Mediatijdlijn van de Amsterdamse tram
Geheugen van de Amsterdamse tram

<< naar intro mediatijdlijn

door naar 1884 >>

Share |

MEDIATIJDLIJN AMSTERDAMSE TRAM 1883
door Cees Pot
e-mail:
ceespot@amsterdamsetrams.nl

1883

(Opmerking: voor dit jaar zijn in de door mij onderzochte kranten geen berichten aangetroffen voor het tweede halfjaar)

2-1-1883
Gedurende het vierde kwartaal van 1882 zijn door de Amsterdamsche Omnibusmaatschappij vervoerd 1,907,268 passagiers, tegen 1,784.514 in hetzelfde tijdvak van 1881, en van 1 januari tot 31 december 1882 in het geheel 8,154,830 passagiers, tegen 7,784,972 in 1881.

8-1-1883
Ter Secretarie der gemeente zijn ter visie gelegd de volgende nrs. van de lijst der stukken N°. 1—17 (onafgedaan van 1882).
(……………………………………………………)
— N°. 33. Rapport op de verschillende bezwaren, tegen de tramaanleg in de Vijzelstraat gerezen.
Die bezwaren zijn o. a. geopperd in een tweede adres van H. J. A. Mulder c. s., winkeliers en bewoners van percelen in de Vijzelstraten. B. en W. achten zich verplicht, in de eerste plaats die bezwaren te weerleggen.
Hoewel de breedte ener straat van gevel tot gevel van invloed is op de bepaling der breedte, die daarvan voor rijweg kan genomen worden, behoeft het, naar hun inzien, geen betoog, dat niet de eerste breedte, doch die van de rijweg tussen de trottoirbanden, bij de beoordeling of de rails in het midden gelegd kunnen worden, in aanmerking moet komen. Welnu, de breedte van de rijweg tussen de trottoirbanden in de Utrechtsche- en Leidschestraten bedraagt 7 meter en in de Vijzelstraten slechts 6.30 meter. Die maat van 6.30 meter is juist. Zij is gemeten ter hoogte van het straatvlak, d. i. van het vlak, waarop de voertuigen zich bewegen. De adressanten geven op, dat die breedte 6.37 Meter bedraagt, doch hebben die maat waarschijnlijk verkregen door meting van het vlak ter hoogte van den bovenkant der trottoirbanden, op welk vlak de voertuigen zich niet bewegen, en dat, ten gevolge der schuine voorvlakken van de trottoirbanden, enkele centimeters breder is dan de rijweg. Volgens een op hun last gedane hermeting bedraagt de breedte van de rijweg in de Vijzelstraat gemiddeld 6.299 meter. De tramwagen heeft in rust een breedte van 2.02 meter, doch door de schommelingen, die bij het rijden, en bij ongelijke belasting worden waargenomen, moet op een breedte van 2.10 Meter worden gerekend. Ter weerszijden blijft dan slechts een rijweg van 2.14 meter beschikbaar. Voor het verkeer van in beweging zijnde voertuigen is die ruimte ten enenmale onvoldoende. Er zijn verhuiswagens, die een breedte hebben van 2.20 meter, en rijtuigen, die 0.4 meter breder zijn dan de maat van 1.40 meter, die de adressanten, op grond van het getuigenis van bekwame stalhouders, opgeven. Hun overtuiging, dat een breedte van 2.10 meter voor het gewoon rijtuigverkeer te gering is, is door het tegenovergesteld gevoelen der adressanten in geen enkel opzicht aan het wankelen gebracht. Zij houden dan ook hunne stelling vol, dat de vergelijking van de Vijzelstraat met de Leidsche- en Utrechtsche straten, waarvan de rijweg ongeveer 0.7 meter breder is, niet gelukkig gekozen is.
Ook hun mening, dat er geen overwegende bezwaren aan verbonden zijn, dat rij- en voertuigen, die voor de winkels aan de oostzijde der Vijzelstraten wachten, bij het naderen van een tramwagen voor slechts enkele ogenblikken de rails moeten verlaten, werd door de adressanten bestreden. Zij geven toe, dat als dat wachten enige tijd moet duren, die rijtuigen in voortdurende beweging zouden moeten zijn, en dat zulks bezwaarlijk is. Doch welke bedenking is er dan tegen, dat de rijtuigen, in plaats van op de tramrails, op de rijweg blijven wachten en slechts tot in- en uitlaten van personen voorrijden op het ogenblik dat er geen tramwagen passeert? In de Paleisstraat (noordzijde), alwaar het tramverkeer zeer druk is, moet dit eveneens geschieden.
Om die zelfde reden zien zij evenmin in, dat het lossen enz. van kisten en koopmansgoederen en het bijwonen van trouw-, begrafenis- en andere plechtigheden, voor de bewoners van de oostzijde der Vijzelstraat enigszins ernstige belemmeringen zal opleveren. Tot staving van die mening, wijzen zij alweer op de Paleisstraat, alwaar thans zelfs een dubbel tramspoor langs het noordelijk trottoir is aangelegd. Ten slotte het gevaar voor voetgangers op het trottoir aan de oostzijde, volgens adressanten daarin bestaande, dat de tramwagens niet binnen de trottoirband blijven maar daarover uitsteken. Dat gevaar bestaat niet, vermits geen enkel deel van den tramwagen over den trottoirband zal uitsteken. Zij menen hiermede van het adres te kunnen afstappen, om ten slotte nogmaals de redenen uiteen te zetten, waarom zij met aandrang moeten ontraden, in de tramaanleg in de Vijzelstraat, zoo als hij is uitgevoerd, verandering te brengen. Zo als die aanleg heeft plaats gehad, is. er een rijweg beschikbaar van 4.2 meter. Daarvan kan door een wagen met hooi of stro beladen, die een breedte vordert van 3.20 m., worden gebruik gemaakt. Een rijtuig van 1.8 m. en een verhuiswagen van 2.2 m. breedte kunnen elkander passeren, zonder dat de rails overschreden behoeven te worden. Het verkeer kan dus in beide richtingen plaats hebben zonder dat er enige vrees voor botsingen onderling of met de tramwagens behoeft te ontstaan. Worden de rails naar het midden verlegd; dan kunnen stremmingen van bet verkeer en botsingen niet achterwege blijven, terwijl, bij het uitwijken van rijtuigen, steeds de rails moeten worden overschreden. Die bezwaren worden niet opgeheven, indien bij dusdanige tramaanleg bepaald wordt, dat het verkeer slechts in één richting mag geschieden. Waartoe zij bovendien niet gaarne hunne medewerking zouden verlenen, omdat zij het in strijd achten met de belangen der ingezetenen. Ernstig hebben zij overwogen, of de middelen door enkele leden van den Raad in de zitting van 15 nov. aan de hand gedaan, het vraagstuk op een betere wijze tot oplossing kunnen brengen. Het resultaat van dat onderzoek is echter ongunstig.
Het verbreden van het trottoir aan de oostzijde en het leggen der rails in het midden heft het bezwaar niet op, dat er dan aan de westzijde slechts een onvoldoende rijweg van 2.10 meter breedte beschikbaar blijft. Legt men, om daaraan tegemoet te komen, de rails niet juist in het midden, doch zodanig, dat er aan de westzijde een ruimte voor het rijtuigverkeer beschikbaar komt van 2.50 meter breed, dan is aan de oostzijde een trottoir te maken van 3.2 meter breedte, doch — en dat weegt naar hun inzien zwaar — de Vijzelstraat biedt dan voor het tram- en gewoon rijtuigverkeer slechts een breedte aan van 4.6 meter en kan dan voor het gewone verkeer slechts in één richting worden bereden, hetgeen niet met de belangen der ingezetenen strookt. Verbreedt men de trottoirs aan beide zijden met 0.5 meter, dan is het eveneens noodzakelijk vast te stellen, dat het verkeer slechts in één richting mag geschieden, want de rijweg naast de tramweg verkrijgt dan slechts een breedte van ongeveer 3.2 M. Worden de trottoirs nog meer verbreed, dan nadert men de grens, waarvan de overschrijding het gevolg moet hebben, dat in de Vijzelstraat in het geheel geen rijtuigverkeer meer kan toegelaten worden. Het denkbeeld om de Vijzelstraat met minder brede tramwagens te doen berijden, kunnen zij niet overnemen. De wagens hebben een minimum breedte. Zij worden ook om andere redenen niet breder gemaakt dan volstrekt vereist wordt. De breedte van 2.02 m. is niet te verminderen, althans niet zodanig, dat het vraagstuk omtrent het mogelijk maken van de tramaanleg in het midden der Vijzelstraat er door tot oplossing wordt gebracht, tenzij men de doelmatigheid der wagens en het gemak van hen, die er gebruik van maken, geheel ten offer wil brengen. Een beschikbare ruimte van 0.26 m. tussen 2 tegenover elkander zittende lange mensen en van 0.42 m voor personen van kleine gehalte, is niet meer dan hetgeen nodig is voor de passage van den conducteur en voor het binnenkomen en zich verwijderen van reizigers, Indien voor het verkeer in de Vijzelstraat tramwagens worden gemaakt, die 0.27 m. smaller zijn dan de alhier in gebruik zijnde, dan wordt de inwendige breedte 1.48 m., overeenkomende met die der gewone omnibussen. Die ruimte is voor een tramwagen volstrekt onvoldoende. En al was dat niet het geval, dan zou, bij het invoeren van dergelijke smalle wagens, ter weerszijden van de trambaan slechts een rijweg beschikbaar zijn van 2,235 meter breedte, derhalve minder dan de minimumbreedte, die zij voor in beweging zijnde voertuigen nodig achten. Zij geloven, dat bij de tramaanleg in de Vijzelstraat de eisen van het algemeen belang zijn behartigd, zonder die van enige ingezetenen meer dan nodig te kwetsen. De ervaring zal hun in dat opzicht in het gelijk stellen, en moet die worden afgewacht. Mocht zij leren, dat zij hebben gedwaald, dan kunnen voor rekening der Gemeente de rails naar het midden der straat worden verlegd en, als noodzakelijk gevolg daarvan, worden opgebroken (en verlegd het riool en de buizen der gas- en waterleidingen).

9-1-1883
Dezer dagen is al het voor de tramlijn Dam—Amsteldijk benodigde materieel aangekomen. Zodra de rails op het Damplein in gereedheid zijn gebracht, zal de exploitatie kunnen aanvangen, wellicht dus binnen veertien dagen. De standplaats der wagens aldaar zal naast die van de lijn Vondelstraat zijn. Het voornemen bestaat ongeveer elke vijf minuten een wagen te doen vertrekken van de Dam van 's morgens 8.20 tot 's avonds 11.30, van de Amsteldijk van 's ochtends 8 uur tot 's avonds 11.10.

Het leggen van dubbel spoor in de Vondelstraat is begonnen. De snelheid van verkeer op deze druk bezochte lijn zal dan bevorderd worden door, in plaats van elke acht minuten zoals thans, elke vier minuten een wagen te doen rijden. De nog ongebruikt liggende wissel op de brug bij de Keizersgracht zal dan ook in dienst worden gesteld.

Op de lening der Amsterdamsche Omnibusmaatschappij, groot f 500.000 (4 ½% oblig.) is voor ruim viermalen het bedrag, namelijk voor f 2,247.000, ingeschreven.

13-1-1883
Omtrent de kosten, door de Amsterdamsche Omnibusmaatschappij voor de «verlaging en opbouw» der Hoogesluis bij te dragen, bestaat tussen het Dagelijksch Bestuur onzer stad en de Maatschappij een belangrijk verschil van opvatting.
Het schijnt nu, dat het Dag. Bestuur, om, tegenover de te bouwen Blauwbrug, welke circa 3 ton zal kosten, waartoe de Omnibusmaatschappij f 105,000 bijdraagt, de eer der Hoogesluis te handhaven, haar een bijzonder monumentaal karakter wil geven, een denkbeeld, waarmede ieder, die zich het stadsgezicht van de zijde van der Buiten-Amstel voorstelt, gaarne zal instemmen.. Dit vordert echter aanmerkelijk grotere uitgaven dan men aanvankelijk geraamd had, en het Dag. Bestuur wil daarom de bijdrage der Omnibusmaatschappij, in plaats van op f 140,000, op ƒ185,000 brengen.
Hiertegen maakt de Omnibusmaatschappij bezwaar. Zij meent het eerstgenoemde bedrag als het maximum harer bijdrage te moeten beschouwen terwijl de thans gevraagde som dit met bijna een halve ton overschrijdt. Volgens hare mening mag bijzondere verfraaiing of opluistering der uit te voeren bouwwerken nimmer ten laste van de Maatschappij komen.
De beslissing van de Gemeenteraad zal nu worden ingeroepen.

30-1-1883
De man, die onlangs aan de Hoogesluis tussen de leuning der noodbrug en de tram beklemd raakte, is aan de bekomen kneuzingen overleden.

31-1-1883
Uit een ons door den Heer H. J. A. Mulder in de Vijzelstraat toegezonden schrijven, met bijgevoegde berekeningen van verschillende punten van die straat, zowel aan de Oost- als Westzijde, tracht hij het onhoudbare van den toestand aldaar, bij aanneming van het voorstel van B. en W., om de rails zoals zij nu liggen te laten, aan te tonen.
Het blijkt daaruit, dat de straatbreedte van perceel tot perceel nog al verschilt, en wel van 9.37 m. tussen de percelen 109 en 112 tot 9.70 m. tussen de percelen 51 en 40; terwijl de trottoirbreedte varieert van 0.40 m. tot 2 m.
De toestand van de Vijzelstraat kan dus met die van de Paleis- en Weesperstraten niet wel vergeleken worden, daar de binnenste rail van het tramspoor van laatstgenoemde straat, ca. 3.05 m. uit de gevellijn verwijderd is, en in de Vijzelstraat maar 1.81 m. Werd nu daarentegen het voorstel van de heren Heineken c. s. aangenomen, waarvoor de bewoners der Vijzelstraat niet genoeg dankbaar zouden kunnen zijn, dan zou de straat aan Oost- en Westzijde een trottoirbreedte krijgen van 2 m. Er zou voor rijtuigverkeer 3.35 M. en voor tramverkeer 2.10 M. overblijven, en de afstand der rails van den trottoirband 0.25 M. Hij beweert voorts dat de afstand der put voor perceel N°. 51 geen bezwaar oplevert. Die afstand is 4.41½ m., hiervan afgetrokken 4.35 m. voor tramverkeer, trottoir en verwijdering der rails, blijft nog 0.06½ m. over.
Op die gronden meent de Heer Mulder dat, zonder grote kosten voor de gemeente, de verplaatsing der rails naar het middengedeelte der straat, overeenkomstig het voorstel Heineken c. s. geschieden kan, omdat de gaspijpen, waterleiding enz. aan de westzijde. der straat gelegen zijn, en nu nog een tussenruimte blijft bestaan van 0.06 ½ m, tussen de buitenste rail en het deksel der put van het riool, zodat dit er gemakkelijk desnodig kan worden afgenomen.

Wij waren verkeerd ingelicht toen wij gisteren meedeelden, dat de man, die onlangs aan de Hoogesluis tussen de brug en de tram beklemd raakte, overleden zou zijn. Hoewel de man nog in het gasthuis verpleegd wordt, is hij gelukkig herstellende.

1-2-1883
GEMEENTERAAD.
Zitting van Woensdag 31 Januari, 's namiddags te een uren.
Voorzitter Mr. G. van Tienhoven. Tegenwoordig 33 leden.
Ingekomen stukken: o.a.
Nader advies van B en W op het adres van winkeliers en bewoners van percelen in de Vijzelstraat omtrent het leggen van rails voor de tram en voorstel van de heren Mr. W. Heineken c.s. om de trottoirs ter weerszijden van de Vijzelstraat 0.5 m. te verbreden, en de rails van den tramweg zó te leggen dat het verst uitstekende benedendeel van de tramwagen 0.25 m. van den trottoirband verwijderd blijft. (65) De strekking van advies van B. en W., in ons nummer van 5 dezer uitvoerig opgenomen, was om aan te tonen, dat bij de tramaanleg in de Vijzelstraat, zoals die is vastgesteld, de eisen van het algemeen belang zijn behartigd, zonder die van enige ingezetenen meer dan nodig te kwetsen. B. en W. vertrouwen, dat de ervaring hen in het gelijk zal stellen, en die ervaring moet worden afgewacht. Mocht daaruit het tegendeel blijken, dan kunnen, voor rekening der Gemeente, de rails naar het midden der straat worden verlegd, en, als noodzakelijk gevolg hiervan, tevens het riool en de buizen der gas- en waterleidingen (De Zitting duurt voort.)

2-2-1883
Waarschuwingsteken der tramwagens.
Naar aanleiding van de in de Alg. Politieverordening voorkomende Art. 33. «Een ieder is verplicht de paardenspoorbaan te verlaten, zoodra de bestuurder van de tramwagen het door B. en W. vastgestelde waarschuwingsteken heeft gegeven,» en art. 88. «Bestuurders zijn verplicht met hunne rijtuigen of handkarren de paarden-spoorbaan te verlaten, zoodra de bestuurder van den tramwagen het door B. en W. vastgestelde waarschuwingsteeken heeft gegeven,» brengen B. en W. ter openbare kennis, dat het vastgestelde waarschuwingsteken voor de nadering van de tramwagen bestaat uit het herhaald slaan met de klepel tegen de aan de voorzijde van de wagen bevestigde schel.

Gemeenteraad
Vervolg der Zitting van Woensdag 31 Januari, 's nam. te een uren.
De Heer Teixeira betoogde dat de lijn door de Vijzelstraat van alle zijden is onderzocht. Toch heeft hij met belangstelling het voorstel Heineken begroet, het had hem echter teleurgesteld, omdat het geen afdoende verbetering zal aanbrengen. Hij trad in een vergelijking van de actuele toestand en de thans voorgestelde wijziging en meende, dat door het laatste de belemmering van het rijtuigverkeer zal toenemen en er aan de uitvoering technische bezwaren verbonden zullen zijn. Het een en ander resumerende, acht hij zich niet verantwoord om ter verkrijging van een betrekkelijk klein voordeel de bewoners daar weer al de last van de railverlegging te berokkenen.
De Heer Glinderman vond dat het voorstel Heineken de toestand aanmerkelijk zal verbeteren. Hij wenste echter de trottoirs liever niet aan beide zijden verbreed te zien, maar meende dat de Commissie die zaak wel rijpelijk zal overwogen hebben, en zal daarom daartoe geen voorstel doen. Wat het door de vorige spreker gemaakt bezwaar betrof, om de bewoners opnieuw last te veroorzaken, geloofde hij dat zij er dit gaarne voor zouden over hebben. Hij bleef evenwel de verbreding der trottoirs van de Oostzijde wenselijk achten.
De Heer Berns releveerde enige bezwaren tegen het voorstel-Heineken. Hij zou niet gaarne in zulk een centraal punt der stad het verkeer nodeloos belemmeren, en dit zou geschieden door de Vijzelstraat slechts in éen richting te berijden. Hij zette voorts enige bezwaren tegen de becijferingen in het rapport van B. en W. uiteen speciaal wat de tramwegen betreft, en drong op versmalling der wagens aan om meerdere ruimte voor het verkeer te verkrijgen.
De laatste werd door de Heer Gosschalk bestreden. Hij geloofde dat bij het gebruik de weg ontzaglijk zal meevallen en noemde enige steden met smalle straten op, en bestreed voorts het voorstel Heineken omdat het in plaats van ongelukken te voorkomen die vermeerderen zal, m.n. het verder verwijderen van de tramwagen van de trottoir. Nu zal men uit de wagen er onmiddellijk opstappen; bij aanneming van het voorstel er naast. Bovendien zal, zoals reeds door de vorige Spr. is aangetoond, het verkeer er meer door belemmerd worden.
De Heer Van Nierop achtte de Vijzelstraat ongeschikt voor een tram, en het voorstel-Heineken is dus slechts een palliatief en geen afdoende maatregel. Wanneer dus de Raad een fout heeft begaan door toe te staan dat de tram door de Vijzelstraat gaat, laat hij dan een afdoende maatregel nemen en een andere weg aanwijzen. Dit zal geld kosten, maar men zal er nu toch ook niet zonder kleerscheuren afkomen.
De heer Heineken gaf te kennen dat hij gaarne een voorstel in die geest, wanneer het gedaan wordt, zal ondersteunen, maar de rails liggen nu eenmaal in de Vijzelstraat, en is dus de kwestie de toestand zo dragelijk mogelijk te maken; daartoe strekte het voorstel, en hij verdedigde dit op de verschillende gronden daarin aangevoerd, en bestreed voorts het advies van Burgem. en Weth. speciaal wat de becijfering der passage voor rijtuigen betrof. Men moest 2.25 m. hebben voor een rijtuig, dus 4.50 m. voor twee passerenden. Men heeft echter slechts 4.30 m. en komt dus tekort. Er kan naast de tram maar één rijtuig rijden, men houdt dus bij aanneming van het voorstel ruimte over, en die kan nu ten goede komen aan de voetgangers door verbreding der trottoirs, die daar zeer noodzakelijk is. Hij releveerde voorts dat op al de klachten, die sedert 1 oktober door de ingezetenen zijn ingebracht, niet is gelet, maar men steeds met het werk is voortgegaan, en het nu niet aangaat, nu morgen de tram in werking zou moeten treden, de vergadering te plaatsen voor een fait accompli.
Ten slotte wees hij er op, dat bij de a. s. tentoonstelling de Vijzelstraat een der toegangswegen zal zijn en dus de vrees voor ongelukken op dat nauwe punt zeer gewettigd is. Spr. handhaafde dus het voorstel tegenover het preadvies van B. en W.
De Heer Bake meende, dat door het maken van gebrekkige trottoirs niet is voldaan aan de voorwaarden der concessie en wenste van de betere uitvoering daarvan de verdere vergunning, om met de tram door de Vijzelstraat te gaan, afhankelijk te maken. Hij zag voorts de noodzakelijkheid niet in om naar de Amsteldijk te komen, dat men de weg door de Vijzelstraat nam, en wijst daarbij op de Weteringschans. Ook door de Heer Hovy, een der voorstellers, werd dit nader toegelicht en verdedigd, speciaal met het oog op de schade, die de neringdoenden aan de Oostzijde van de Vijzelstraat bij aanneming van het voorstel van Burgem. en Weth. zullen lijden. Hij las een zo even in die geest ontvangen brief voor, en meende ten slotte, dat het zelfs bij aanneming van het voorstel niet nodig zou zijn slechts in éen richting te rijden.
Door de Heer Bergsma, Wethouder van P. W., werden nu de verschillende sprekers beantwoord. Op de voorgrond stelde hij, dat overal waar van tramaanleg sprake was, overal in alle landen zo goed als hier dezelfde bezwaren zijn gemaakt, dezelfde vooroordelen bestaan. Het voorstel van de heren Heineken c. s. achtte hij evenwel een toenadering, omdat daardoor nu uitgemaakt schijnt te zijn dat het leggen der rails midden in de straat onmogelijk is. Het verschil tussen de voorstellers en B. en W. bestaat nu nog alleen daarin, dat de eerste het personenverkeer, de laatste het rijtuigverkeer, op de voorgrond hebben gesteld. Hij bestreed voorts verschillende aangevoerde becijferingen omtrent breedte van trottoirs en tramwagens, en meende, dat door het aanleggen der eersten voor de veiligheid der voetgangers zoveel mogelijk was gezorgd. Hij trad voorts in een uitvoerige vergelijking tussen het gevaar door trams en rijtuigen te ontstaan, en beweerde dat door de tram de onveiligheid in de Vijzelstraat niet zal toenemen. Ten bewijze hiervoor beriep hij zich op de tram door de Weesperstraat en Kerkstraat. Voorts verdedigde hij de trottoirs in de Vijzelstraat met een vergelijking van niet bredere op sommige punten op de Nieuwendijk en de Kalverstraat.
Hij concludeerde, dat men eerst een proef zou nemen alvorens het voorstel van B. en W. te verwerpen, daar door aanneming van dat der voorstellers het rijtuigverkeer in de Vijzelstraat wordt bedorven, en voerde ten slotte aan, dat daardoor wèl niet het riool, maar toch wèl de gas- en waterleidingen en trottoirbanden zullen moeten verlegd worden en men genoodzaakt zal zijn de straat maar in éen richting te berijden.
De Heer Pijnappel, een der voorstellers, meende nog eens op de bijzondere toestand der Vijzelstraat te moeten wijzen en bestreed de beschouwingen van de vorige spr. De hoofdzaak is echter het passeren van rijtuigen, en dat wordt bij aanneming van het voorstel niet onmogelijk gemaakt, want de ruimte blijft voldoende en liet gevaar zal door rijtuigen niet groter worden dan door trams.

 
<< naar intro mediatijdlijn

door naar 1884 >>

Verantwoording en disclaimer:
Cees Pot heeft voor de totstandkoming van deze tijdlijn de database van de website "Historische kranten in beeld" geraadpleegd. Deze website is een initiatief van de Koninklijke Bibliotheek. Deze instantie heeft ons toestemming verleend voor publicatie op deze wijze.

* Soms komen er in de artikelen fouten en onjuistheden voor. Om wille van de authenticiteit is besloten deze ongewijzigd te laten.

laat een berichtje achter

omhoog

 
 

 

Bezoekersteller

eXTReMe Tracker