bestaat het voorschrift, dat de wagens met het laagste nummer de voorkeur hebben om door te rijden. Nu is het duidelijk dat dit voorschritt alleen toepassing mag vinden in geval van voorkeur sprake kan zijn te weten: wanneer wagens van twee richtingen ongeveer gelijktijdig het kruispunt zullen bereiken. In dezen geest is bedoeld voorschrift dan ook steeds bij het geven van instructies aan wagenbestuurders uitgelegd, en door hen begrepen. Wie deze omschrijving te onbepaald acht, vergeet, dat in een trambedrijf als het onderhavige lichtelijk zeer belemmerende en voor menigeen ongeriefelijke voorschriften kunnen worden gegeven, die achterwege dienen te blijven, wanneer men mag rekenen - en dit dient zoo te wezen - op personeei met gewoon gezond verstand. Dit personeel, tevens beschikkende over voldoende routine moet - bij de voorkomende geringe snelheden waarmede de wagens een kruispunt hebben te naderen, en bij de afstanden, waarop de wagenbestuurders beginnen elkander te ontdekken - kunnen beoordeelen, of het in een bepaald geval niet vanzelf spreekt, dat de wagen met het hoogste lijnnummer voorgaat, omdat aldus het minste oponthoud en de minste stoornis ontstaan.
Op werkelijk gevaarlijke punten, zoals in de Bakkerstraat bij den Binnen-Amstel en in de Reguliersdwarsstraat bij de Vijzelstraat is, ter voorkoming van botsingen, bepaald, dat één der wagens een oogenblik moet stoppen tot dat volkomen zekerheid is verkregen dat het doorrijden zonder bezwaar kan geschieden. Aan het kruispunt bij de Nieuwe Vijzelstraat, waar men indien door die straat langzaam gereden wordt steeds een behoorlijk overzicht heeft is dergeliike, daar ter plaatse zeer bezwaarlijke bepaling niet noodig. Schreef men hier voor, dat de wagens steeds vóór de kruising moeten stoppen, zou dit voor lijn 4, komende van den Dam en voor lijn 10, komende van het Frederiksplein, beteekenen het versperren van belangrijke wegen voor het gewone verkeer tenzij men ver vóór de kruising bleef staan. Dan echter zouden vele passagiers oschoon nog niet bij het wachthuisje uit den stilstaanden wagen stappen en daardoor het weder in gang zetten daarvan ter voorkoming van gevaar, onmogelijk maken. Feitelijk zou men hierdoor voor de twee genoemde richtingen twee kort op elkander volgende stopplaatsen krijgen terwijl het inderdaad van veel belang is, dat men de wagens dezer beide richtingen, zonder meer oponthoud dan het verkeer medebrengt ongehinderd hun plaats over de kruising bij de wachtkamer laat bereiken. Wanneer men niets aan het doorzicht van de bestuurders mocht overlaten, zouden, tot schade aan de regelmatigheid van het tramverkeer. oorzaken van oponthoud voor een wagen nabij een kruising (door het langzaam instappen van passagiers, het plotseling opdagen van een belemmering als handkar rijwiel, enz.) zich steeds voortplanten op kruisende lijn, voor welker wagens een trouwens moeilijk te begrenzen imperatief verbod van eerst doorrijden zou moeten gelden. On eenig doorzicht nu dient bij de genoemde beambten, evenals bij iederen koetsier en voerman die een voertuig in een drukke stad bestuurt, gerekend en vertrouwd te worden. In den laatsten tijd is, bij wijze van proef, voorgeschreven, dat de wagenbestuurder, die op grond van zich voordoende omstandigheden eerst zal doorrijden, daarvan moet doen blijken door drie duidelijk te onderscheiden voetbelklanken. Hierdoor kan wel is waar eenige meerdere zekerheid worden verkregen, doch anderzijds dient gelet op de bezwaren, verbonden aan vele signalen op punten, waar wagens met bijwagens van vier verschillende richtingen elkander ontmoeten en passeeren. De ondervinding zal moeten leeren, of wellicht niet het vroegere stelsel, volgens hetwelk de bestuurders elkander door hoofdbewegingen, als anderszins, de moodige steeds voldoende begrepen teekenen geven, de voorkeur verdient.
Mijn bijzondere aandacht is en blijft op dit punt gevestigd. Vanzelf spreekt evenwel, dat zonder eenig doorzicht, zonder voorzichtige oplettendheid van het bedienende personeel, elk algemeen voorschrift kan falen. Steeds toch zijn gevallen denkbaar, waarin beleidvol handelen naar omstandigheden het eenige afdoende middel is, om ongelukken te voorkomen.
Snelheidsvoorschriften kunnen niet anders worden gegeven dan door aanwijzing van den stand der schakelkruk langs bepaalde straatvakken, en in bepaalde omstandigheden met mondelinge toelichting omtrent hetgeen overigens nog noodig is om den wagen steeds meester te blijven. Aanduidingen in kilometers kunnen daarbij niet dienen. Op geheel dezelfde wijze manoeuvreerende, geeft de wagenbestuurder in het eene geval aan den wagen een snelheid, merkbaar afwijkende van die in het andere. De vochtigheid van de rails; het daarop waaien van zand, de stroomspanning tusschen arbeidsdraad en rails, het al dan niet medevoeren van bijwagens (groote of kleine) het meer of minder gevuld zijn van de wagens, zijn even zoovele omstandigheden, die gewicht in de schaal leggen. Het beoordeelen van een snelheid kan echter, zelfs indien al de genoemde omstaniligheden bekend zijn, niet alleen geschieden door te letten op den stand van de schakelkruk en, bij nulstand hiervan, op den druk der remklossen, indien dit mogelijk ware. Immers de snelheid, waarmede een wagen op zeker oogenblik zich voortbeweegt, hangt ook af van die, waarmede vóór het uitschakelen en remmen werd gereden. Mocht er voor de fabelachtige verklaringen van wagenbestuurders omtrent aantallen meters, waarover hun wagen is doorgegleden, eenige grond bestaan, dan moet daarnevens aangenomen worden, dat zij, bij slecht weder zeer snel van een helling rijdende, plotseling en op onhandige wijze de remblokken van den wagen vastgezet en dus op de meest onoordeelkundige wijze gemanoeuvreerd hebben. Hierdoor nu missen de bedoelde verklaringen alle waarde.
DE HULPMIDDELEN.
Het onvoldoende van de hulpmiddelen, waarover de wagenbestuurder heeft te beschikken om de wagen tijdig tot stilstand te kunnen brengen, zou, blijkens het ten processe verhandolde, alleen moeten bestaan in het uitstorten van te weinig zand door den zandstrooier, waarom o. a. ook het hebben van een zandstrooitoestel voor de linksche wielen (thans zijn die alleen aanwezig bij do rechtsche) wenschelijk is genoemd. Ik acht het voldoende erop te wijzen, dat alleen zand gestrooid wordt tot vermeeddering van stroefheid der rails, en dat er geen sprake kan zijn van het laten „smoren" der wielen in het zand. Dat op zeer enkele plaatsen worden gebruikt zandstrooiers met een klep, zoodanig ingericht, dat plotseling een groote hoeveelheid gestort wordt, is waar, doch daaraan is het groote nadeel verbonden, dat de wagenbestuurder tijdens een rit tot de zeer bedenkelijke ontdekking kan komen, dat hij geen zand meer te zijner beschikking heeft, terwijl bovendien groote zandmassa's op de openbare straat zeer ongewenscht geacht moeten worden. Het ligt niet op mijn weg hier voorbeelden aan te halen van hetgeen met zoodanige inrichting bij andere ondernemingen is voorgekomen. Wel kan ik verzekeren, dat de constructie van het Amsterdamsche materieel aan alle rationeele eischen voldoet.
Mocht de praktijk nader leeren, dat de sedert korten tijd hier en daar in zwang gekomen dubbele zandstrooiers nuttig geacht kunnen worden, dan zou de invoering daarvan te overwegen zijn. Voorshands is dit evenwel nog niet het geval.
Overigens zij opgemerkt, dat Amsterdam veel eenvoudiger eischen aan het materieel stelt dan een stad, waarin hellingen van beteekenis voorkomen. Ten slotte zou gevraagd kunnen worden, of niet, wegens onvolkomenheid der voorhanden hulpmiddelen, geschikt en in staat om den wagen steeds in hun macht te houden, de wagenbestuurders zich lichtelijk blootstellen aan bestraffing ter zake van aanrijding, overtreding van de voorschriften omtrent snelheid en afstand van andere wagens, in het algemeen ter zake van tekortkomingen, waardoor de veiligheid wordt bedreigd. In verband niet dezen onderstelden twijfel, zijn de navolgende mededeelingen stellig niet van belang ontbloot. Een groot aantal wagenbestuurciers rijdt vrijwel onberispelijk. Tekortkomingen als de voormelde komen bij zeer velen ongeveer niet voor, zoodat blijkbaar de bovenbedoelde onvolkomenheden hen niet belemmeren in het betrachten van hun plicht.
Van de 360 wagenbestuurders bleven in het einde van 1906 73, of 20 %, gedurende hun ganschen diensttijd, die voor sommige 6 jaren bedraagt, geheel strafvrij, terwijl bovendien 20 % hunner slechts éénmaal reden tot aanmerking gaven, dikwijls echter wegens onoplettendheden van anderen aard dan de genoemde, immers wegens: woest omleggen van den beugel; te vroeg uitrijden van een wissel; rijden met geringere dan de voorgeschreven snelheid, en dergelijke verzuimen. Breidde men deze statistiek uit tot twee of meer tekortkomingen per man en over een reeds vrij lang tijdvak, voor zooveel die verzuimen betreffen de veiligheid van het verkeer en beschadiging van het materieel, dan zou daaruit onafwijsbaar volgen de juistheid mijner meening, dat de bestaande hulpmiddelen, aangewend door degelijke wagenbestuurders, volkomen goed werken. Ook de beste hulpmiddelen zullen echter onvoldoende blijken in de handen van woestelingen of onverschilligen.
HANDHAVING VAN HET ONTSLAG.
Ten slotte bespreekt do directeur de vraag of de vrijspraak van Jacobs aanleiding kan geven hem in dienst van de Gemeentetram te herstellen. De heer Neiszen beantwoordt voor zich deze vraag beslist ontkennend en zegt daarover het volgende :
„Ben ik wel ingelicht, dan maakt de bedoelde vrijspraak uit, dat de aan den beklaagde te last gelegde feiten, en diens schuld daaraan, niet naar eisch van rechten zijn bewezen. Is deze opvatting juist, dan beslist het door de Rechtbank gewezen vonnis, naar mij voorkomt, niets omtrent de geschiktheid van Jacobs, om in dienst van de Gemeente te worden gehandhaafd of hersteld.
“Ware het anders, ik zou met bescheidenheid van meening wezen, dat een rechterlijk college hierover niet, of in elk geval niet voldoende, oordeelen kan.
„Onafhankelijk nu van hetgeen op 4 November 1906 is voorgevallen staat, op grond van al het boven aangeroerde, bij mij de absolute ongeschiktheid door voor verbetering niet vatbare onverschilligheid van Jacobs dermate vast, dat aan de mogelijkheid van een herplaatsing als wagenbestuurder zelfs niet te denken valt.
„Mocht hiertoe worden besloten, dan zou ik, de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van den publieken weg in verband met het tramverkeer beslist moeten afwijzen. „
Een aanstelling als conducteur kan buiten beschouwing blijven, omdat Jacobs op eigen verzoek, althans met volkomen instemming zijnerzijds, wegens mindere geschiktheid, van de waarneming dezer functie indertijd werd ontheven.
„Ik moet evenwel elke aanstelling van Jacobs bij de Gemeentetram, in welke betrekking dan ook, ernstig ontraden.
„Zijn plichtsbesef staat beneden redelijk peil, zooals nog bleek ten dage van het bewuste ongeval. In plaats van, na alles wat reeds met hem was gebeurd, zijn uiterste best te doen, en vooral als wagenbestuurder het gebruik van benevelend vocht na te laten, heeft Jacobs op genoemden 4den November vóór zijn avonddienst gedronken, eerst op den hoek van de Ceintuurbaan met zijn vriend Bakker „esn borrel" —' hoeveel blijkt niet — later bij dezen nog twee oranjebitters, en vervolgens, gedurende zijn diensttijd, in een herberg een glas bier.
„Werd Jacobs in eenige positie gehandhaafd, dan zou daardoor zeer ten onrechte voedsel worden gegeven aan de verderfelijke opvatting, dat een allergebrekkigste plichtsbetrachtinp, die geen werkgever zou dulden, voldoende is voor den gemeentedienst.
„Ik mag mij overtuigd houden, dat Burgemeester en Wethouders hiertoe, en dus tot verslapping van de aansprakelijkheid der hoofden van dienst voor het gehalte hunner inferieuren, niet zullen medewerken, te minder nu hun college weinige maanden geleden heeft goedgevonden zeven voorloopig aangestelde conducteurs en wagenbestuurders eervol te ontslaan, omdat zij in hun proefjaar getoond hadden het juiste begrip van plichtsbetrachting niet te bezitten. Wel gold het in bedoeld geval vorloopig aangestelden, doch hunne tekortkomingen kunnen niet in vergelijking komen met het veelvuldig plichtsverzuim in heel het verleden van Jacobs".

3-8-1907
Een 27-jarige vrouw sprong Vrijdagmorgen in de Sarphatistraat van de in beweging zijnde tram. Zij kwam daarbij te vallen, met het gevolg dat zij met een been onder den wagen kwam, waardoor dit lichaamsdeel brak. Zij is in het O. L. Vrouwen-gasthuis opgenomen.

5-8-1907
Op het politiebureau is gedeponeerd een valse gulden, met beeldenaar van de koningin, die zaterdag aan een tramconducteur ter betaling was aangeboden.

9-8-1907
GLAZEN TRAMVOORPUIEN
In een ingezonden brief verbaast een juist uit Amerika teruggekeerde briefschrijver zich erover, dat eerst nu een de eerste motorwagen met een glazen voorpui op lijn 3 in dienst is gesteld, en hij vraagt zich af, hoe het mogelijk is dat er nu pas een proef wordt genomen, terwijl hij jaren geleden bij de invoering van de elektrische tram al gepleit heeft voor dergelijke puien in het belang van de gezondheid van wagenbestuurders en passagiers. Indertijd werd hij weggehoond met drogredenen als beslaan van de ruiten en problemen met wisselverleggen, terwijl toen een proef toch gemakkelijk en weinig kostbaar zou zijn geweest. Verder wijst hij er op, dat in de grote steden in Amerika en Europa die hij heeft bezocht, de trams allemaal zijn voorzien van glazen voorpuien, terwijl het verkeer daar heel wat drukker is dan hier. In feite is er hier sprake van geld weggooien, dat men er hier nu pas toe overgaat.

Vieze tramkaartjes.
Een andere briefschrijver beklaagt zich over de vieze gewoonte van conducteurs om de tramkaartjes, die zij uitgeven, voor het afscheuren met spuug te bevochtigen, in plaats van het sponsje te gebruiken, dat hen is verstrekt. Hij stelt voor, om, zoals hijzelf doet, dergelijke kaartjes te weigeren en de tramcontroleurs te laten nagaan, of de sponsjes in de kaartentrommels wel goed bevochtigd zijn met “zuiver water” en een scheikundige te laten nagaan of de sponsjes niet opzettelijk bevuild worden. De autoriteiten moeten daar uit oogpunt van hygiëne aan meewerken, vindt hij.

10-8-1907
Bevochtigen van tramkaartjes.
Een lezer vestigt er de aandacht op dat het in het geheel niet nodig is tramkaartjes te bevochtigen om af te kunnen afscheuren. In een gummirandje om het achtereinde van zijn potlood vindt elke conducteur een gemakkelijk middel om de kaartjes af te scheuren zonder voorafgaande bevochtiging.

13-8-1907
Vieze tramkaartjes.
Op het eerdere ingezonden stuk over “vieze kaartjes” komt een reactie van een conducteur, die beschrijft, dat het publiek er minstens even vieze gewoonten op na houdt, als het kaartjes uit boekjes moet scheuren, om die aan de conducteur te overhandigen, of “pasjes” te tonen. Het controleren van sponsjes noemt hij belachelijk, in aanmerking genomen, waar een conducteur allemaal mee in aanraking komt (geld, leuningen, handvaten enz.). Volgens hem wassen bijna alle conducteurs na een rit, zowel hun handen als het sponsje.
In zijn commentaar zegt de redactie dat dit geen afbreuk doet aan de stelling van de eerste briefschrijver.

Zaterdagavond probeerde een man in de Linnaesstraat op een rijdende tram te springen. Hij kwam ten val en kneusde zijn knie, waardoor hij naar het Binnengasthuis moest. Ma behandeling werd hij per raderbaar thuisgebracht.

14-8-1907
Ingezonden
Een gevaarlijke plek
Hedenmiddag passeerde ik de Rapenburgerstraat hoek Muiderstraat, toen ik een toeloop van mensen moeite zag doen om een kind onder de tram (Lijn 7) te verwijderen.
Een vrouw, die naast het bewuste kind liep, verklaarde mij uitdrukkelijk dat het kind slechts op zij ging om voor de aankomende tram te vluchten, wat bij de enge passage tussen tramrails en P. I. Kerk onmogelijk was en waardoor het ongeluk ontstond.
Ik meen thans, nadat op deze gevaarlijke plaats herhaaldelijk een ongeluk is voorgekomen, onder de aandacht der overheid te moeten brengen, dat de toestand op deze plek, alwaar een snijpunt is van 3 lijnen van twee richtingen, afdoende moet worden veranderd, wil men niet telkens voor nieuwe feiten komen te staan.
Het is dringend nodig dat op zo’n druk verkeerspunt voldoende voor de veiligheid van wandelaars en vooral van kinderen wordt gezorgd. Immer kenmerkt zich deze buurt èn door drukke kinderbevolking èn door drukte van de zich in de omgeving bevindende drie scholen.
Hopende, dat deze opmerking tot de gewenste verandering aanleiding mag, geven:
hoogachtend, A. F. BENJAMINS.
Amst., 13 Aug. 1907.

15-8-1907
Uit het avondpolitierapport.
Het knaapje dat j.l. Dinsdag in de Rapenburgerstraat, door een tram werd aangereden is gisteren in het Israëlietisch ziekenhuis overleden.
In de Spaarndammerstraat kwam gisteren een tramwagen in aanraking met een met flessen melk beladen kar, waarvan een der wielen tusschen de tramrails was bekneld geraakt. De tramwagen werd beschadigd, terwijl een aantal flesschen melk verloren ging.

16-8-1907
Gemeenteverslag 1906. Gemeentetram.
In het afgelopen jaar kwam de inrichting voor elektrische trekkracht van het tramwegnet, zoals dit van de Amsterdamsche Omnibus-Maatschappij is overgenomen en volgens het raadsbesluit van 12 Juni 1901 gewijzigd en uitgebreid, met inachtneming van de latere besluiten, gereed (behalve een zeer klein deel, nl. de verbinding van de deelen van lijn 3 ten Z.W. en ten O. van de Muiderpoort) . De voltooiing van het gereconstrueerde net leidt als van zelf tot een terugblik op het laatste jaar van de ingetrokken concessie (1899); waarbij blijkt, dat, terwijl toen, bij een kapitaal van ƒ 5,300,000 het vervoer 22.2 millioen passagiers bedroeg, thans, bij een door de hoge overnemingskosten zeer bezwaard kapitaal van f 11,000,000 ruim 45 millioen passagiers zijn vervoerd; «en aantal, waarvan een geregelde uitbreiding zonder aanzienlijke kapitaalsvergroting ook in de minst gunstige omstandigheden mag worden verwacht.
In 1906 steeg het aantal passagiers met 21 % en de bruto-opbrengst met 14.9 % in vergelijking met 1905. De gunstige economische verhoudingen hebben daartoe ongetwijfeld evenzeer bijgedragen als de weersgesteldheid.
Het aantal ambtenaren bedroeg 81 op 31 December 1906 (tegen 83 in 1905).
Bovendien waren nog in tijdelijke dienst 11 ambtenaren voor kantoorwerkzaamheden.
Op het einde van het jaar bedroeg het aantal werklieden (met inbegrip van hot rijdend personeel) 1579.
In 1906 werden aan de Rijksverzekeringsbank 125 aangiften gedaan wegens ongevallen — voor het merendeel zeer onbelangrijke — gezonden.
Ziek waren gemiddeld per dag 9.89 conducteurs (2.18%; 1905: 2.60%), 10.54 koetsiers en wagen bestuurders (8.12 %; 1905: 4.63 %), 0.06 stalknechts (0.79%; 1905: 3.57%) en 7.5 werklieden (2.47%; 1905: 2.33%).
Trekkracht. Op het einde van het jaar was van de straatlengte, waarover tramwegen liggen (50,867 KM. 95.14 % ingericht voor electrische exploitatie en 4.86 % voor paardenexploitatie. De vooraad paarden, op 1 Januari 1906 groot 45 stuks, verminderde door verkoop van overbodig geworden paarden met 18 stuks, en was dus op 31 December 1906 groot 27 stuks, met een boekwaarde van f 137.32 por stuk. De verkocht, paarden hebben gemiddeld por stuk opgebracht f 148.64 (1905: f 245.95); terwijl de waarde waarvoor zij op de balans voorkwamen was f 140.96.
De electrische trekkracht werd geleverd door d Centrale der Gemeente-elektriciteits-werken, volgens onderstaande prijsberekening: voor de eerste 1,000,000 kilowattuur f 0.07 per K.W.U. ; voor de tweede 1,000,000 kilowatturen f 0.06½ per K.W.U. ; voor de volgende kilowatturen f 0.06 per K.W.U., gemeten aan de Centrale, terwijl de de tram voorts wordt vergoed aan genoemde tak van dienst
1e. 3,5 % jaar van het tot den aanleg, de vernieuwing en de uitbreiding van het tramkabelnet aangewende kapitaal, verminderd met de noodzakelijk geachte afschrijving wegens waardevermindering van dat net;
2e. 5% per jaar van de aanleg-, vernieuwings en uitbreidingskosten van het tramkabelnet, als vergoeding voor de vermoedelijke waardevermindering van dat net;
3e. f 2500 voor vergoeding van kosten van onderhoud, beheer, toezicht enz. (zoolang het tramkabelnet niet wordt uitgebreid.
Als gevolg van deze regeling heeft de prijs per K.W.U., genoten aan de Centrale, gemiddeld over het hele jaar bedragen f 0,0707. Het gemiddelde energiegieverbruik per wagenkm (met berekening van 1 bijwagenkm als 0.4 motorwagenkm) was 0.548 K.W.U., gemeten aan de Centrale.
De proef met een inrichting tot automitische wisselverzetting nabij de brug vóór het Leidscheplein, in hot vorige verslag genoemd, voldeed goed. Op grond daarvan werd de proef op uitgebreider schaal voortgezet door zulke inrichtingen ook nog aan te brengen op twee punten op het Frederiksplein, in de Rapenburgerstraat, bij het Prins Hendrikplantsoen en op twee punten voor het Centraalstation.
De revisie van de bovenleiding, die met geregelde tussenpozen plaats had, geeft tot geen andere mededeling aanleiding, dan dat het hele net niet aan buitengewone slijtage onderhevig schijnt te zijn; een uitzondering hierop maakt de arbeidsdraad in de Plantage Middenlaan en onder de spoorweg-doorgangen; op deze punten is de draad sterk afgesleten. De oorzaak hiervan ligt in de abnormaal geringe hoogte, waarop de geleiding op genoemde punten indertijd is gespannen. De geleiding in de Plantage Middeniaan zal in het voorjaar van 1907 vernieuwd moeten worden, waarbij zij tevens op de normale hoogte zal worden aangebracht.
Rollend materieel. Het aantal tramwagens verminderde door buitendienststelling van 23 paardenwagens en verkoop van 13 van die wagens, (die alle dadelijk werden afgeschreven) totaal met 36 stuks. Het inrichten, in eigen beheer, van een aantal paardentramwagens tot bijwagens voor de elektrische exploitatie werd geregeld voortgezet.
Op het einde van het jaar waren 155 wagens (92 dichte, waaronder 12 zogenaamde gemengde met banken op de balkons, benevens 63 open) voor die bestemming geheel gereed gemaakt, terwijl 9 dichte wagens van zodanige trekinrichtingen zijn voorzien, dat zij als reserve kunnen dienst doen. Van de blijkens het vorigo verslag in bouw zijnde 15 bijwagens (vergroting van middelsoort paardentramwagens) bleven er 7 in bewerking, die spoedig gereed kwamen. Tezamen waren er dus, met inbegrip van 42 dichte paardentramwagens en het onveranderd gebleven aantal van 229 motorwagens, voorhanden 442 tramwagens.
Met de inrichting van de grote bijwagens met solenoïderemmen is voortgegaan. De 12 bijwagens met zitplaatsen op de balkons zijn van die remmen voorzien. In verband met de invoering van die solenoïderemmen zijn 217 motorwagens van remweerstanden voorzien. Ten einde ondervinding op te doen met de elders meer en meer in gebruik komende inrichtingen tot het controleren en zoveel mogelijk beperken van het stroomverbruik werden in 30 motorwagens zgn. tijdtellers van Hartman & Braun te Frankfort aangebracht. Dit zijn toestellen, welke het aantal minuten aangeven, gedurende welke de wagenbestuurder stroom ingeschakeld heeft. Ze zijn goedkoper en minder aan defect geraken onderhevig dan de energiemeters, welke voor hetzelfde doel toegepast worden. Of zij geen nadelen hebben, die tegen een ruime toepassing pleiten, zal de ondervinding nog moeten leren.
Vier motorwerkwagens werden aangeschaft, o. a. voor de rangeerdienst van de bijwagens, die van de bijremises aan den Amsteldijk, de Linnaeusstraat, de Willemsparkweg en de Brouwersgracht over vrij groote afstanden moeten worden vervoerd naar do motorwagens, lopende op de lijn, waarop zij moeten dienst doen.
Deze werkwagens zijn geleverd door de Nederlandsche Fabriek vau Werktuigen en Spoorwegmaterieel alhier. De electrische uitrusting werd daarin en daarop aangebracht in eigen beheer met gebruikmaking van de AB 55 motoren van de Schuckert-inrichtingen uit 4 der 10 eerstgebouwdo motorwagens. Deze motoren worden, evenzeer in eigen beheer, vervangen door nieuwe D 39 motoren van de „Siemens Schuckertwerke".
Met het verbeteren van de luchtverversing in de motorwagens door het aanbrengen in iedere kopwand boven de vaste ruit van een ventilatieluikje. waarvan de opening aan de buitenzijde wordt afgesloten door een à jour bewerkte plaat, is een aanvang gomaakt; er wordt naar gestreefd, om dit werk vóór de aanstaanden zomer gereed te nebben.
De gewone onderhoudswerken aan het rollend materieel hadden geregeld plaats. In grote revisie zijn geweest 172 motorwagens en bleven op 31 December 21 motorwagens. Opnieuw geschilderd werden 18 motorwagens en 11 dichte bijwagens, bijgeschilderd 86 motorwagens en 4 dichte bijwagens. Op 5 van de nieuw geschilderde motorwagens en op enige bijwagens is een proef met Ripolinverf genomen. Op 4 wagens zijn aan de ene as bij wijze van proef tandwielen met afneembare tanden aangebracht. Een aantal grote bijwagens heeft, in plaats van geharde gegoten wielen, smeedijzeren wielen met stalen wielbanden gekregen. Ook in andere richtingen werden onderzoekingen gedaan, die tot besparing op de onderhoudskosten kunnen leiden.
Behalve tramwagens zijn uit de aard der zaak verschillende wagens voor verschillende werkzaamheden en diensten voorhanden. Bijzondere vermelding verdient daarbij het materieel in gebruik bij sneeuw- en vriezend weer, bestaande uit een elektrische sneeuwveegwagen, 6 pekelwagens, die door een elektrische motorwagen of werkwagen worden meegevoerd, benevens 2 automobiel-pekelwagens (benzine-motoren), welker chassis buiten het winterseizoen worden benut voor het inrichten van montage- en transportwagens.
De elektrische sproeiwagen der Stadsreiniging werd gedurende 90 dagen bediend.
Gemiddeld hebben per dag gereden 138 motorwagens en 78 bijwagens op de elektrische lijnen; op de paardentramlijnen vóór 25 Norember 7 en na die tijd twee wagens. Open wagens zijn in dienst geweest op 132 dagen. (117 in 1905.)
Gemiddeld zijn dagelijks afgelegd door de motorwagens 167 K.M. per wagen, door de bijwagens 98 K.M. per wagen, door de paardenwagens 117 K.M. per wagon. Het gemiddelde aantal plaatsen van de gehopen hebbende wagens over het geheele jaar was 34 per wagon.
Do vervoercapaciteit is weer gestegen. Het totale aantal gepresteerda plaatskilometers (wagenkilometers vermenigvuldigd met het aantal plaatsen van elke wagen) is toegenomen van 329.074.220 in 1905 tot 392.531.079 in 1906, waarvan resp 71.191.232 en 94.531.103 door bijwagens.
Tramwegen.
De verlenging van de lijnen 1, 2 (in verband met de voor beide lijnen dienstige kringlijn aan de Amstelveenscheweg en de Koninginneweg, benevens doortrekking van lïjn 2 langs de N. Z. Voorburgwal) 3, 5, 7, 9 (door de aanleg van een kringlijntje langs het Oosterpark, de Kastanjeweg, het Kastanjeplein en de 3e Oosterparkstraat) en 11, gepaard met enige kleine wijzigingswerken, gaf aanleiding tot een vermeerdering van de baanlengte tot 50,867 K.M. op 31 Dec. 1906 (1905: 45.030 K.M.).
In het geheel ligt er 94,396 K.M. spoor (constructielengte) van de Gemeentetram in de openbare weg (1905: 84,907 K.M.) en 6.250 K.M. spoor (constructielengte) in de verschillende remises en op do emplacementen.
Op het einde van het jaar bedroeg de gehele exploitatielengte (som van de lengte der lijnen heen en terug) 133,769 km, waarvan elektrisch geëxploiteerd werden 128,869 km. In de bovenstaande spoorlengten is begrepen een baanlengte van 1,040 K.M. dubbel spoor van 1 M. spoorwijdte, uitsluitend bereden de Electrische Spoorweg-Maatschappij, benevens 1,319 Km baanlengte, waarin ten behoeve van het gemeenschappelijk berijden met de E. S. M. een derde rail in elk bestaande sporen is gelegd.
Uitsluitend bij de gemeentetram in gebruik was op 31 december 1906 een baanlengte van 49,827 K.M., een constructielengte van 92,165 km en een exploitatiolengte van 128,990 K.M.
2,5 km spoor werd door nieuwe rails vervangen en ongeveer 6 km spoor werd nieuw aangelegd.
De gewone onderrhoudswerken hadden geregeld plaats, waarbij het lichten van sporen een belangrijke plaats inneemt. Vooral in asfaltstraten doch ook in enige straten met keibestrating begonnen zich slechte toestanden te vertonen in de vorm van los liggende rails en gebrekkige ondergieting en onderbedding, welk in de Reguliersbreestraat bereids tot dure herstellingen hebben geleid. Bij voorkomende gelegenheden is uitbreiding gegeven aan de toepassing van afwateringsbakken voor het water in de railgroeven.
De opbrengst van het vervoer bedroeg ƒ 2.749.020 tegen f 2.392.654 in 1905 (14.89 % meer). De exploitatiekosten waren f 1.771.246 tegen f 1.489.986 in 1905 (18.9 % meer).

16-8-1907
Een schrijver van een ingezonden stuk wijst naar aanleiding van het overlijden van een jongetje bij een tramongeval in de Rapenburgerstraat op de gevaarlijke situatie ter plaatse, waar van vier kanten tramlijnen komen. Bij de aanleg heeft hij daar al op gewezen, en hij vraagt zich af, hoeveel ongelukken daar nog moeten gebeuren voor het gemeentebestuur ingrijpt. Hij vindt het onvarantwoord, dat op een plaats waar duizenden kinderen kinderen passeren, de rails zo dicht langs het trottoir liggen.

21-8-1907
Tegen de tram.
Op de brug bij de Nieuwe Heerengracht reed vanmiddag een koopman van het Waterlooplein zijn zwaar beladen kar tegen motortramwagen 169 van lijn 9, doordat hij uitgleed en de kar niet meer meester was. Het zijpaneel van den tramwagen was ernstig beschadigd, zodat hij buiten dienst moest worden gesteld.

21-8-1907
Op Koninginnedag zullen op diverse plaatsen door de Oranjebond wedstrijden en spelen voor kinderen worden georganiseerd, o.a. op de wielerbaan Zeeburg.
Kinderen die zich hebben laten inschrijven en woonachtig zijn buiten de Haarlemmerpoort, in de Zandhoek, Barentsz-, Heemskerckstraten enz., zullen op Koninginnedag ‘s morgens kosteloos per tram vervoerd worden van het Haarlemmerplein naar het punt van afmars, Mauritskade bij de Muiderpoort.

27-8-1907
Gisteravond botste een tram van lijn 10 in de Plantage Middenlaan op een stilstaande tram van lijn 9, waarvan de bijwagen gedeeltelijk werd vernield. Het tramverkeer ondervond slechts geringe vertraging, en persoonlijke ongelukken deden zich niet voor.

Weer werd aan het trampersoneel vals geld in betaling gegeven, ditmaal een rijksdaalder en twee kwartjes, die bij de politie zijn afgegeven.

27-8-1907
Glaren puien voor tramwagens.
De arts G. Boom, die indertijd door het trampersoneel als deskundige is geraadpleegd inzake het aanbrengen van glazen voorpuien aan motorwagens, beklaagt zich in een ingezonden stuk over de traagheid, waarmee uitvoering wordt gegeven aan het raadsbesluit om 20 motorwagens op proef van glazen voorpuien te voorzien. In een half jaar tijd zijn er nu twee wagens behandeld, terwijl het naar schrijvers mening in die tijd wel geheel uitgevoerd had kunnen worden. Bovendien vindt hij het vreemd, dat een proef wordt genomen met een systeem, dat in de buurlanden al als onbruikbaar is aangemerkt, en dus als nutteloze geldverkwisting kan worden beschouwd.

In de Czaar Peterstraat sprong gistermiddag iemand van een tramwagen, kwam te vallen, en bleef bewusteloos op de straat liggen. Naar het O. L. Vrouwen-gasthuis gebracht, bleek daar dat hij geen letsel had.

30-8-1907
Gistermiddag is op de Overtoom een 17-jarige jongen, door slippen van zijn fiets gevallen en in aanraking gekomen met een tramwagen, waardoor hij bewusteloos bleef liggen. Na weer te zijn bijgekomen is hij naar het Wilhelminagasthuis gebracht en daar opgenomen.

31-8-1907
Agenda Raadsvergadering.
De Gemeenteraad is bijeengeroepen tot de door de wet voorgeschreven vergadering op de eersten Dinsdag in September (3 Sept.). Op de agenda staat o.a.
779. Voordracht van B. en W. om het tramwegnet te wijzigen door daaraan toe te voegen een vak van de Ceintuurbaan door het Z. O. deel der Van Woustraat tot nabij de Tolstraat-, en de exploitatielijnen van het net opnieuw vast te stellen.

Inde Vijzelstraat had gisteren een botsing plaats tusen een tramwagen en een bespannen rijtuig, waardoor eerstgenoemd voertuig werd beschadigd.

1-9-1907
Electrische tram Amsterdam—Zaanstreek.
Naar het weekblad „De Zaanlander" meedeelt zijn alle plannen betreffende het aanleggen van een elektrische tram tussen Amsterdam en de Zaanstreek enz. tot februari 1908 uitgesteld. Enige opzichters en employees zijn ontslagen. Zou het uitstel leiden tot afstel? vraagt het blad.

3-9-1907
Door de tram aangereden.
Gistermiddag werd een bejaarde werkman uit de Jacob van Campenstraat, die op den N. Z. Voorburgwal voor de elektrische tram wilde oversteken, aangereden en op de grond geworpen. Gelukkig werd de tram door tijdig remmen ogenblikkelijk tot stilstand gebracht; de man kwam er af met lichte wonden aan hoofd en handen.

Zaterdagmiddag heeft in de Vijzelstraat een aanrijding plaats gehad tussen een tramwagen en een handkar. De tram werd hierdoor niet onbelangrijk beschadigd, terwijl twee mannen, die de handkar welke met gaspijpen beladen was, bestuurden, door de schok tegen de straat sloegen, zonder letsel te bekomen.

Doordien een jongmens gisteren op het Damrak op een in vollen vaart zijnde tramwagen wilde springen, bezeerde hij zich aan een van zijn benen. Een agent van politie verleende met een snelverband de eerste hulp.

4-9-1907
Op het Rokin bij het Beurspleintje kwam gistermorgen een bespannen vrachtwagen in botsing met een tramwagen, waardoor laatstgenoemd voertuig licht werd beschadigd. De bestuurder van de vrachtwagen viel van de bok en bekwam daardoor een onbeduidend wondje aan een der handen.
Op de Haarlemmerstraat ontstond gistermorgen eveneens een botsing en wel tussen een groentenkar en een tramwagen. Ook hier werd de tram licht beschadigd.

4-9-1907
Ingezonden
“Aan de Redactie!
Beleefd verzoek ik u eene kleine plaatsruimte in uw blad, waarvoor ik u bij voorbaat dank zeg.
Gistermiddag stond ik op de Weteringschans bij het Leidscheplein te wachten op lijn 10 in de richting Sarphatistraat.
Ik had mijn toevlucht gezocht op de trottoir bij Hirsch, toen ik naar de tram wilde oversteken, maar daardoor belet werd, door een van links komend rijtuig en van rechts door eenige karren. Met veel moeite kwam ik tusschen rijtuig en karren heen, de tram was toen echter al in beweging. Is het nu niet doenlijk daar een smallen vluchtheuvel te maken, zooals het ook op den Dam is? Ditzelfde zou ook zeker van zeer veel nut zijn in het Weteringplantsoen bij de Weteringschans voor het instappen van lijn 4, richting Vijzelstraat, ook in de Sarphatistraat van lijn 11, richting Frederiksplein. Daardoor zullen ongelukken, die daar haast onvermijdelijk zijn, voor een groot deel vermeden kunnen worden. Hoogachtend, R. B. E., Amsterdam, 3 Sept 1907.”

5-9-1907
Gistermiddag werd op het Damrak een bespannen vrachtwagen welke schuin de rails overstak van achteren aangereden door een tramwegen van lijn 4. Do wagen geraakte bekneld tussen de tram en een bovenleidingpaal en werd vrij ernstig beschadigd. Ook de tram kreeg beschadiging. Het verkeer ondervond ongeveer 10 minuten vertraging.

In de Leidschestraat kwam gistermiddag een automobiel in botsing met een tramwagen, waardoor het spatscherm van de tram werd beschadigd, zonder dat persoonlijke ongelukken plaats hadden.

6-9-1907
Exploitatie tramnet.
In het Gemeenteblad is opgenomen een voorstel van het raadslid Ruys betreffende enkele wijzigingen, aan te brengen in de voordracht van B. en W. betreffende de exploitatie van het tramnet en het tramtarief.
De heer Ruys verklaart in zijn toelichting, dat hij, nu door B. en W. bij hun voordracht d.d. 23 Juli 1907, No. 779, voorgesteld wordt een nieuw besluit te nemen tot vaststelling van de exploitatiebepalingen van het tramwegnet, meent het eerste deel van het door hem met den heer Bijvoet ingediende voorstel, d.d. 8 April, No. 402, als amendement op die voordracht te moeten voorstellen.
Voor verdere toelichting meent hij te mogen verwijzen naar de toelichting van vorenbedoeld voorstel, d.d. 8 April 1907, welk voorstel thans als vervallen kan worden beschouwd.

6-9-1907
Overreden.
Een treurig ongeluk had gistermiddag op de N. Z. Voorburgwal achter het Paleis plaats. De sigarenmaker P. Mozes, die op zijn fiets tussen de tramrails reed, slipte toen hij wilde uitwijken voor een achter hem aan komende wagen van lijn 1.
De ongelukkige kwam met zijn rijwiel onder het zgn. veiligheidsbord (baanschuiver, C.H.P.) terecht, zodat men de wagen moest oplichten om hem uit zijn vreselijke positie te bevrijden. In een der kamers van het Palais Royal binnengedragen, werd hem de eerste hulp verleend door dr. De La Parra, die in dat hotel logeert, en door dr. Sormani, die een breuk van het schouderblad, een dubbele linkerbeenfractuur en een lichte hoofdwond constateerden. Nadat de breuken gespalkt waren, werd de man naar het Binnen-Gasthuis getransporteerd. Zijn rijwiel was natuurlijk zwaar beschadigd. Wij vragen ons na een ongeluk als dit af, of ook hier ter stede de invoering van een veiligheidsnet, zoals de Berlijnse trams die hebben, niet wenselijk zou zijn. Voor de inrichting als aan de Amsterdamsche trams bestaat lijkt de naam „veiligheidsbord" bittere ironie.

6-9-1907
Het ongeluk op de Voorburgwal.
In een ingezonden brief vraagt een zekere A. zich af, waarom de heer Mozes nu speciaal tussen de rails fietste. De N.Z. Voorburgwal is toch ruim genoeg? Dit ongeluk is in de eerste plaats te wijten is aan de “onnoodige waaghalzerij” van de betrokken fietser, die op de “slijkerige weg” te dicht bij de tram reed.

7-9-1907
Het ongeluk op de Voorburgwal.
Op het voorgaande ingezonden stuk wordt gereageerd door een zekere “Corpus”, die de schuld eerder legt bij de trampassagiers die ter plaatse van het ongeval, bij het Postkantoor, het liefst op de rijweg op hun tram wachten, en voor fietsers weigeren opzij te gaan. Dit gegeven, gecombineerd met het drukke tramverkeer (er rijden drie tramlijnen daar), dwingt de fietsers dicht achter de tram te gaan rijden. Ongelukken blijven dan niet uit.

Lijn 8.
De heer de J. geeft in een ingezonden stuk B. en W. in overweging lijn 8 op de Weesperzijde te handhaven, aangezien de bewoners van die buurt hun rechtstreekse tramverbinding met het Weesperpoortstation en het Centraal Station verliezen. Bovendien zullen de daar aanwezige huizen, winkels en fabrieken sterk in waarde dalen. Het college moet alles doen wat de bewoners van deze buurt, die zich de laatste jaren dankzij de goede tramverbindingen zo uitgebreid heeft, tot voordeel kan strekken.

Agenda Raadsvergadering.
De Gemeenteraad is bijeengeroepen tot een vergadering op Woensdag 11 September, ‘s middags te 1¼ uur, ter behandeling van o.a. de volgende onderwerpen:
779 Voordracht van B. en W. om het tramwegnet te wijzigen door daaraan toe te voegen een vak van de Ceintuurbaan door het Z.O. deel der Van Woustraat tot nabij de Tolstraat; en de exploitatielijnen van het net opnieuw vast te stellen.

8-9-1907
Uit het politierapport.
In de Utrechtschestraat ontstond eergisternamiddag een botsing tussen een tramwagen en een bespannen vrachtwagen. De tram werd hierbij enigszins beschadigd. Persoonlijke ongelukken hadden niet plaats.

10-9-1907
Gistermiddag kwam op de St. Anthoniesbreestraat een met balen beladen wagen in botsing met een tram wagen. De tram werd hierdoor enigszins beschadigd. Persoonlijke ongelukken hadden niet plaats

11-9-1907
Gemeenteraadsvergadering van heden.
Ingekomen stukken.
Over een adres van de N.V. Nederlandsche Drukkerij v/h Jan L.C. Kotting & Co, om ook na 1 januari 1908 in aanmerking te komen voor de exploitatie van reclame transparanten in de rijtuigen van de Gemeentetram wordt gediscussieerd door enerzijds de heer Wijmalen, die de reclames niet hinderlijk vindt en er op wijst dat ze de gemeente jaarlijks f 10.000 opleveren en daarin gesteund wordt door de heer Van der Velde, en anderzijds weth. Heemskerk, die het standpunt van B. en W. verdedigt, en aanvoert dat de reclames eigenlijk minder gewenst zijn, omdat een tram toch ook een officiële plaats is. Uiteindelijk wordt besloten het adres in handen te stellen van B. en W. voor preadvies.
Voorts zijn een paar adressen ingekomen, die betrekking hebben op voordracht no. 779, en in dat kader behandeld zullen worden, t.w. van de Varkensslachtersver. “Amsterdam”, om het tarief voor de lijnen 3, 9 en 10 in relatie tot tramlijn 6 niet te wijzigen, van de bewoners van de Weesperzijde e.o. om lijn 8 daar te handhaven.
Dat geldt ook voor een voorstel van het raadslid Ruijs om lijn 13 te verlengen naar de Dam, met de daarop ingekomen adhesiebetuiging van bewoners van de Prins Hendrikkade e.o.
Aan de orde is no. 779, Voordracht van B. en W. om het tramwegnet te wijzigen door daaraan toe te voegen een vak van de Ceintuurbaan door het Z.O. deel der Van Woustraat tot nabij de Tolstraat; en de exploitatielijnen van het net opnieuw vast te stellen. [Deze voordracht strekt tot opheffing van het baanvak Weesperzijde — Nieuwe Amstelbrug — van lijn 8 en deze lijn te doen loopen van deze brug, langs Ceintuurbaan naar de Van Woustraat bij de Tolstraat. De kosten van deze wijziging worden geraamd op f. 30.000,-. Hierbij wordt behandeld het voorstel Ruys tot doortrekking van lijn 13.
De heer RUIJS verdedigt zijn voorstel op de bekende billijkheidsgronden. Het is de bewoners er niet om te doen om een nieuwe verbinding met de Dam te krijgen, maar alleen om naar de Dam te kunnen doorrijden, waarheen toch zeven andere lijnen lopen.
De heer TER HAAR bestrijdt de voordracht van B. en W. in hoofdzaak op grond van de kosten. Omdat deze wijziging, die wel sommigen baat, maar ook anderen nadeel brengt, de gemeentekas ƒ30,000 zal kosten, zal hij tegen stemmen.
De heer SMIT sluit zich aan bij de woorden van de heer Ruijs, en merkt op, dat de eilanders wel de indruk moeten krijgen, dat ze geen Amsterdammers zijn, dat merken ze slechts aan hun belastingpapieren, daarin ziet men geen verschil met bewoners yan Heeren- en Keizersgracht (Gelach) — natuurlijk proportioneel. Hij hoopt daarom, dat ook eens op de belangen van deze bewoners zal worden gelet en het voorstel-Ruijs zal worden aangenomen.
De heer VERSCHURE vestigt er de aandacht op, dat bij het in dienst stellen van de nieuwe lijn 14 (motoromnibussen) de onbillijkheid tegenover de eilanders nog groter wordt. Hij beveelt daarom het voorstel-Ruijs warm aan.
De heer FABIUS wijst op de omweg die lijn 13 maakt, met zulk een lijn moet men wat facieler zijn om tr verhoeden, dat men de kortste weg neemt en dus „binnendoor" loopt.
De heer VLIEGEN verdedigt het voorstel ook op deze grond, dat nu eenmaal, wat de ervaring leert, de Dam het punt is, waar men heen moet.
De heer VAN DER VELDEN kwam hedenochtend te 7 uur op den Dam een wagen van lijn 13 tegen met brievenbestellers; voor deze is de gemeente dus wel faciel. Spr. wil daarop even de aandacht vestigen.
Wethouder HEEMSKERK meent, opdat de zaak eenvoudig is, of men zich de nodige hogere uitgaven wil getroosten voor de bewoners aan lijn 13. Spr. durft niet zeggen de eilanders, want dan geraakte hij in onmin met den heer Smit (gelach), die niet best is te spreken over de verhouding van het Gemeentebestuur en de Eilanders. Spr. herinnert dat het Gemeentebestuur ten bate van de tramverbinding voor de eilanders meer heeft uitgegeven dan voor enige andere wijk. En wat de heer Ruijs wil, zou naar de raming van B. en W. f 50,000 kosten. Om deze uitgaaf goed te maken, zou men moeten hebben vijf à zeshonderdduizend passagiers meer, d. i. 1500 passagiers per dag meer. Zo’n een toeneming is niet te verwachten; het doortrekken van lijn 13 is dus een schadepost. De enige vraag is nu maar of men ten behoeve van de eilanders over deze schadepost wil heenstappen. Spr. antwoordt de heer Ter Haar dat de afkapping van lijn 8 de bewoners der Weesperzijde niet zal benadelen in hun verbinding met het Centraal-station; zij hebben en houden daarvoor lijn 5, die er wel vijf minuten langer over doet, naar men zegt, maar dan gaat men maar vijf minuten vroeger van huis. De communicatie met de Jodenbnurt acht spr. geen steekhoudend argument; inderdaad zal de verlegging naar de Van Woustraat z. i. een gemeenschap vormen, die meer rationeel is dan de bestaande.
De heer VAN DEN BERGH meent dat bet voorstel-Ruijs beter behoort bij het tarief. Wil men de eilanders een verbinding met de Dam geven, dan moet men voor hen een goedkoop doorgangskaartje creëren.
De heer SMIT raadt wethouder Heemskerk in zijn repliek aan, dat als het voorstel-Ruys niet wordt aangenomen, hij dan toch maar niet op de eilanden kan komen (gelach). De eilanders laat men inderdaad links liggen, hoewel hun belasting toch op de zelfde grondslag is gebaseerd. Men moet toch ook bedenken dat zij ook helpen de tramexploitatie voordelig te maken, want als zij eens willen gaan rijden met de tram — en dat gebeurt vaak — dan nemen zij niet lijn 13 of 7, maar lijn 2 naar het Willemspark, of lijn 4 naar de Amsteldijk. Dus dragen zij ook in de baten van deze lijnen mee.
De heer KAMERLINGH ONNES heeft uit de cijfers van de wethouder berekend dat voor de meerdere uitgaven der doortrekking slechts vijf passagiers per wagen nodig zijn. Laat men daarom faciel zijn, dan zal dit niet onmogelijk blijken.
De heer TER HAAR handhaaft zijn bezwaren. De wethouder heeft niet aangetoond dat de mensen aan de Van Woustraat de omlegging nodig nebben, hij heeft slechts beweerd dat de Weesperzijde de lijn niet nodig heeft. Kunnen B. en W. hem niet overtuigen dat de omlegging voordelig voor de exploitatie is, dan kan hij een uitgaaf van f 30,000 daarvoor niet goedkeuren.
De heer ZEEHANDELAAR, uitgelokt door de opmerking van de heer TER HAAR dat de Commissie van Bijstand de voordracht niet verdedigd heeft, wijst er op, dat ieder kan zien dat de wagens van lijn 8 op de Weesperzijde bijna altijd leeg zijn en geeft als zijn mening te kennen dat de bewoners van het Van Wou-kwartier meer behoefte hebben aan een verbinding met de Jodenbuurt, niet omdat alle diamantbewerkers van de firma Asscher daar zullen wonen, maar vooral uit een commercieel oogpunt. De heer SCHUT verdedigt ook de voordracht betreffende lijn 8. Hij gelooft dat door de verlegging van het laatste deel de rente van het benodigde bedrag ruimschoots zal worden opgeleverd. Wat lijn 13 betreft, de uitgaaf door het voorstel Ruys gevergd, lijkt spr. te hoog.
De heer SIMONS geeft in overweging voor de tijd van één jaar een proef te nemen met de doortrekking van lijn 13 naar de Dam, dan kan men nadien uit ervaring beoordelen of een blijvende doortrekking gewettigd is.
De heeren FABIUS. VAN DEN BERGH en RUIJS — die het desnoods eens zouden kunnen zijn met het denkbeeld van de heer Simons — repliceren, waarna wethouder HEEMSKERK in zijn dupliek de heer Fabius antwoordt dat wat hij wil — lijn 11 laten eindigen op de Dam — onmogelijk is, omdat deze daar niet zou kunnen rangeren, wat met de bijwagens toch nodig zou zijn. Ten opzichte van het denkbeeld van de heer Simons is spr. sceptisch, het is heel gemakkelijk voor een jaar lijn 13 door te trekken, maar veel moeilijker het stuk Stationsplein—Dam weer af te kappen. Ten slotte verzekert spr. de heer Ter Haar dat B. en W. beslist overtuigd zijn dat de omlegging van lijn 8 productief zal zyn. De heer SIMONS maakt van zijn denkbeeld — lijn 13 bij wijze van proef voor één jaar door te trekken — een amendement op het voorstel-Ruys.
Dit amendement wordt verworpen met 17 tegen 19 stemnien.
Het voorstel van den heer Ruijs (doortrekking van lijn 13 tot de Dam) wordt verworpen met 15 tegen 21 stemmen.
Do voordracht van B. en W. (omlegging van het laatste deel van lijn 8 langs Ceintuurbaan door Van Woustraat tot bij de Tolstraat) wordt zonder stemming aangenomen. De heer Ter Haar wenst aantekening, dat hij tegen de voordracht is.

12-9-1907
Op de Kattenburgergracht kwam gistermiddag een tramwagen in botsing met een vrachtwagen. Van de tram raakte een lantaarn defect. Persoonlijke ongelukken hadden niet plaats.

13-9-1907
Hedenmorgen kwart voor twaalf dreigde het drukke tram- en rijtuigverkeer in de Leidschestraat te worden belemmerd door een zwaar geladen verhuiswagen, waarvoor zich slechts één paard bevond. Voor de brug over de Prinsengracht gaf het paard het op en bleef met de kar halsstarrig op de rails staan. De koetsier verloor in deze onaangename toestand niet zijn tegenwoordigheid van geest en wenkte de tramconducteur dat zij even geduld behoefden te oefenen, plaatste tegen de achterwielen een wig en duwde, daarbij door zeker wel dertig man geholpen, de kar de brug op. Het paard was er mee geholpen en een opstopping voorkomen.

14-9-1907
Uit het Politierapport.
Op de Prins Hendrikkade kwam gisternamiddag een bespannen vrachtwagen in botsing met een tramwagen. Het paard van de vrachtwagen werd licht gewond, terwijl de tram geringe schade opliep.

14-9-1907
Tramverkeer.
Hoewel niet de drukste, is lijn 2 van de gemeentetram toch een zeer drukke lijn en om de eisen van het verkeer te bevredigen, werden door de directie der gemeentetram in het voorjaar enige wagens ingelegd welke van de Dam naar de Emmastraat reden. Deze maatregel is niet voldoende gebleken en daarom rijden nu de trams van lijn 2 sinds j.l. maandag over het hele traject Koninginneweg-Stationsplein, in plaats van om de vijf, om de vier minuten. Deze vier-minutendienst is echter nog slechts bij wijze van proef ingevoerd.
Over lijn 3, die door velen als een stiefmoederlijk bedeelde lijn wordt beschouwd, vernamen wij het volgende.
De klachten over die lijn hebben hoofdzakelijk betrekking op de onregelmatige loop van de trams. Dit is een gevolg natuurlijk van de. lengte der lijn en van de drie beweegbare bruggen, die zich op dit traject bevinden. Ontstaat er nu op een bepaald punt vertraging, dan plant die zich over een grote lengte van deze lijn voort.
De bezwaren denkt de directie nu gedeeltelijk te ondervangen door een meer gedetailleerde controle, welke meer en meer wordt ingevoerd. Door die controle zal de loop van de verschillende wagens kunnen worden nagegaan, wat van gunstige invloed zal wezen op een meer regelmatigen dienst, zoodat vermeerdering van materieel wel niet nodig zal wezen. Wat betreft het feit, dat gedurende het hele zomerseizoen, in tegenstelling met andere lijnen, geen enkele geheel open wagen heeft gereden, werd ons medegedeeld dat de directie het voor lijn 3, in verband met haar lengte en de plaatsruimte in de remise, beter oordeelde wagens in gebruik te nemen, welke zowel geopend als gesloten konden worden. Gebruikte men op die lijn geheel open wagens, dan zou men veel dubbele stellen open en dichte wagens nodig hebben, wat met het oog op de bergplaats der remises tot grote moeilijkheden aanleiding zou geven. Voor andere lijnen is de vervanging van open wagens door dichte en omgekeerd niet zo moeilijk.
Onder het bedienend personeel van de gemeentetram bestaat verschil van mening over de vraag of er in de op lijn 3 rijdende wagens voor dubbele doeleinden, d.w.z. de wagens die zowel gesloten als geopend kunnen worden, gerookt mag worden als de wagens geopend zijn. De ene conducteur staat dan het roken toe, de andere verbiedt het. Volgens de directie der gemeentetram is het roken in die wagens verboden, ook al zijn de ramen geopend.

16-9-1907
Niet dood.
In de ingezonden stukken, naar aanleiding van het overrijden door de tram van de sigarenmaker P. Mozes, is gemeld dat de jonge man overleden is. Dit is onjuist. Uit de beste bron kunnen we mededelen dat hij vooruitgaat.

16-9-1907
Zilveren feest L. J. Vermeer
Gisteren was het 25 jaar geleden dat de heer Vermeer als beambte in dienst trad bij de A.O.M., van waaruit hij later naar de Gemeentetram overging. Dit heugelijke feit is zaterdag 14 sept. gevierd, waarbij de heer V. op het kantoor van de heer Neiszen werd ontvangen. Deze overhandigde hem namens B. en W. het gebruikelijke geschenk. De directeur prees zijn werkkracht en nauwgezetheid, en er werd een hartelijke brief voorgelezen van de verhinderde onderdirecteur, die hoopte nog lang met de jubilaris te mogen samenwerken. Namens zijn directe collega’s werd een buffet aangeboden.
Een dag later vierde de heer V. het jubileum thuis, voor zijn vrienden, met een druk bezochte receptie, waarbij hij in de bloemetjes werd gezet en hem talrijke geschenken werden aangeboden.

17-9-1907
Lijkkoets omver.
Op de Stadhouderskade is een lege lijkwagen door de tram aangereden en omvergeworpen. Voor zover ons bekend, kwamen geen persoonlijke ongelukken daarbij voor.

21-9-1907
Op de agenda van de raadsvergadering van 25 september komen wat de tram betreft voor:
No. 352. Voordracht van B. en W. tot vaststelling van een nieuw tramtarief;
met de volgende voorstellen van raadsleden naar aanleiding daarvan:
no. 388. Voorstel van de Raadsleden Ter Haar, Sutorius, Kehrer, Kamerlingh Onnes en Posthumus Meyjes, om een uniformtarief van 5 cent per rit op alle lijnen vast te stellen; de reductie op kaartjes in boekjes te doen vervallen, enz. ; en
no. 419. Voorstel van de Raadsleden Wiersma, Spakler en Boissevain, om de prijs voor een rit van ten hoogste 3 secties op 5 cent en voor een rit van meer dan 3 secties op 10 cent te bepalen; de reductie op kaartjes in boekjes te doen vervallen. enz. ; en
no. 440. Voorstel van de raadsleden Van Lennep, Caroli en Hendrix, om het tarief voor alle lijnen te bepalen op 6 cent per rit; de reductie op kaartjes in boekjes te doen vervallen, enz. ;
no. 455. Voorstel van het raadslid Van Dijk, om de overstapkaartjes voor lijn 6 te behouden en in plaats van de voorgestelde lijnkaarten de oude ochtendabonnementen te handhaven ;
no. 499. Voorstel van de raadsleden Simons, Fiedeldy Dop, Harmsen en Vliegen, om het 2½-cents-tarief, bedoeld sub 5. van de toelichting behorende bij voordracht No. 352, uit te breiden tot enige andere gedeelten van lijnen ;
no. 500. Voorstel van de Raadsleden Simons, Fiedeldy Dop, Harmsen en Vliegen, om voor de lijnen, waarop vroegritten mogelijk zijn, ook abonnementskaarten voor personen in dienstbetrekkeling beschikbaar te stellen.

23-9-1907
Gisternamiddag liep een 3-jarig kind in de Sint Anthoniebreestraat tegen een rijdende tramwagen. Het kwam daardoor te vallen en werd enige passen meegesleurd, zonder evenwel letsel te bekomen.

Ingezonden
Nieuw tramtarief.
“Op de agenda voor de Raadsvergadering van 25 dezer komt o. m. voor ”Voordracht van B. en W. tot vaststelling van een nieuw tramtarief met hierbij behoorende verschillende voorstellen van Raadsleden". Onder deze voorstellen is o. a. dat van den heer Van Dijk hetwelk de abonnementen behandelt, in die zin, dat genoemde heer geen lijnkaarten wenst ingevoerd te zien, daarentegen de oude ochtend-abonnementen wenst te handhaven.
Speciaal deze lijnkaarten wilde ik in onderstaande regelen even behandelen. In de voordracht van B. en W. komt voor:
A. netkaarten geldig altijd en op het geheele net (dus nu reeds op dertien lijnen) ad ƒ 7 per kalendermaand, per jaar f 75.
B. lijnkaarten geldig altijd op één lijn, per kalendermaand f 3.50 dus per jaar f 42 ;
Deze twee cijfers staan m.i. in geen verhouding tot elkaar. Wel moet men hierbij rekening houden dat de lijnkaarten hoofdzakelijk daarvoor genomen zullen worden om geregeld van woning naar kantoor of werkplaats, of omgekeerd te gaan, en dientengevolge op bepaalde uren en voor het meerendeel ook in bepaalde richtingen de lijnen door lijnkaarthouders bezet zullen worden, wat tot extra geldkostende maatregelen aanleiding geeft, zodat een lijnkaart tot een netkaart in verhouding steeds aanmerkelijk hooger in prijs moet zijn.
De slechts voor een lijn verkrijgbare kaarten zullen voor het publiek, hetwelk eventueel lijnkaarten zou nemen, slechts gedeeltelijk bruikbaar zijn, voor zoover woning en werkplaats aan één lijn gelegen zijn. Mij komt het daarom voor dat den plattegrond van A dam en den loop der verschillende lijnen in aanmerking genomen, willen deze lijnkaarten in de praktijk voldoen, zij minstens voor 2 lijnen. doch mogelijk voor 3 lijnen, verkrijgbaar gesteld zullen moeten worden en dan tegen een liefst billijk met het netlijn-abonnement in verhouding overeenstemmend bedrag. Met 2 lijnen kan men zich vrijwel van een willekeurig naar ander willekeurig punt in Amsterdam begeven, doch moet men dan dikwijls een grooten omweg maken, wat tot extra belasting van het net aanleiding geeft. Hierom bij voorkeur drie lijnen.
Indien men onder het voorgestelde tarief lijn-abonnement neemt voor 2 lijnen, zoo zou men hiervoor moeten betalen f 84 per jaar, tegenover een netkaart (voor dertien lijnen) ad f 75.
Zou aan bovenstaande bezwaren niet tegemoet te komen zijn door bijv. een regeling als volgt. Hierbij is vooropgezet dat het bedrag ad f 75 voor oen netkaart door de directie als voldoende beschouwd wordt, daar toch dit abonnement reeds eenigen tijd in gebruik is.
Voor een lijnkaart-abonnement wordt bijv. als grondprijs (vast recht) f 25 of f 30 per' jaar geheven, terwijl voorts deze grondprijs verhoogd wordt met een zeker bedrag per abonnements-sectie, in overeenstemming met het aantal secties der lijnen waarover het abonnment loopt.
Bijv. iemand heeft zijne woning op den Overtoom en zijne werkzaamheden op het Haarlemmerplein; hij moet dus gebruik maken van lijn 1 en lijn 10 (kortste weg). Lijn 1 heeft 3 secties, lijn 10 daarentegen 5, te zamen 8 secties. Nomen wij nu als grondprijs f 25 en per sectie f 2,50, zoo zou voor bovengenoemde lijnkaart f 45 verschuldigd zijn Voor controle komt het mij nl. noodzakelijk voor alléén lijnkaarten voor gehele lijnen uit te geven.
Wat een lijnkaart voor lijn 1 of lijn 10 alléén kost, is hieruit na te gaan.
Bij een goedkoop net-abonnement (zakenabonnement) hoort m. i. zeker een goedkoop lijn-abonnement, waarbij nog de volgende punten mede in overweging genomen kunnen worden
Bekeken uit het standpunt der tram-directie brengt een goedkoop tarief, dus ook een lijn-kaarten-tarief, decentralisatie van de bevolking mede, waardoor uit den aard der zaak een grooter vrij-vervoer (niet op bepaalde uren) op het tramnet het gevolg zal zijn. Van het standpunt van den Raad bezien is decentralisatie ook daarom gewenscht, teneinde het publiek meer in d egelegnheid is in de buitenwijken te wonen, wat uit een sanitair oogpunt zeker te verkiezen is boven een bekrompen wonen in de oude stad. Ten tweede zullen de gemeentegronden om de stad gelegen, spoediger in exploitatie komen en meer rente gevend worden. Zooals door den Burgemeester in een Raadsvergadenngen werd opgemerkt berusten alle tarieven welke niet aan de praktijk in Amsterdam (in andere steden heerschen andere toestanden) getoetst zijn op hypothesen.
Zou men mijn tarief theoretisch te goedkoop achten, zoo kan dit voor een jaar op proef vastgesteld worden. Eentarief door mij in bovenstaande regelen voorgesteld, zal echter bij het publiek uit den aard der zaak meer ingang vinden dan het lijn-abonnement der voordracht, terwijl het toch niet zoo laag gesteld is, dfat de tramdienst jierdoor schade moet lijden.
Als belanghebbende en belangstellende zal het mij aangenaam zijn, indien van deze regeling met instemming kennis genomen wordt.”
K., Amsterdam, 23 september 1907.

24-9-1907
Onder de tram.
Gistermiddag raakte een 6-jarig knaapje onder de tram in de Ferdinand Bolstraat bij de Quellijnstraat. De tram moest gelicht worden, ten einde het ventje uit zijn benarde toestand te bevrijden, waarna het deerlijk verwond naar de woning in de Rustenburgerstraat werd gebracht, waar het spoedig overleed. Naar men ons meldt, had de wagenbestuurder geen schuld aan het ongeval.

24-9-1907
Nieuw tramtarief.
Met belangstelling las ik in uw blad van gisterenavond het ingezonden stuk van de heer K., onder bovenstaand opschrift, en wanneer ik ook direct erken, dat de verschillende aöonnements-voorstellen door de heer K. te berde gebracht ieder op zich genomen, wellicht zeer te billijken zijn, voorzie ik toch, met het oog op de ingewikkelde tarieven, die de heer K. beargumenteert, dat er èn voor publiek èn voor personeel veel verwarring en misverstanden zullen ontstaan.
Wanneer ik de voorstellen van de heer K. goed begrijp, was, naar mijn bescheiden meening, een en ander veel te vereenvoudigen en wel: door uitgave van „Groep-abonnementskaarten" zooals dit bij onze twee Spoorweg- Maatschappijen reeds jaren bestaat. De controle van deze groep-kaarten is m.i. zeer eenvoudig. Elke soort van groep-kaart zal haar eigen bijzondere nader vast te stellen kleur hebben, waarop met duidelijke cijfers aangeduid zal worden, op welke lijnen die groep-kaarten geldig zijn. leder kieze dan d i e groep-kaart, welke hem of haar het beste met zijn (haar) woonplaats en kantoor past en ik ben zeker, dat, wanneer de groepen van de lijnen in verhouding tot de plattegrond van Amsterdam en het tramnet praktisch ingedeeld worden en de vast te stellen groep-tarieven in verhouding tot de kaart voor het hele net billijk berekend worden, er een beslist grif en veelvuldig gebruik van zal gemaakt worden.
Ik hoop dan ook, dat van dit voorstel in de Gemeenteraadszitting van morgen goede nota zal genomen worden.
Hoogachtend. S. N. Jr. Amsterdam, 24 September 1907.

25-9-1907
Jubileum bij de Tram.
Vandaag was het wederom feest op de bureaus van de Gemeentetram. De heer L. F. van Campen, hoofdklerk statistiek, trad nl. 25 jaar geleden in dienst bij de toenmalige A. O. M. Nadat de jubilaris toegesproken was door de heer J. H. Neiszen, directeur, die hem namens B. en W. het gebruikelijke geschenk overhandigde, werd hij op zijn met bloemen en planten versierde kamer ontvangen door de collega's. De heer J. P. Agema, die namens hen het woord voerde, huldigde de heer Van Campen en bood hem een geschenk aan. Hedenmiddag was er bij hem thuis een druk bezochte receptie.

25-9-1907
Gistermiddag liep een 70-jarige vrouw op het Leidseheplein bij het uitwijken voor een tramwagen, tegen een voor een rijtuig bespannen paard, met het gevolg dat zij kwam te vallen en een van de wielen van het rijtuig over haar rechterbeen kreeg. Nadat zij aan het politiebureau aan het Leidscheplein door een heer was verbonden is zij per rijtuig naar haar woning aan de Ruysdaelkade vervoerd.

27-9-1907
Stoomlevering voor de tram.
Door het Raadslid Jan ter Haar Jr. is aan de Raad de volgende nota gezonden inzake de stroomlevering door de Gemeente electriciteitswerken aan de Gemeentetram: Volgens het Gemeenteverslag over 1906 verbruikte de tram gedurende 1906 5.441,311 kwu gemeten aan de Centrale. Deze werden berekend als in genoemd verslag aangegeven, en beliepen in totaal f 341,178.66. Hierbij komt de vergoeding te betalen door de Gemeentetram aan de Gemeento-eleotriciteitsworken wegens rente, afschrijving enz. van het tramkabelnet. Volgens mededeeiing van de voorzitter in de raadsvergadering van 5 April 1905 bedragen deze kosten circa f 43,200.
De tram betaalt dus in totaal voor 5,441,311 kwu f 384,678.66 of per kwu 7,07 cent Door sommige particulieren wordt betaald een prijs van 6 cent per kwu voor de stroom geleverd aan huis. Bij een nuttig effect van 75 % van kabelnet en transformatoren ontvangen de Gemeente- elektriciteits-werken van deze verbruikers per K.W.U. dus afgegeven in de Centrale, slechts 6 x 0.75 = 4.5 oent per kwu. Indien de Gemeentetram eveneens de stroom voor deze prjs betrok, zouden de stroomkosten over 1906 bedragen hebben: 5,441,311 kwu à 4.5 cent is f 244,859.— of wel minder dan thans betaald wordt f 139,819.66.

Gemeentebegroting 1908, afdelingsverslag
Algemene beschouwingen
Inkomsten
Gevraagd wordt, welke zijn de resultaten met de electrische wissels bij de tram en zullen die op meer plaatsen worden ingevoerd? Hoe denken Burgemeester en Wethouders over motorwagens met imperialen waarvan de bovenverdieping van een beschutting is voorzien, en hoe over grote, open aanhangwagens, zooals in Den Haag in gebruik zijn? Zijn Burgemeester en Wethouders bereid, bij «ventuele nieuwe bestelling, de motorwagens te laten voorzien van zes zijruiten, die, door middel van een windwerk, dat onder de zitbanken is aangebracht, naar beneden kunnen gelaten worden ? Met het oog op het zuinig en niet te woest rijden zou een lid gaarne vernemen de resultaten van de meters, die op sommige wagens reeds geplaatst zijn. Afgekeurd worden de kosten voor de extra-controle. Een ander lid vindt, dat de wagens wat minder mooi en eenvoudiger kunnen zijn, terwijl gewenst wordt, dat de wagenbestuurders en conducteurs bij de halten beter uitzien of nog passagiers mee willen rijden. Gevraagd wordt, of er reeds enige ondervinding is opgedaan omtrent de tramwagens, die van glasbalkons voorzien zijn. Door een ander lid wordt in het midden gebracht, dat men de wagens op verschillende manier heeft gewijzigd; bij de ene draait de rem door, bij de anderen maakt de rem slechts een halve slag. Volgens dit lid zouden de wagenbestuurders gaarne zien. dat de nog te wijzigen remmen alle doordraaiend zouden worden gemaakt. Algemeen worden meer wachthuisjes voor het publiek gewenst, (bijv. bij het Weesperpoortstation, het Haarlemmerplein, het Kattenburgerplein on het J. D. Meijerplein, terwijl het aanbrengen van veiligheidsnetten onder voor de wagens in overweging wordt gegeven. Het heeft de aandacht getrokken van een lid, dat in de gomeente-tramwagens een annonce staat van een concurrerende maatschappij ; hij zou daartegen niets hebben, wanneer daarnaast een annonce van gelijke aard stond van de Gemeente.
Uitgaven
Aangedrongen wordt op het verschaffen van rijwielen en tramabonnementen aan de recherche.

28-9-1907
Op de agenda voor de gemeenteraadsvergadering van 2 oktober zijn wat de tram betreft de volgende stukken geplaatst:
352. Voordr. van B. en W. tot vaststelling van een nieuw tramtarief ; met de daarop ingekomen voorstellen van raadsleden, t.w.
386. Voorstel van de raadsleden Ter Haar, Sutorius, Kehrer, Kamerlingh Onnes en Posthumus Meyjes, om een uniformtarief van 5 cent per rit op alle lijnen vast te stellen ; de reductie op kaartjes in boekjes te doen vervallen, enz.;
419. Voorstel van de raadsleden Wiersma, Spakler on Boissevain, om de prijs voor een rit van ten hoogste 3 secties op 5 cent en voor een rit van meer dan 3 secties op 10 cent te bepalen; de reductie op kaartjes in boekjes te doen vervallen, enz.;
440. Voorstel van de raadsleden Van Lennep, Caroli en Hendrix, om het tarief voor alle lijnen te bepalen op 6 cent per rit; de reductie op kaartjes in boekjes te doen vervallen, enz.;
455. Voorstel van het raadslid Van Dijk, om de overstapkaartjes voor lijn 6 te behouden en in plaats van de voorgestelde lijnkaarten de oude ochtendabonnementen te handhaven ;
499. Voorstel van de raadsleden Simons, Fiedeldy Dop, Harmsen en Vliegen, om het 2½-cents-tarief, bedoeld sub 5. van de toelichting behorende bij voordracht No. 352, uit te breiden tot enige andere gedeelten van lijnen ;
500. Voorstel van de raadsleden Simons, Fiedeldy Dop, Harmsen en Vliegen, om voor de lijnen,, waarop vroegritten mogelijk zijn, ook abonnementskaarten voor personen in dienstbetrekking beschikbaar te stellen ;
505. Voorstel van de raadsleden Douwes en Smit, om kaarten in te voeren voor jongelieden, niet ouder dan 18 jaren, die 's avonds een inrichting voor vakopleiding bezoeken;
793. Preadvies van B. en W. op deze voorstellen;
873. Voorstel van het Raadslid Ruys, sub C, om in het tarief achter Lijn 13 te lezen: Czaar Peterstraat bij de luchtbrug bij het krachtstation der Handelsinrichtingen—Dam 7½ cent, voor het traject Stationsplein—Dam 2½ cent.

In een ingezonden brief klaagt Dr. N.G. van H., inwoner van Utrecht, over de toestand aan het Weesperpoortstation, waar men zich over een slecht plaveisel tussen een ordeloze bende aapje en vrachtwagens door moet worstelen om de politiepost of de halte van de lijnen 3 en 11 te bereiken. Voor en naast de politiepost, waar de agenten bij een kacheltje gezellig zitten te kaarten, moeten de reizigers in een kudde bij elkaar staan te wachten op lijn 11, een lijn die voorzien is van een keurkorps van kaartjeslikkende conducteurs. Op geen andere lijn is deze smerige gewoonte meer in zwang. En als er dan een tram komt (wat vaak 8 tot 10 minuten duurt) moet men maar afwachten of er plaats in is. Kortom het is een schandalige situatie, die totaal niet voldoet aan minimale eisen voor het vreemdelingenverkeer.

INGEZONDEN STUKKEN.
Tramongelukken.
In het „Handelsblad" van 23 sept., aldus een andere ingezonden brief, stond een bericht dat een jongetje in de Ferd. Bolstraat door een tram werd aangereden, met het treurig gevolg dat hij kort daarna aan de opgelopen verwondingen is overleden. Zeer kort geleden nog werd bij het postkantoor een fietser aangereden, die thans nog niet geheel hersteld is. Bij dat ongeluk werd al in deze krant geschreven over „vangnetten", aan de trams aan te brengen, zoals men die in 't buitenland overal ziet. Tot heden werd over die vangnetten niets meer vernomen, toch dienen er spoedig maatregelen genomen te worden voor de veiligheid in onze stad bij het steeds toenemend drukke verkeer en het vele fietsen. Ook zou het wenselijk zijn, dat er „alarmschellen" op de balkons der trams werden aangebracht, zoowel aan motor- als aan bijwagen, ter voorkoming van ongelukken als iemand verkeerd van een wagen stapt of struikelt of (zoals nogal eens gebeurt) aan de wagen blijft hangen. Als in dergelijke gevallen de conducteur het sein geeft tot stilstaan dan rijden de wagenbestuurders meestal door tot aan de volgende halte, aangezien ze niet verplicht zijn hun wagen eerder tot stilstand te brengen. Zij kunnen voorop hun wagen niet zien, dat er achterop een ongeluk dreigt plaats te vinden. Bij het luiden van zo’n alarmschel (die bij dergelijke ongelukken ook door passagiers in werking kan gebracht worden), zou de bestuurder zijn wagen onmiddellijk tot stilstand moeten brengen, en kunnen er op die wijze ernstige ongelukken voorkomen worden.
Gaarne wordt het bovenstaande aan Burgemeester en Wethouders in overweging gegeven..

Eene vrouw die gistermorgen in de Muiderstraat van een in beweging zijnde tram sprong, hierbij kwam te vallen en aan het hoofd verwondde, werd in het Israëlietischo ziekenhuis verbonden,

29-9-1907
Reclame in tramwagens.
Verschenen is het preadvies van B. en W. op het adres van de N.V. Nederlandsche Drukkerij, v/h Jan L. C. Kotting & Co., houdende verzoek haar, ook na 1 Januari 1908, de exploitatie van de reclametransparanten in de rijtuigen der gemeentetram op te dragen.
Daarin zeggen B. en W.:
„Het is ons voorgekomen, dat het in het belang van het nette aanzien der tramwagens zoude zijn, indien de reclames in deze wagens geheel werden afgeschaft. Wij zijn daarom begonnen met het contract met de naamlooze vennootschap Nederlandsche Drukkerij, voorheen Jan L. C. Kotting & Co., waarbij aan haar de behandeling dier realames is opgedragen, tegen 1 Januari 1908 op te zeggen, met de bedoeling van dien datum af niet langer transparanten, die het uitzicht belemmeren, toe te laten en voorloopig nog gedurende 3 jaar reclames toe te laten tegen de kleino schuine plafondvlakten in de motorwagens en in de paneeltjes boven de zijruiten jn de bijwagens. De vergoeding, die door genoemde drukkerij aan de gemeente werd betaald, bedroeg jaarlijks f 10.000. „Daar wij echtor thans meenen te moeten veronderstellen, dat de meerderheid uwer vergadering geen bezwaar heeft tegen het toelaten van transparanten tegen de ramen der tramwagens, zijn wij — overeenkomstig het nader advies der commissie van bijstand in het beheer der gemeentebedrijven — bereid op het door ons genomen bosluit terug te komen en met adressante, en zoo noodig met andere gegadigden, in onderhandeling te treden omtrent de voorwaarden, waarop eene overeenkomst in zake deze reclames kan worden gesloten".
En zij stellen de raad voor het adres nu te stellen in hun handen ter afdoening.

30-9-1907
Een juffrouw, die in de Marnixstraat op een in beweging zijnde tramwagen wilde stappen en een eindweegs werd medegesleurd, bezeerde zich aan een van haar benen.

3-10-1907
De Brug over de Heerengracht.
Thans is een aanvang gemaakt met de werkzaamheden tot verbreding van de brug over de Heerengracht vóór het Koningsplein. Deze brug wordt, gelijk men weet, in het belang van het verkeer, aan één zijde (die van „de Bocht") breder gemaakt, Als het werk is afgelopen zullen de tramrails naar het midden verlegd worden, zodat de wagenbestuurder van de tram reeds van het Koningsplein af de Leidschestraat zal kunnen inzien en dus het automatische sein op de brug, dat lang niet altijd regelmatig werkt, vervallen kan.

4-10-1907
GEMEENTERAAD
Zitting van 2 oktober
Het was te voorzien, dat de zeer uitvoerige agenda van de jongste raadszitting niet afgehandeld zou worden.
Het was te veel op eens en hoewel er een middag- en een avondzitting mee gemoeid waren, is men aan het tramtarief in het geheel niet toegekomen.

7-10-1907
GEMEENTERAAD.
De Gemeenteraad zal Woensdag 9 October een openbare vergadering houden ter behandeling van o.a. de voordracht tot vaststelling van een nieuw tramtarief met de daarop ingediende amendementen.
Ook in die vergadering is de raad niet aan behandeling toegekomen.

12-10-1907
Gisternamiddag kwam in de Utrechtschestraat een handkar in botsing met een tramwagen, waardoor laatstgenoemd voertuig een ruit van de lantaarn brak.

14-10-1907
GEMEENTERAAD.
De tramtarieven (voordrachten no. 352 enz.) staan thans geagendeerd voor de gemeenteraadsvergadering van 16 oktober, alsook no. 950, Preadvies van B. en W. op het adres van G. Broertjes, gepensioneerd wagenbestuurder bij de Gemeentetram, om verhoogd pensioen. De conclusie strekt tot afwijzende beschikking.

17-10-1907
Begroting 1908
Memorie van Antwoord van B&W op het Verslag van de afdelingen.
Gemeentetram. — De resultaten met de elektrische wissels zijn bevredigend en tot de uitbreiding van hun aantal wordt overgegaan. Wanneer door uitbreiding van het verkeer aanleiding mocht ontstaan tot het vergroten van het aantal dienstdoende motorwagens, dan zal worden overwogen, of invoering van een nieuw wagentype, al dan niet met toepassing van imperialen of wel van neerschuifbare zijruiten, ten getale van 6, wenselijk is. De zeer groote open bijwagens, in 's-Gravenhage in gebruik, en die, naar B. en W. menen, alleen op de Scheveningse lijnen dienst doen, waar een vrij regelmatig, groot verkeer zonder veel in- en uitstappen aan tussenhaltes voorkomt, zouden hier ter stede op weinig lijnen kunnen lopen, daar zij onbruikbaar zijn op de hoeken van nauwe straten, door hun grote lengte bezwaar kunen opleveren voor het dwarsverkeer en niet in alle remises kunnen komen.
Met betrekking tot de resultaten van de in sommige wagens reeds geplaatste meters kan medegedeeld worden, dat voor een eindoordeel betreffende de controle op het stroomverbruik de tijd nog niet gekomen is. Wèl kan vermeld worden, dat de op vrij grote schaal hier ingevoerde toestellen, welke het aantal minuten leren kennen, gedurende welke stroom ingeschakeld is geweest, reeds hebben geleid zowel tot regelmatiger, volgens de voorschriften rijden, als tot vermindering van het stroomverbruik. Dat men goed zou doen, de wagens wat minder mooi en eenvoudiger te maken, kunnen B. en W. niet toegeven. Men zou dan, door het later aan te schaffen materieel, een stuitend contrast doen ontstaan, zowel met het hier reeds voorhandene, als met dat der gemeentelijke en particuliere ondernemingen, die in enige steden van ons land elektrische tramwagens exploiteren. B. en W. erkennen de wenselijkheid van meer wachthuisjes voor het publiek; een plan is ia behandeling. Voor het aanbrengen van veiligheidsnetten onder voor de wagens, kunnen B. en W. zich niet verklaren
Gemeente-Elektriciteitswerken. De juistheid van de mening, dat de gemeentetram te veel betaalt voor de door de gemeente-electriciteitswerken geleverde stroom is aan B. en W. tot nu toe niet gebleken. Zoals bij de mondelinge toelichting op de voordracht tot vergroting van het centraal station der gemeente-elektriciteitswerken aan de Hoogte Kadijk is meegedeeld, wordt de winst van de gemeente-elektriciteitswerken op de stroomlevering aan de tram over 1906 door de directeur van die dienst geschat op f 28 319.76, d.i. over 5.441.311 kwu 0,52 cent per kwu. Daar staat tenover dat het hele bedrijfsrisico, zoals het breken van een stoommachine, het verbranden van een dynamo, enz. ten laste van de gemeente-elektriciteitswerken komt, terwijl ook niet uit het oog moet worden verloren, dat de prijzen van steenkolen voortdurend stijgen en voor 1907 reeds circa 20 % hoger zijn dan voor 1906.
De tram heeft evenwel voor haar bedrijf gelijkstroom noodig. Zij zou die ook kunnen verschaffen door in een onderstation draaistroom in gelijkstroom te transformeren. De kosten van terrein, gebouwen, omvormers, accumulatoren, schakelaanleg, personeel enz. van dit onderstatioa, met inbegrip van het stroomverlies in de omvormers en accumulatoren, zouden echter belangrijk hoger komen, dan da mindere kosten van de draaistroom, zodat het voor de tram voordeliger is, dat de elektriciteitswerken haar, in plaats van draaistroom, gelijkstroom direct van de machines leveren.
Indien de tram in 1906 f 139,819.66 minder had betaald, zouden de elektriciteitswerken op de tramstroom een verlies van f 111,469.90 hebben geleden, daar zij op deze stroom slechts f 28,349.76 winst hebben gemaakt, hetgeen matig mag worden genoemd.
Wil men het maken van winst geheel laten vervallen, dan dienen het bedrijfsrisico en de stijging der kolenprijzen, welke thans door de gemeente-elektriciteitswerken worden gedragen, voor rekening van de tram te komen.
Wil men nog verder gaan en de elektriciteitswerkem met verlies aan de tram stroom laten leveren, dan zullen de licht- en krachtverbruiker, terecht kunnen zeggen, dat op hun kosten de tram wordt bevoordeeld, terwijl thans wel eens het omgekeerde wordt beweerd, doch geheel ten onrechte. .

17-10-1907
Op het Kattenburgerplein werd gistermorgen een tramwagen door een handkar aangereden, waarop een grafzerk werd vervoerd. De tram werd licht beschadigd en de grafzerk brak.
In de Sarphatistraat gebeurde iets dergelijks. Daar kwam aen vrachtwagen in botsing met een tramwagen, waardoor een reflector van de tram werd vernield, terwijl een jongen, die achter op de vrachtwagen was geklommen, door de schok op straat viel en aan het hoofd verwond werd.

17-10-1907
Politiewensen.
Naar wij vernemen zullen de onlangs kortelijk vermelde wensen van de Amsterdamsche rechercheurs een integrerend deel van de debatten bij het desbetreffend hoofdstuk der begroting uitmaken. Enige raadsleden hebben zich bereid verklaard de wensen der rechercheurs te bepleiten. In de allereerste plaats zal men trachten voor de rechercheurs te verkrijgen een vast abonnement op de tram.

22-10-1907
Tramconcessie voor eene verbinding met de Zaanstreek.
B. en W. hebben aan de gemeenteraad voorgelegd een conceptovereenkomst met de N.V. „The Amsterdam and North Holland Electric Tramway Company'', betreffende de aanleg en de exploitatie tot 31 December 1965 van een elektrische tramverbinding van het eind van de Spaarndammerstraat, langs de Spaarndammerdijk, de weg naar de Petroleumhaven en de Hemweg tot de grens van de gemeente, en het medegebruik van de gemeentetrarniijnen door de Spaarndammerstraat, over het Haarlemmerplein door de Marnixstraat, de Rozengracht, de Raadhuisstraat met eindpunt op de N. Z. Voorburgwal bij de St.-Nicolaasstraat, zulks in verband met de ontworpen verbinding met de Zaanstreek.
Deze overeenkomst komt in hoofdzaak overeen met de regeling, welke met de Electrische Spoorweg-Maatschappij is getroffen. Bij de aan die maatschappij verleende vergunning is uitgegaan van het beginsel, dat de werken, binnen de gemeente gelegen, eigendom van de gemeente moeten zijn en door haar moeten worden uitgevoerd. Het kwam B. en W. niet gewenst voor dit beginsel ook op de hier bedoelde lijn toe te passen. Door de grote afstand tussen de bebouwde kom van de gemeente en de gemeentegrens, zal in de naaste toekomst vermoedelijk aan doortrekking van de gcmeentetramlijnen tot die grens niet worden gedacht, zoodat geen aanleiding bestaat thans van gemeentewege een zoo groot vak trambaan aan te leggen. Evenmin achten B. en W. 't wenselijk, om als grens van het medegebruik aan te nemen het tegenwoordige eindpunt van lijn 5. In dit geval toch zou, zelfs bij een kleine verlenging van die lijn reeds een dee! van de door de Company gelegde baan door de gemeente moeten worden overgenomen. Als het meest geschikte punt, van de eigen baan der Company eindigen en die van de gemeente aanvangen kan, is door hen dan ook aangewezen de grens van de bebouwde aan de weg naar de Petroleumhaven.
De sporen van de trambaan langs die weg en de Hemweg waren aanvankelijk geprojecteerd op de bermen ter weerszijden van de weg. Bij uitvoering van dit project zou slechts een breedte van 5 meter voor het gewone verkeer beschikbaar blijven, een breedte, die door B. en W. onvoldoende wordt geacht. Bij de onderhandelingen heeft de Company zich bereid verklaard Oost- en Noordwaarts van en evenwijdig aan de weg naar de Petroleumhaven en de Hemweg een geheel vrije baan aan te leggen. De daartoe benodigde strook grond en water, breed pl.m. 12,5 meter, zal, voor zover die aan de gemeente in eigendom toebehoort, aan de Company in erfpacht kunnen worden uitgegeven. Daar deze oplossing in het belang van een veilig verkeer langs deze wegen zeer gewenst voorkomt, wordt voorgesteld bedoelde strook grond en water aan de Company in erfpacht uit te geven tegen een jaarlijkse canon van f 200 per hectare.
De ondervinding, opgedaan met de uitvoering der werken voor de Electrische Spoorweg-Maatschappij en met de afrekening daaromtrent, heeft er toe geleid, de kosten van de door d gemeente voor rekening van de Company uit te voeren werken bij vooruitbetaling in termijnen van f 25,000 te verlangen, onder bepaling, dat na de voltooiing verrekening van het saldo plaats heeft.
De Company had als eindpunt gewenst de N. Z. Voorburgwal bij het postkantoor. Met het oog op het dirukke verkeer daar ter plaatse, is daartegen door B. en W. bezwaar gemaakt. Als een meer gesohikt punt, dat ook ten opzichte van het centrum zeer gunstig is gelegen en waar een standplaats voor tramwagens het verkeer weinig bemoeilijken zal, is de N. Z. Voorburgwal bij de St. Nicolaasstraat aangewezen, waarmede de Company zich heeft verenigd.
In het belang van de controle welke van gemeentewege op de naleving van de voorwaarden van deze vergunning moe-t worden üitgeoefend is aan de Company do verplichting opgelegd aan enige ambtenaren vrij vervoer te verlenen op een deel van haar tramlijn.
De aan de gemeente te betalen recognitie, welke bij de vergunning voor de Electrische Spoorweg- Maatschappij is vastgesteld op een bedrag per passagier, gelijk aan 40 % van de prijs, die de gemeente bij eigen vervoer volgens haar tariefregeling over dit traject zou hebben ontvangen, wordt door B. en W thans voorgesteld op 2 ½ cent per passagier. In de praktijk ïs gebleken, dat een maatstaf als bij de Electrische Spoorweg-Maatschappij is aangenomen, moeilijkheden oplevert, zodat aan een vast bedrag per passagier de voorkeur moet worden gegeven.
Aan de verdere bepalingen van de overeenkomst is nog het volgende ontleend:
1. Het vervoer geschiedt door middel van elektrische beweegkracht met bovengrondse geleidingen en beugelcontact, geheel in overeenstemming met het stelsel der gemeente, waarmee het door de onderneemster gevolgde stelsel, ook bij wijziging van dat der gemeente, in overeenstemming moet blijven.
2. B. en W. bepalen het minimum-tarief voor personenvervoer over trajecten, geheel of gedeeltelijk binnen de grenzen der gemeente gelegen.
3. Aan de onderneemster kan door de Gemeentetraad worden opgelegd de verplichting tot het uitgeven van overstapkaarten, zowel op gemeentelijke als op andere lijnen, die aan de door haar geëxploiteerde of medegebruikte tramweg onmiddellijk of bijna onmiddellijk aansluiten, alsmede tot het in betaling nemen van zodanige kaarten op bedoelde lijnen uitgegeven.

22-10-1907
GEMEENTERAAD.
De leden van den Gemeenteraad zijn bijeengeroepen tot het houden van een openbare vergadering op Woensdag 23 October, zo nodig, des avonds en volgende dagen en avonden. De Agenda vermeldt: (…………….)
950. Afwijzend praeadvies van B. en W. op het verzoek van G. Broertjes, gepensionneerd wagenbestuurder bij de Gemeentetram, om verhoogd pensioen. (…………)Vervolgens: de voordracht van B. en W. tot vaststelling van een nieuw Tramtarief. En verder: de Gemeenterekening over 1906 en de Begroting voor 1908.

25-10-1907
In de Spaarndammerstraat kwam gistermorgen een tramwagen in botsing met een wagen van de rioolreiniging, waardoor de tram beschadigd werd. Persoonlijke ongelukken gebeurden niet.

Gemeenteraadsvergadering van 23 oktober.
………………………
De reeks zittingen van den Gemeenteraad, bestemd tot vaststelling van de Begroting voor het jaar 1908, is gisteren aangevangen, 't Was een schrikbarend dikke agenda deze keer, waarop de eigenlijke Begroting eerst voorkwam als tiende punt.
De behandeling van de voordracht van B. en W. inzake het tramtarief wordt na breedvoerige discussies verdaagd tot de avondzitting.
Toen dit aan de orde kwam had het weinig gescheeld of het lot van deze zo veel bekritiseerde en zo rijk geamendeerde voordracht zou binnen een kwartier beslist zijn geweest. De heer Hendrix opende n.l. de discussies met het ernstig gemeende voorstel om maar dadelijk tot stemming over te gaan. Dat viel in zeer goede aarde en was de heer Kamerlingh Onnes er niet geweest, dan zou ’t echt die kant zijn uitgegaan. Deze verzette zich tegen een dusdanig spijkers met koppen slaan en op zijn voorbeeld vroegen anderen het woord, zoodat successievelijk alle voorstellers of voorstanders van amendementen nog eens hunzegje gedaan hebben. Daardoor is niet gelogenstraft wat de heer Hendrix aanvoerde ten gunste van zijn voorstel: dat nieuwe gezichtspunten niet gegeven zouden worden, Het kwam neer op een herhaling van wat vroeger al in het schriftelijk en mondeling debat te berde was gebracht. De Heer Ter Haar was weder de enthousiaste kampioen van het 5-centstarief en vermakelijk was het hem de sociaal-democraten de les te horen lezen over hun achteraankomen in deze. De Heer Wibaut had nl. (met de Heer Simons) het voorstel-Wiersma overgenomen, waarbij de prijs voor één rit van ten hoogste drie secties op 5 cent wordt bepaald en voor meer dan drie secties 10 cent gevergd wordt. Dat was in zijn ogen gebrek aan durf, ongemotiveerd wantrouwen in de stelling, dat bij een uniformtarief van 5 cents het getal passagiers zoodanig zal toenemen dat de opbrengst niet verminderen zal. Daarom draaide het debat weer. Met welk cijfer zal het vervoer toenemen? Niemand kon het met zekerheid zeggen, het was een kwestie van vertrouwen in de toekomst: koopmansdurf noemde de Heer Ter Haar het. Een sprong in het duister de Heer Zeehandelaar, tot welke laatste mening ten slotte de meeste raadsleden bleken over te hellen. En zo kon zelfs het 6-cents tarief van de heren Van Lennep c. s. geen genade vinden. Ook hielp niet wat de Heer Sutorius voorstelde, om nl. te "breken met het systeem van een bepaald aantal plaatsen in onze tramwagens. Men moest bij het tramvervoer toepassen dat er veel makke schapen in een hok gaan en de passagiers toestaan zelfs in de doorgangen te gaan staan. Dat, zo meende het onverschrokken raadslid, was het middel om de tram populair te maken en altijd volle wagens te hebben.
Behouden blijft dus de prijs van 7½ cents voor een enkele rit als men in de wagen betaalt.
Zogenaamde „pasjes" — thans 12½ cent — zullen voortaan maar een dubbeltje kosten. De prijs der kaartjes in boekjes is verlaagd van 6½ tot 6 cent. Er zullen boekjes verkrijgbaar zijn van 25, 10 en 5 stuks. De secties zijn gebleven als vroeger, met dien, verstande, dat de prijs voor ritten van 5 of 6 secties op één lijn verlaagd is van 12½ cent tot 10 cent, voor de trajecten Dam — Stationsplein, Dam — De Ruyterkade, Postkantoor — Stationsplein en Cruquiusweg—Mauritskade wordt siechts 2½ cent gevraagd.
Van de Eilanden zal men met lijn 13 voor de prijs van één rit, door op het Stationsplein over te etappen, naar de Dam kunnen komen. Er zullen abonnementen voor afzonderlijke lijnen (zgn. lijnkaarten) verkrijgbaar gesteld worden, tegen f 3.50 per maand, in verband waarmede de ochtend-abonnementen (behalve voor scholieren) worden afgeschaft.
Behalve deze ochtend- en dagkaarten voor scholieren zullen voortaan ook scholier-avondkaarten verkrijgbaar zijn, geldig tusschen 6½ en 10½ uur des avonds.

Tramtarief.
De Heer Smit is B. en W. dankbaar dat zij het voorstel van de Heer Douwes en hem betreffende de avondkaarten heeft overgenomen.
Hij herinnert er aan, dat door de Heer De Man is gesproken over wenselijkheid van loonsverhoging voor het trampersoneel bij invoering van een 6 oents tarief, omdat het personeel daarbij inkomsten aan fooien zal derven.
Hij vraagt of er ook nog niet iets ten behoeve van de bezoekers van Ambachtssoholen kan worden gedaan. Het 5 cents tarief acht spr. niet gewenst, hij verkiest daarentegen het voorstel van B. en W. en hij wil ondersteunen hetgeen gezegd is ten behoeve van de bewoners der Oostelijke Eilanden. Spr. vraagt aan B. en W. welke lijn zij met lijn 13 willen combineren.
Weth. Heemskerk, die bij afwezigheid van de burgemeester de vergadering voorzit, zegt dat het standpunt van B. en W. in 1905 ingenomen, gerechtvaardigd is gebleken. 1905 en 1906 zijn bevredigende jaren geweest. Degenen die in 1905 een slechte toekomst voorspelden zijn in het ongelijk gesteld. Het jaar 1907 vertoont een zeer geringe toename ondanks de ongunstige omstandigheden, waaronder ook gerekend moet worden de minder goede weersgesteldheid. B. en W. handhaven het oude tarief en stellen in hoofdzaak drieërlei wijzigingen voor, waarvan zij een groter verkeer verwachten. De wijzigingen zijn deze: 1e. boekjes met kaartjes van 6 cent; 2e . boekjes van 5 kaartjes en 3e . overstapkaartjes (2 rittenkaartjes) van 10 cent. De standaardkaartjes van 7½ cent blijven behouden. Het rijden met boekjes zal worden bevorderd, ongetwijfeld in het belang van een groter verkeer; hoezeer de tweeritskaartjes, als door B. en W. zijn voorgesteld, het vervoer doen toenemen is gebleken uit de mededelingen van de heer Ter Haar, dat te 's-Gravenhage van de 20 miljoen passagiers er 15 milljoen van tweeritskaartjes gebruik maken.
Spr. gelooft meer passagiers te zullen krijgen met tweeritskaartjes dan met een 5 cents tarief.
Hoeveel het toenemen van het passagiersverkeer zal bedragen bij een verlaagd tarief is niet te voorspellen; wel kan men daarentegen narekenen, dat de gemiddelde opbrengst per passagier het gunstigst zal zijn bij invoering van het door B. en W. voorgestelde tarief, minder gunstig bij de andere gedane voorstellen en het ongunstigst bij het 5 cents tarief van den Heer Ter Haar, wiens voorstel spr. gevaarlijk noemt.
De remedie van de Heer Sutorius, om maar zoveel mogelijk passagiers in de tramwagens te stoppen,acht spreker niet aanbevelenswaardig. Als men ze in de doorgang laat staan zal de conducteur zijn kaartjes moeilijk kunnen ophalen. De Heer Sutorius had bij die grote menigte in de trams ook dames in avondtoilet gezien. Hoe die plaats moeten krijgen? Misschien op schoot bijandere passagiers? (gelach). In antwoord op de opmerking van de heer Scheltema, dat er onvoldoende is afgeschreven, omdat onderhoudswerken als uitbreidingswerken geboekt zgn, zegt spr., dat er op de Eilanden nieuwe lijnen zijn aangelegd, die toch wel uitbreidingswerken zijn. Tot zijn verwondering heeft spr. ook het woningvraagstuk ter sprake horen brengen. Hij wil niet ontkennen dat er verband is tussen de tram en het woningvraagstuk, maar er zijn immers voor de veraf wonenden reeds vroegritten ingesteld! Nu ook nog om diezelfde reden een 5 cents-tarief te bepleiten vindt hij ongewenst. Men moet er voor waken. het tarief door dergelijke voorstellen sociaal en radicaal in de war te sturen. Het trambedrijf leent zich niet voor gevaarlijke proefnemingen. Voor het personeel zal het nieuwe tarief niet voordelig zijn, maar aanneming van de door de raadsleden gedane voorstellen zal veel schadelijker zijn. Er wordt geroepen: “De fooien moeten weg!” De Voorz. zegt, dat de raad niet kan besluiten dat de fooien weg moeten; dat is eenvoudig niet mogelijk. De fooien bestaan nu eenmaal. B. en W. hebben evenwel hun voordracht niet daarop gebaseerd. Overigens acht spr. het beter, hier de salariskwestie buiten bespreking te laten. Het voorstel Simons acht spr. verkeerd, omdat er zooveel «uitlopertjes» van 2½ cent in voorkomen, dat het feitelijk neerkomt op een verlaagd tarief. Ook de overige voorstellen acht spr. niet aanbevelenswaardig. Speciale ochtendkaarten voor personen in dienstbetrekking met een inkomen van minder dan ƒ6OO, gelijk de heren Simons c.s. willen, is niet gewenst. Een tarief waarbij een onderzoek zou moeten worden ingesteld naar de inkomens van de passagiers komt B. en W. bedenkelijk voor en moeilijk te controleren.
De Heer Sutorius wijst er nog eens op, dat in vele steden in het buitenland het getal passagiers in de wagens niet zoo beperkt is als hier. Indien de voorzitter de mogelijkheid van een groter aantal passagiers in de wagens te doen plaats nemen, niet erkent, zou spr. geloven dat deze in de laatste 5 jaren niet in het buitenland is geweest, want hetgeen spr. geschetst beeft, geschiedt overal. Wat de ingewortelde gewoonte van het fooien geven betreft, zegt spr. dat hij die afkeurt, omdat het fooienstelsel de beambten demoraliseert.
De Heer Ter Haar zegt dat het uit een zakelijk oogpunt verstandig is het tarief laag te stellen. Het tarief van B. en W., ingewikkeld als het is, vindt hij in het nadeel van het publiek, omdat onwetenden zo licht de dupe zullen worden dat zij een te hoog tarief betalen. Het duur maken van lange afstanden, als het tarief van B. en W. tengevolge zal hebben, is eveneens in het nadeel van het publiek. Het door hem aanbevolen 5 cents tarief heeft daarentegen vele voordelen. Het sluit aan bij ons tegenwoordig muntstelsel, het is bovendien eenvoudig ten opzichte van de controle en ook van de administratie. Op die gronden adviseert spr, tot aanneming van het 5 cents tarief en tot verwerping van het voorstel van B. en W.
De Heer Wibaut zegt nog, dat het lonend zijn van het bedrijf niet bepaald wordt door de prijs per passagier, maar door de verhouding van de kostprijs per passagier en de kostprijs van het bedrijf.
Nadat de Voorzitter nog verschillende opmerkingen weerlegd heeft, worden de beraadslagingen gesloten.
Het amendement-Ter Haar c.s. (5 cents-tarief) wordt verworpen met 31 tegen 9 stemmen.
Het amendement Simons en Wibaut (overgenomen van de gewezen raadsleden Wiersma, Spakler en Boissevain), strekkende om de prijs voor een rit van 3 secties op 5 cent en voor een rit van meer dan 3 secties op 10 cent te bepalen, wordt verworpen met 24 tegen 16 stemmen.
Het amendement Van Lennep, Caroli en Hendrix (6 cents-tarief) wordt verworpen met 21 tegen 19 stemmen.
Het amendement-Simons c.s., tot uitbreiding van het aantal 2½ cents-trajecten of “uitloopertjes”, wordt verworpen met 30 tegen 10 stemmen.
Het amendement-Verschure (overstapkaartjes van 7½ cent op lijn 6 naar Frederiksplein en Dam en op lijn 7 naar de Dam) wordt verworpen met 29 tegen 11 stemmen.
Het amendement-Rugs (overstapkaartjes van 7½ cent op lijn 13 via Stationplein naar Dam, ook met kaartjes uit de boekjes) wordt aangenomen met 19 tegen 18 stemmen.
Het amendement-Simons v.s. (abonnementskaarten voor personen in dienstbetrekking met een salaris van minder dan ƒ 600) wordt verworpen met 32 tegen 7 stemmen.
De Heer Van Lennep dient nog een voorstel in, om de prijs van de kaartjes in boekjes op 7½ cent te hepalen. Op voorstel van de Voorzitter wordt dit amendement niet meer besproken.
De voordracht van B. en W. wordt daarna in stemming gebracht en goedgekeurd met 37 tegen 4 stemmen. Tegenstemmers waren: de heren Harmsen, Hendrix, Kamerlingh Onnes en Van Lennep.

29-10-1907
Raad zaterdag 26-10
De Heer Verschure wijst op de gewichtige gebeurtenis, dat in 1908, als de elektrische verlichting tot stand zal zijn gekomen, de werken aan het Noordzeekanaal voltooid zullen zijn. Dan zal Amsterdam gereed zijn om op scheepvaartgebied met het buitenland te concurreren. Nu meent spr. moet er meer gedaan worden en daarom steunt hij het ingekomen adres, om IJ en Handelskade een goede tramverbinding te geven.

30-10-1907
Op de Ceintuurbaan werd gisteravond een hond door een tramwagen overreden. Het dier geraakte zodanig onder de wagen beklemd, dat het verkeer twintig minuten vertraging ondervond. Het deerlijk verwonde beest heeft men in de Amstel verdronken. :

30-10-1907
RECHTZAKEN.
Zooals wij reeds vroeger medegedeeld hebben, is de Gemeente Amsterdam in rechten aangesproken door de Heer J. H. Schoch, die op 28 Juli 1905 op lijn 3 van de Gemeentetram, naar hij meent tengevolge van een schok door te plotseling remmen, van het voorbalkon van een bijwagen was gevallen en daarna overreden was, tengevolge waarvan hij een arm moest laten amputeren. Hij eischt vaar de Gemeente een schadevergoeding van f 41,333,92. De Gemeente meent dat zij geen schadevergoeding verschuldigd is, omdat het ongeluk niet aan de schuld van het trampersoneel mag worden toegeschreven, omdat het plotseling remmen eerst geschiedde, nadat de heer Schoch reeds van het balkon was gevallen. De rechter zal nu een beslissing hebben te nemen.

2-11-1907
Gisternamiddag ontstond in de Haarlemmerstraat een botsing tussen ee tramwagen en een bespannen vrachtwagen, waardoor de tram licht werd beschadigd.

4-11-1907
Gemeenteraad, vergadering van vrijdag 1 november 1907
Begroting 1908
Bij de post Gemeentetram bespreekt de heer Vliegen de boetes bij de tram.
Alleen in het verslag van de gasfabrieken wordt een overzicht gegeven van de straffen en boetes, maar in de verslagen der andere bedrijven en diensten niet. Spr. acht een overzicht van de opgelegde straffen gewenst. Spr. heeft vernomen, dat in 1906 bij de Gemeentetram aan boetes is geheven een bedrag van 800 tot 1000 gulden. Bij de gasfabrieken worden geen boetes geheven; in het telefonistenreglement is het boetestelsel afgeschaft. Spr. hoopt dat men ernstige pogingen zal doen dat, evenals bij andere bedrijven, niet langer boetes bij de Gemeentetram worden geheven. Thans zijn die exorbitant, want spr. kan aan het medegedeelde nog toevoegen, dat in dit jaar aan boetes reeds ƒ600 geheven is.
De heer Scheltema bespreekt de boeking van het onderhoud van de tram. Herstellingen tengevolge van te lichte aanleg tot een bedrag van ƒ 450,000 geschieden uit leningsgelden, welke gelden alleen voor uitbreiding bestemd zijn. Nu er tekenen zijn dat B. en W. zelf inzien dat de tram toch niet zo gunstig staat als het door de onjuiste boeking schijnt, hoopt spr. dat het volgend jaar met zijn opmerking zal worden rekening gehouden.
De heer Ter Haar wijst op de wenselijkheid van aanschaffing van 3 nieuwe wagentypes bij de tram : 1e. imperiaal-motorwagens met dubbele bakken, zodat het dubbel aantal passagiers vervoerd kan worden ; 2e. grote open aanhangwagens van 12 M. lengte, zoals in Den Haag reeds in gebruik en 3e. motorwagens met 6 schuifbare zijruiten. Vervolgens wijst hij nog op de wenselijkheid van nieuwe stroommeters (Watt-meters) waarbij een premie gegeven zou kunnen worden aan wagenbestuurders voor gering stroomverbruik. Voorts bespreekt hij de glazen tram balkons. Er lopen nu een tiental wagens met dergelijke balkons, nog niet de bepaalde twintig. Het Blijkt dat B. en W. nog altijd tegen die glasbalkons gekeerd zijn. Volgens spr. zouden het publiek en het personeel zeer goed over deze glasbalcons te spreken zijn. Spr. hoopt, dat het gehele twintigtal gauw gereed zal zijn en dat B. en W. spoedig over het gehele tramnet de wagens met glasbalkons zullen invoeren.
De heer Nolting hoopt, dat B. en W. zullen komen met een flinke loonsverhoging als het nieuwe tramtarief in werking treedt, omdat door het nieuwe tarief de verdiensten van het personeel zeer zullen verminderen.
De Heer Smit bepleit de afschaffing van nachtarbeid bij de technische dienst van de tram. Er wordt wel een tegemoetkoming gegeven, maar die weegt niet op tegen de nadelen van de nachtdienst, in verband hiermede dringt hij aan op vermeerdering van het getal motorwagens en op uitbreiding van de bergplaats daarvoor. Dit zou een prima werk zijn om de werkeloosheid wat te verminderen.
De heer Posthumus Meyjes bespreekt de wenselijkheid van een wachthuisje bij het station Weesperpoort, dat B. en W. verleden jaar toegezegd hebben. Spr. brengt in herinnering, dat B. en W. hebben toegezegd een plan te maken voor de plaatsing van wachthuisjes in de stad en verzoekt, dat die plaatsing daarvan niet zal overgelaten worden aan de bedrijven, maar zal worden bepaald door de raad.
De heer Loopuit bespreekt ook de langzame verbouwing van motorwagens met glasbalkons en vraagt wanneer die 20 wagens gereed zullen zijn.
De Heer Vliegen vraagt waarom de lonen van de losse werklui bij de tram van 25 tot 20 cent verlaagd zijn of er bij de berekening van de uren geen rekening kan gehouden worden met de tijd die de werklieden nodig hebben om van huis naar de remise te gaan.
De Voorzitter meent dat de boeten niet overvloedig worden toegepast. Het juiste cijfer kan spr. niet mededeelen, daar het punt niet in de afdelingen ter sprake werd gebracht en hij de nauwkeurige gegevens thans niet voorhanden heeft. De losse werklieden worden door de directeur aangesteld en daarom kan spr. op de betreffende vraag van de heer Vliegen geen antwoord geven.
Tot de heer Scheltema zegt spr. dat het versterken van de tramrails met een betonlaag eigenlijk reeds bij de eerste aanleg had moeten gebeuren en dat de gelden daarvoor dus wel degelijk als onderhoudswerken onder gewone uitgaven verantwoord moeten worden.
Aan de heer Ter Haar kan spr. meedelen dat besloten is tot aanschaffing van 6 motorwagens met schuifbare ruiten, die ‘s zomers zonder open aanhangwagens gebruikt kunnen worden. Een definitief antwoord betreffende de stroommeters kan spr. nog niet geven. De technici zijn het hier nog niet over eens. De directeur is voor het gebruik van stroommeters en heeft goede ervaring met de genomen proefneming opgedaan. B. en W. zeggen dat het langzaam gereed komen van de glasbalkons veroorzaakt wordt door de zorgvuldigneid waarmee ze moeten worden vervaardigd, omdat ze anders problemen zouden veroorzaken. Eerst als de 20 wagens met glasbalkons gereed zijn en de proef enige tijd genomen is, kunnen B. en W. er hun oordeel over uitspreken. Over de nachtdienst zegt spr., dat invoering van de vroegritten daartoe heeft bijgedragen. Een tramremise te bouwen om aan de werkeloosheid tegemoet te komen, zoals de heer Smit wil, zou, meent spr., niet in de geest van de raad zijn. Een belangrijke loonsverhoging bij de invoering van het nieuwe tramtarief kan spr. niet toezeggen. Wel meent hij, maar dat heeft hij al eerder verklaard, dat bij invoering van het nieuwe tarief herziening van de lonen voor het rijdend personeel gewenst is. De plaatsing van de wachthuisjes heeft in de verschillende commissies te veel tot verschil van mening geleid, zodat B. en W. nog geen beslissing hebben kunnen nemen. Ook met het oog daarop kan geen toezegging worden gedaan dat de beslissing aan de raad zal worden opgedragen.
Bij de post “Gemeente-elektriciteitswerken” bespreekt de heer Ter Haar de te hoge prijs, die het electriciteitsbedrijf voor het leveren van stroom aan de Gemeentetram in rekening brengt. Daarover heeft spr. een nota ingediend, waarop de directeur met een tegennota geantwoord heeft. Spr. betoogt, dat zijn bezwaar door die nota met weerlegd wordt. Hij blijft van mening dat zijn berekeningen juist zijn en beroept zich in deze op de autoriteit van de heer Lohr, adviseur van de Gemeente Nijmegen, die tot dezelfde conclusie komt. Hij blijft er bij dat de tram 139.000 gulden te veel betaalt aan het elektriciteitsbedrijf. Voor de Gemeente komt dat per slot van rekening wel op hetzelfde neer, maar ter wille van een goede boekhouding is het toch gewenst, dat van het ene bedrijf de bedrijfsonkosten niet geflatteerd worden ten koste van het andere bedrijf.
De Voorzitter meent op dit debat niet te moeten ingaan. B. en W. hebben indertijd de stroomprijs vastgesteld. Om de nota's te overwegen is meer tijd nodig dan spr. daar voor de laatste tijd gehad heeft. Spr. zegt de Heer Ter Haar toe, dat diens nota in de commissie van bijstand zal worden besproken. De Heer Ter Haar vraagt nog welke de financiële resultaten van het elektriciteitsbedrijf zouden zijn, als aan dit bedrijf de stroomlevering aan de tram zou worden ontnomen. De Voorzitter zegt, dat B. en W. zich ook over deze vraag nader zullen beraden.

6-11-1907
Op den N. Z. Voorburgwal kwam gistermiddag een tramwagen in botsing met een vrachtwagen, waardoor beide voertuigen enigszins werden beschadigd, zonder dat persoonlijke ongelukken gebeurden.

7-11-1907
In de Raadhuisstraat kwam gistermorgen een tramwagen in botsing met een vrachtwagen. Twee vaten gingen kapot waardoor van de inbond ongeveer 100 liter verloren ging.

8-11-1907
Gistermorgen kwam op het Frederiksplein een vrachtwagen in botsing met een tram, waardoor het voorbalkon van de tram werd beschadigd.

9-11-1907
Gisteren ontstond driemaal een: botsing tussen een voertuig en een tramwagen, nl. op het J. D. Meijerplein, op de Marnixstraat en op de N. Z. Voorburgwal. Op eerstgenoemde plaats met een handkar, op de beide andere met een vrachtwagen. De handkar en een der vrachtwagens werden beschadigd, terwijl bij de botsing op de N. Z. Voorburgwal enige kisten die op de wagen lagen op de rails vielen, waardoor het tramverkeer ongeveer 10 minuten vertraging opliep.

12-11-1907
Op de Reguliersbreestraat is een motorwagen van lijn 5 in botsing gekomen met een vrachtwagen. Op de een of andere wijze schijnt de rem defect te zijn geraakt, het duurde althans ruim tien minuten het voor de wagen zich weer in beweging zette. Een lange rij tramwagens had zich natuurlijk in een minimum van tijd op dit drukke punt gevormd. De motorwagen was echter nog niet in orde, want op het Rembrandtplein bleef hij weer stil staan. De passagiers stapten hierop over in een andere wagen. Het verkeer ondervond geruime tijd vertraging. Het hele geval trok veel belangstelling.

13-11-1907
Op den Dam is een ongeveer 1-jarig meisje door een tramwagen van lijn 5 aangereden. Het kind wilde nog voor een stilstaande tram oversteken, maar die had zich reeds in beweging gezet, zodat het meisje er onder raakte. Met een gebroken beentje werd zij opgenomen en naar het Binnen-Gasthuis vervoerd.

14-11-1907
Op de Oostenburgergracht kwam een handkar in botsing met een tram, waardoor beide voertuigen werden beschadigd.

15-11-1907
Op het Singel bij het Koningsplein viel gisteren een meisje, dat haastig voor de tram uitweek, in het water. Eea jongen, Marinus Schutter, Maagdelievenstraat 13, die juist voorbijkwam, sprong, zonder zich een ogenblik te bedenken, de drenkelinge na. Het meisje greep hem in haar doodsangst aan, zoodat de jongen zich niet verroeren kon en beiden zonken. De knaap worstelde zich los en even boven komende slaagde hij er in, een haak te grijpen, welke hem van den wal af werd toegestoken. Het meisje liet toen weer los, maar kon gelukkig door een voorbijvarenden schipper met haken worden gered.

18-11-1907
Watergraafsmeer en de Grensuitbreiding van Amsterdam.
Enige tijd geleden heeft Amsterdam bij gedeputeerde Staten van Noord-Holland een plan ingediend om het stadsgebied uit te breiden met Watergraafsmeer, Sloten en delen van Diemen.
Het Gemeentebestuur van Watergraafsmeer heeft nu bij G.S. ziijn bezwaren tegen een dergelijke annexatie ingediend. Een van de argumenten is, dat bij annexatie het stedelijk deel van Watergraafsmeer een directe tramverbinding met het centrum van Amsterdam zal moeten hebben, wat met het oog op de spoorwegovergang aan de Linnaeusstraat grote kosten met zich zal brengen.

19-11-1907
Hoe gevaarlijk het is op een in volle vaart zijnde tram te springen, bleek gistermiddag weer. Een jongeman, vrolijk van zijn dansclub uit „Parkzicht" komende, wilde nog met de juist passerende tram van lijn 3 mee. Hij sprong op het voorbalkon, doch het ijzeren klaphekje was omlaag, omdat de motorwagen door een bijwagen gevolgd werd. Terwijl hij probeerde om het hekje omhoog te krijgen, sloeg de onvoorzichtige jongeman onverwachts tegen een lantaarnpaal aan. Hij kwam te vallen en het gevolg was, dat zijn linkerhand zo goed als afgereden weid. Te hulp gesnelde voorbijgangers droegen den gewonde „Parkzicht" binnen, waar de eerste hulp verleend werd door Dr. Vlaanderen, die aan de overzijde woont. De geneesheer constateerde een bovenarmbreuk. De hand was verbrijzeld. De ongelukkige jongeman werd naar heh Buiten-Gasthuis vervoerd. Laat dit ongeluk weer een waarschuwing zijn voor de velen, die zich niet de kleine moeite getroosten enkele minuten bij een halte te wachten.

20-11-1907
Gemeentetram. — In verband met aan te brengen veranderingen aan de bovenleidingconstructie van 6 op de draaibrug in de Veelaan zal deze lijn met ingang van 2 November a.s. voor enige dagen slechts tot aan die brug worden bereden.
Gisternamiddag werd op de De Ruyterkade een heer door een tram aangereden. Hij kreeg een wondje aan het hoofd. Per rijtuig is hij naar zijn woning vervoerd.

23-11-1907
In de Utrechtschestraat kwam gistermiddag een tramwagen in botsing met een driewielig karretje, waarop een draaiorgel was geplaatst. De tramwagen liep hierdoor lichte schade op.

27-11-1907
Gemeentetram.
Op enige punten in het nieuwe, per 1 januari 1908 ingaande tramtarief, die wellicht nog niet voldoende in het oog zijn gevallen, vestigen wij de aandacht.
Men kan op de in secties verdeelde lijnen (dit zijn alleen de lijnen 3, 5, 7 en 10) voor een rit langer dan 3 secties het beste een coupon van 10 cent nemen. Men zal echter ook een tweeritskaartje (pasje) van 10 cent nemen of met tweemaal 7½ cent of met twee 6-cents kaartjes uit een boekje te betalen.
Kinderen beneden 3 jaar, waarvoor niet betaald wordt, behoeven slechts op schoot genomen of gehouden te worden, zolang dat wegens plaatsgebrek nodig is.
Het tarief voor verschillende remiseritten is te vinden in de tramweggids, waarvan de herziene uitgave voor 5 cent spoedig weer verkrijgbaar zal zijn. De ritten op een vroegritretourkaartje mogen zich uitstrekken over de hele tramlijn, behalve op de lijnen 3, 5, 7 en 10, waarop men daarmee een afstand van 3 secties (vroeger 2) mag afleggen.
Èxtra tramwagens kosten per rit over twee gedeelten van lijnen evenveel als over een hele lijn. Buiten de uren der gewone dienstregeling is de prijs 50 % hoger.

29-11-1907
Gemeenteraad, zitting van 27 november
De Heer Simons vestigde de aandacht op een vreemde bepaling in het nieuwe tramtarief. Men zal met lijn 2 voor 7½ cent van de Koninginneweg naar het Centraal Station kunnen komen, maar op de parallel-lijn (lijn 1) zal men daarvoor 10 cent moeten betalen, omdat op de Dam een overstap moet worden genomen. Dit is een vergissing die hersteld moet worden.
De Heer Heemskerk gaf niet toe, dat hier een vergissing in 't spel was en formeel had bij gelijk, daar de nieuwe toestand een gevolg is van de afschaffing der gelei-biljetten van 7½ cent.
Maar zo iets als waarop de Heer Simons wees heeft natuurlijk niemand bedoeld. Hij deed met nog drie andere Raadsleden een voorstel om te bepalen, dat ook de passagiers van lijn 1 zonder bijbetaling van de Dam af naar het Centraal- Station zullen kunnen rijden.
De Raad bleek wel geneigd om dat maar dadelijk aan te nemen, maar dat klopte procedureel niet en daarom bepaalde de Voorzitter de behandeling op “later”.

4-12-1907
Vervoer bij de Tram.
Van 1 Januari tot en met 30 November werden door de Gemeentetram vervoerd 38,822,045 passagiers waaronder 4,210,359 passagiers met vroegrit- en vroegritretourkaarten.
Over hetzelfde tijdvak in 1906 werden vervoerd 37,676,821 passagiers, waarouder 3,527,725 passagiers met vroegrit- en vroegritretourkaarten.

4-12-1907
Door een geldteller bij de gemeentetram zijn zaterdag drie valse Rijksdaalders, 2 valse guldens, een valse halve gulden, twee valse kwartjtes en twee valse dubbeltjes bij de politie gedeponeerd, die aan trampersoneel in betaling waren gegeven.

 
<< naar intro mediatijdlijn

door naar 1908 >>

Verantwoording en disclaimer:
Cees Pot heeft voor de totstandkoming van deze tijdlijn de database van de website "Historische kranten in beeld" geraadpleegd. Deze website is een initiatief van de Koninklijke Bibliotheek. Deze instantie heeft ons toestemming verleend voor publicatie op deze wijze.

* Soms komen er in de artikelen fouten en onjuistheden voor. Om wille van de authenticiteit is besloten deze ongewijzigd te laten.

laat een berichtje achter

omhoog

 
 

 

Bezoekersteller

eXTReMe Tracker