de Amsterdamse paardentram
Geheugen van de Amsterdamse tram


Een paardentram is een tram die wordt voortbewogen door paardentractie. Afhankelijk van de grootte van de wagen staan er een of twee paarden voor.

Share |

Amsterdamse Onmibus Maatschappij (AOM) 1875 t/m 1899
door Jan Loman Ü en Jos Wiersema

 

Beknopte geschiedenis van 41 jaar Amsterdamse paardentram.
1875 -1916 en wat vooraf ging

Wat aan de A.O.M. vooraf ging

1839-1872

Tot 1839 bestond binnen Amsterdam geen openbaar vervoer. Op 20 september 1839 werd de eerste treinverbinding in Nederland in gebruik genomen. Deze spoorlijn verbond de steden Amsterdam en Haarlem. In datzelfde jaar werd de omnibus geÔntroduceerd in Amsterdam. De omnibus (= voor allen) was een koets op vier wielen, getrokken door ťťn of enkele paarden. De omnibus bood plaats aan 12 tot twintig personen. In tegenstelling tot de oudere postkoetsen en diligences volgde de omnibus een vaste route en hanteerde vaste vertrektijden en tarieven. De omnibuskaart van de Amsterdamsche Omnibus Onderneming (A.O.O.) voorzag de reizigers van informatie over het lijnennet en de reglementen. De routes werden met de hand op de kaart ingetekend, in tien kleuren. Opvallend is dat de haven, als belangrijkste element van de stad, zich aan de voorzijde (onderzijde) van de kaart bevindt. Vanaf omstreeks 1840 zou de afgebeelde stad een halve slag gedraaid worden en de noord-oriŽntatie krijgen.


De Amsterdamsche Omnibus Onderneming (A.O.O.) is opgericht in 1839 en is de voorloper van de A.O.M.
Uit: de paardentram in Nederland W.J.M. Leideritz Grote Alken 608

Omnibusdiensten in de negentiende eeuw

De A.O.O. (1839-1884) was niet de enige exploitant van paardenomnibussen in Amsterdam in de negentiende eeuw. Zo waren er ook:
Omnibus Onderneming "De Batavier"
(1839-1840)
Diligence Onderneming J.P. Koens
(1843-1874)
A.Langeveld 
(1844)
H.S. van Heumen
(1844)
J.W.F. Weijzers
(1853-1854)
A. Augustin
(1854)
C. Langeveld
(1874-1877)
P. Bresser
(1856)
Amsterdamsche Tram Omnibus Maatschappij (ATOM)
(1890-1891)
Amsterdamsche Centrale Tram Omnibus Onderneming (ACTOO)
(1890-1891)
En natuurlijk de Amsterdamsche Omnibus Maatschappij (A.O.M.)
(1872-1900)


Paleis op de Dam - datum onbekend - met rechts onderin een omnibus van de A.O.O.
(zie uitvergrotingen hieronder)

prentbriefkaart van Ad Tiggeler


Omnibus van de  Amsterdamsche Omnibus Onderneming (A.O.O.) voor het Paleis op de Dam. De lijndienst van deze Spoorwegdienst bestond uit de haltes:
Station Rhijnspoor - Weesperpoort - Botermarkt - Dam

Detail van bovenstaande prentbriefkaart van Ad Tiggeler

1871

Het initiatief tot oprichting van een geregelde omnibusdienst kwam van de Amsterdamse uitgever K.H. Schadd en A. Caramelli. Zij woonden in de Plantage, die in die tijd inderdaad nog een plantage was, en vonden het bezwaarlijk om dagelijks te voet of in een huurrijtuig naar hun werk in het centrum van Amsterdam te gaan. Zij lieten een circulaire drukken en verspreiden met de volgende inhoud:


uit de database en met toestemming www.elseviermaandschrift.nl

Op die vergadering werd besloten dat men een omnibus zou laten lopen van de Plantage naar de Dam. Tijdens deze vergadering verplichtten de aanwezigen zich om ƒ30.000 kaartjes ad tien cent per stuk te kopen. Met een stalhouder zou een contract worden gesloten en G.F. Westerman, A. Caramelli, F.J.W.H. Schmitz, W. Ramann en K.H. Schadd werden aangewezen om een commissie van controle uit te oefenen.
Van B en W werd spoedig daarna een vergunning gekregen de omnibus te laten rijden. Men had een contract gesloten met stalhouder G. Draaier op het Weesperplein. Deze opende de dienst met twee omnibussen.

1872

Het vervoermiddel viel in de smaak maar omdat de exploitatie voor de stalhouder Draaier te kostbaar ging worden besloot men een vennootschap op te richten; de Amsterdamsche Omnibus Maatschappij was een feit, met een kapitaal van ƒ50.000 en een obligatielening van ƒ100.000 gulden tegen een rente van 6%.
K.H. Schadd werd directeur van de A.O.M..

Op 3 april 1872 werd de eerste lijn Dam - Plantage opgericht. De maatschappij beschikte over twee omnibussen, acht paarden, twee conducteurs, twee koetsiers en een stalknecht.
In dat jaar werd ook de lijn Dam - Vondelstraat geopend. En al spoedig volgden meerdere lijnen.
De maatschappij werd een succes maar had ook met tegenslagen te maken zoals de influenza-epidemie onder de paarden. 20 verloren hierdoor het leven.

1874

In dit jaar verleende de gemeente aan de A.O.M. de concessie voor het exploiteren van paardentramlijnen voor de periode van een jaar.

Toch vond men deze wijze om passagiers te vervoeren nog niet optimaal. Men was van mening dat de omnibussen vervangen dienden te worden door wagens op rails. "Onmogelijk" beweerden anderen, 'trams in een stad met zulke nauwe straten en zoveel grachten, dat moet leiden tot grote ongelukken". 
Maar Schadd liet hen praten en besloot het met die trams te proberen en liefst zo snel mogelijk op een der moeilijkste trajecten. Hij vroeg aan B en W vergunning een tramlijn te mogen leggen en te exploiteren van het Leidseplein naar de Plantage. Schadd werd echter door B en W gewaarschuwd tegen dit dwaze plan en het werd hem afgeraden.
"Een tram leggen op dat baanvak! Een tram, die over de Hooge Sluis zou moeten gaan; door de smalle Weesperstraat moest lopen; een scherpe bocht maken bij de Kerkstraat; moest gaan over een paar beweegbare ophaalbruggen aan de Weesperstraat en de Muidergracht- dat moest immers tot allerlei ongelukken aanleiding geven".

1875 het eerste jaar van de A.O.M.

Onder leiding van ir. A.L. van Gendt werden de eerste rails besteld. De spoorbreedte week af van de gebruikelijke 1435 mm, de breedte werd op 1422 mm gehouden.

De eerste 6 rijtuigen kwamen uit Engeland en Frankrijk, de nummers 1-6.

Beijnes leverde vier rijtuigen, de nummers 7-10. Er was plaats voor 16 personen (zitplaatsen) en 5 staanplaatsen.

De rijtuigen kostten ongeveer 2000 gulden per stuk.

31 mei laatste rit omnibus A.O.O. op de lijn Leidseplein - Plantage.

Op 1 juni werd de eerste lijn geopend onder belangstelling van vele genodigden op het Leidseplein. Onder de genodigden was de toenmalige burgemeester Den Tex. Veel vertrouwen hadden de Amsterdammers niet in de tram. Ook het vertrouwen van de genodigden werd er niet beter op toen bij de eerste rit de derde wagen bij de bocht in de Kerkstraat derailleerde. Achteraf bleek toch dat de pessimisten het bij het verkeerde eind hadden want de wagens voldeden prima. Alle obstakels die Amsterdam kende bleken geen bezwaar te zijn.

14 juni half uur dienst omgezet naar een 20 minutendienst.

De omnibussen bleven ook rijden hetzij op de buitenlijnen naar Diemerbrug, Haarlemmermeer en Sloterdijk.


proefrit met de eerste paardentram - mei 1875
uit de database en met toestemming
www.elseviermaandschrift.nl

Toelichting bij de foto:
De eerste paardentram (4) op het Frederiksplein - Sarphatistraat  tijdens een proefrit.
De koetsier was C. van Stolk, conducteur J. Spanjerberg.
De man die het paardenhoofd vast heeft is Piet Draaier, de zoon van de stalhouder Willem Draaier bij wie de maatschappij voorheen stalde.
In de tram bevonden zich: Dr. E. Laurillard en zijn drie kinderen die aldaar aan het wandelen waren en door de hoofdboekhouder van de maatschappij J.A. Bondix werden uitgenodigd om in de tramwagen plaats te nemen. 
Het paard voor de wagen is de schimmel Jans, het eerste paard dat in het stamboek van de maatschappij was ingeschreven. Het heeft twaalf en een half jaar voor de A.O.M. gediend en heeft de eerste tramlijn van de A.O.M. geopend. Het paard stierf toen het zich op zijn koperen jubileum een indigestie aan worteltjes at.
Deze unieke foto is van eind mei 1875.


De eerste bestuurders van de A.O.M.


interieur van een der stallen
uit de database en met toestemming www.elseviermaandschrift.nl

1876

Op 17 mei werd de beslissing genomen tot verdere uitbreiding van de paardentram.
Haarlemmerplein - Dam - Vondelstraat - Dam - Sarphatistraat en van de Dam naar de Prins Hendrikkade.


interieur van een van de paardentramremises
uit de database en met toestemming www.elseviermaandschrift.nl

Behuizing van de A.O.M.

Locatie

in gebruik als    
  Remise Stal Werkplaats
1873 - Plantage Muidergracht  
1873 - Vondelkade  
1875 - Kantongerecht tijdelijke remise  
1877 - Stadhouderskade in 1883 uitgebreid    
1877 - Veemarkt in 1884 opgeheven
1877 - Overtoom 373 "Bremerlehe"      
1879 - Hoogte Kadijk  
1879 - Haarlemmer Houttuinen  
1879 - Droogbak in 1894 opgeheven
1883 - Linnaeusstraat 30    
1883 - Amsteldijk in 1900 uitgebreid    
1884 - Tweede Leeghwaterstraat    
1884 - Roetersstraat in 1892 uitgebreid    
1884 - Amstelveenseweg 134 "Schinkelhaven"    
1892 - Weesperzijde 144-145 "Schollenbrug"    
1892 - Brouwersgracht    
1893 - Groote Houstraat kleine werkplaats
1893 - Prins Hendrikkade  
1893 - Willemsparkweg "Willemspark"    
1900 - Potgieterstraat (later Tollensstraat) tijdelijke remise  

1877

9 januari; opening van de tweede tramlijn (Spuistraat naar Leidseplein)

8 augustus; de derde tramlijn geopend.

Bij onoverzichtelijke enkelsporige baanvakken had men een bijzonder belsysteem. Een aan de muur bevestigde stang, die werd aangeraakt door de passerende wagen, waardoor een belsignaal klonk.


interieur van de werkplaats aan de Nieuwe Achtergracht / Roetersstraat
uit de database en met toestemming www.elseviermaandschrift.nl

In een artikel van het weekblad De Amsterdammer van 4 november 1877 blijkt duidelijk dat er nog veel kritiek van de Amsterdammers is op de A.O.M. Zo werd er gesproken over ongeoorloofde begunstiging van het bestuur en beweerde men dat de burgemeester groot aandeelhouder was. Ook tegen het personeel van de maatschappij werd niet altijd even correct opgetreden. Toch werd er veel gebruik van de diensten van de A.O.M. gemaakt.


Bron: De Amsterdammer van 4 november 1877
lees verder
(JPG/ bestandsgrootte 404Kb)


Prentbriefkaart uit de verzameling van Ad Tiggeler

1878

Op 8 augustus werd de derde paardentramlijn - Leidscheplein-Overtoom (LO) - feestelijk geopend.

Ook werd op die dag werd de remise genaamd "Bremerlehe" aan de Overtoom 373 in gebruik genomen. Door de ongunstige ligging van de remise - halverwege de lijn Leidscheplein-Overtoom - werd de stalling- en remisefunctie na enkele jaren overgenomen door de remise Amstelveenscheweg 134. 
De remise Bremerlehe werd in 1876 gebouwd naar een ontwerp van A.L. van Gendt, die ook de architect was van een aantal andere monumentale gebouwen in Amsterdam.

1879

In juli arriveerde uit Duitsland een imperiaalrijtuig, deze werd getrokken door twee paarden. Het rijtuig kreeg het nummer 48 en is in 1879 of 1880 vernummerd in 60.

Ook werden spoorverdubbelingen gerealiseerd, evenzo kwamen er open wagens in dienst.

Nieuwe lijnen: Dam - Prins Hendrikkade, Dam - Haarlemmerplein, Dam, Hollandsche  Spoor.


Het Leidseplein omstreeks 1903
Prentbriefkaart

1880

In december stelde de gemeente de maatschappij voor langere tijd een concessie te doen.



Bron: De Amsterdammer van 19 december 1880


Imperiaalrijtuigen op de Dam
Prentbriefkaart

1881

Op 9 juni viel de definitieve beslissing voor de verlening van de concessie aan de A.O.M. voor een periode van 29 jaar. Toch werd door de grootse plannen die de A.O.M. had deze concessie weer herzien.

Er werden afspraken gemaakt over nieuwe lijnen zoals Dam - Linnaueusstraat, Dam - Amsteldijk en het verlengen van bestaande lijnen.

Voorts werden moesten diverse bruggen worden verlaagd en het Rokin verbreed. Deze werken hebben de kosten van het tramnet veel opgejaagd. De 30 kilometer lange spooraanleg heeft de maatschappij ƒ5.007.290,54 gekost.

1882

De A.O.M. lag destijds regelmatig onder mediavuur getuige onderstaand krantenartikel van De Amsterdammer van 5 februari 1882.



Bron: De Amsterdammer van 5 februari 1882


Paardentramstel 38 op het Rokin omstreeks 1890
Prentbriefkaart

1883

Op 2 februari werd de tweede lijn geopend van de Dam naar de Amsteldijk tot aan de herberg de Beerebijt. Bij het eindpunt werd een nieuwe remise gebouwd voor ongeveer 40 wagens.

Tevens werden er in deze periode overal in de stad wachtkamers geplaatst.

Ook was 1883 een goed jaar voor de A.O.M. wat activiteiten betreft.
Pas op 14 juli werd de oudste A.O.M. lijn omgezet in een paardentramlijn. (Plantage - Dam)

De verschillende lijnen waren in het begin herkenbaar aan de kleur van de wagons, maar sinds de wereldtentoonstelling in het Amsterdam van 1883 werden de verschillende lijnen kenbaar gemaakt door gekleurde borden aan voor- en achterkant, de zogenoemde koersborden.

Vernummering

De A.O.M. was van alle markten thuis. In de jaren tachtig van de 19e eeuw kwamen er nogal wat klachten over de oudste paardentrams 1-10. Men heeft toen wat aan die wagens geknutseld, ze een nieuw verfje gegeven en vernummerd in 180-189. Ziedaar, nieuwe trams, klachten verstomd. Dit verklaart ook dat in 1900 de A.O.M.-nummering liep van 11 t/m 261.

Door A.O.M. gebruikte koersborden

Leidscheplein - Plantage
1883-1883
1883-1888
1888-1900
Dam-Vondelstraat
1883-1888
1888-1900
Leidscheplein - Amstelveenscheweg

1883-1900

Dam - Sarphatistraat
1883-1888
1888-1900
Dam - Prins Hendrikkade

1883-1900

Dam - Haarlemmerplein

1883-1900

Dam-Centraal Station

1883-1900

Dam - P.C.Hooftstraat
1883-1888
1888-1888
1888-1890
1890-1900
Dam-Amsteldijk
1883-1894
1894-1900
Dam-Plantage-Linnaeusstraat

1883-1900

Leidscheplein-Haarlemmerplein
1883-1892
1892-1900
Dam-Rhijnspoorplein
1884-1891
1891-1900
Kadijksplein-Czaar Peterstraat

1884-1900

Centraal Station-Weesperzijde
1884-1892
1892-1900
Dam-Bilderdijkstraat

1896-1900


1884 - NZ-Voorburgwal
fotograaf onbekend

1884

De remise Amstelveenscheweg werd geopend. De remise bestaat nog steeds en ligt schuin tegenover het Vondelpark.

1885

Aan beide zijden van de Amstel rijden nu trams, die niet van de ene zijde naar de andere zijde konden, maar dit werd opgelost door een pont te laten varen ter hoogte van de Ceintuurbaan.

Remise aan de Tweede Leeghwaterstraat geopend.

De stand van zaken in 1885, wat materieel betreft:
- 179 tramwagens, waarvan 29 open.
- Het aantal tramlijnen bedraagt 14.
- De lengte van de lijnen is dan 24 km.
- Het aantal paarden 574.

Per 1 maart vond de afschaffing plaats van de geneeskundige zorg voor het personeel men vertrouwde dit toe aan het ziekenfonds.

De trams van de A.O.M. gingen met reclameborden rijden.


Reclameborden op de paardentrams
Prentbriefkaart

1888

Per 8 mei 1888 werd paardentractie ingevoerd op de stoomtramlijn van de SMAS, Stoomtrammaatschappij Amsterdam-Sloterdijk. Op 24 oktober 1892 nam de Noord-Hollandsche Tramwegmaatschappij de exploitatie over. Op 31 juli 1893 werd de Tweede Noord-Hollandsche Tramwegmaatschappij exploitante.
(De Gemeentetram nam op 25 oktober 1905 de lijn over en gaf de lijn het nummer 12 in aansluiting op de elektrische tramlijnen 1 t/m 11. Het nummer 12 werd niet op de trams gevoerd.)

1889

Op 5 september opende de ATOM een aantal omnibuslijnen. Namelijk de lijn N.Z. Voorburgwal-Nieuwmarkt-Plantage. Er verscheen een tweede lijn op 12 december 1889: N.Z. Voorburgwal-Leidseplein.
ATOM staat voor Amsterdamsche Tram Omnibus Maatschappij. Een concurrent dus voor de A.O.M..


Amstel met munttoren omstreeks 1900
Prentbriefkaart

1890

Al spoedig kwam er een tweede concurrent bij te weten de ACTOO. (Amsterdamsche Centraal Tram-Omnibus Onderneming) De maatschappij heeft in 1890 en 1891 twee lijnen geŽxploiteerd.

Ook in dat jaar verscheen van de ATOM een vierde lijn Plantage-Veelaan die echter in hetzelfde jaar werd opgeheven.

Per 20 juli kwam een nieuwe vierde lijn in bedrijf op de route N.Z.Voorburgwal - Stationsplein - De Ruyterkade - Prins Hendrikkade-Nieuwmarkt.


Prentbriefkaart 1890

1891

In 1891 gingen de omnibusconcurrenten ATOM en ACTOO failliet.

In deze periode werd er ook wat aan de diensten van de A.O.M. gesleuteld, en werd er nog meer personeel aangenomen.

De kleding behoorde ook tot de zaken die gewijzigd werden.

Tevens kreeg men nu ook eens in de twee weken een zondag vrij.

Opmerking: sinds 1877 was de A.O.M. ook exploitant van een begrafenisonderneming.


Prentbriefkaart uit de verzameling van Ad Tiggeler


waarschijnlijk tijdens de inhuldigingsfeesten in 1898. "Naatje van de Dam" nog in volle glorie aanwezig.
Prentbriefkaart uit de verzameling van Ad Tiggeler


De in 1890 uitgebrande schouwburg dus. De kaart toont dus de situatie in de jaren tachtig of zeventig van de 19e eeuw.
Prentbriefkaart uit de verzameling van Ad Tiggeler


Paardentram aan het eindpunt Schippersgracht. Voorloper van lijn 13. Jaren negentig van de 19e eeuw
Prentbriefkaart uit de verzameling van Ad Tiggeler

1890-1899

Deze periode kende de laatste ontwikkelingen van de paardentram.

De gemeenteraad kwam met bepalingen over tarieven en netuitbreidingen.

De belangrijkste straten van Amsterdam zijn nu verbonden met de buitenwijken.


Het Rokin omstreeks 1900
Prentbriefkaart

1892

De A.O.M. bouwde nu zelf trammaterieel, wat uitbreiding betekende van de werkplaats aan de Roetersstraat.

1893

Wijzigingen in de tramexploitatie, o.a. verlenging van diverse tramlijnen.

Op 18 juni maakte de directie een studiereis naar Bremen i.v.m. plannen voor elektrificatie.

Remise aan de Willemsparkweg geopend.


Het Damrak omstreeks 1901
Prentbriefkaart

1894

Reclameborden verdwenen weer van de wagens.

1895

In dit jaar verscheen op 12 januari een uitgebreid artikel in het weekblad De Amsterdammer over het uitbreidingsplan van de A.O.M..


Bron: De Amsterdammer van 19 december 1880
lees verder
(PDF/ bestandsgrootte 795Kb)

Kaartje tramwegnet A.O.M. 1 januari 1895

Vergroot kaartje
vergroot

1896

10 november; nieuwe lijn van de Dam naar de Bilderdijkstraat, deze lijn vertrok van de Dam naast het monument het Naatje.


Sarphatistraat omstreeks 1900
Prentbriefkaart

1897

A.O.M. bestond 25 jaar; elk personeelslid kreeg evenveel guldens als het aantal dienstjaren dat men had. Men kreeg een spaarbankboekje met het dubbele bedrag daarop gestort.

1898

12 oktober nam de gemeenteraad het besluit het trambedrijf over te nemen; de officiŽle datum is 1 januari 1900.

Hendrik Glimmerveen (1871-1942) conducteur bij de A.O.M.

Tot 1900 was Hendrik Glimmerveen in dienst van de Amsterdamse Omnibus Maatschappij, A.O.M. In 1900 is de A.O.M. overgenomen door de gemeente die de elektrische tram ging exploiteren.

Hendrik Glimmerveen kwam toen in dienst van de gemeente Amsterdam. Hij had onder andere dienst op het korte lijntje Dam - Prins Hendrikkade. Op de tramwagen op bovenstaande foto staat (op het origineel moeilijk te lezen en op het scherm bijna helemaal niet): Dam - Prins Hendrikkade. Er zijn enkele foto's uit 1900 bewaard gebleven waarop Hendrik Glimmerveen bij de paardentram voorkomt.

De foto uit het album van de familie Glimmerveen
De conducteur met baard is
Hendrik Glimmerveen.

De foto uit het album van de familie Glimmerveen zijn kennelijk gemaakt ter gelegenheid van de vervanging van de paardentram door de elektrische tram. In 1903 nam Glimmerveen, samen met enkele collega's, het initiatief tot oprichting van woningbouwvereniging Rochdale.

Met hartelijke dank aan kleinzoon Henk Glimmerveen - website: www.glimmerveen.nl/Paardentram.html

1899

Directie-wisseling op 1 juni 1899
De opvolger van K.H. Schadd, werd J.H. Neiszen. In Amsterdam was hij een vreemdeling, want hij had 17 jaar lang in Rotterdam gewerkt bij Publieke Werken. Neiszen werd in 1853 geboren te Breda, studeerde af in 1873 en werd eerste luitenant bij de genie in 1876. In 1879 werd hij op verzoek op non-actief gesteld om vervolgens secretaris te worden bij het ”Veluwsch-lokaalspoorwegcomite”  welke spoorlijnen aanlegde tussen o.a. Apeldoorn - Deventer - Dieren en Hattem. Op 1 oktober 1881 trad hij in dienst van de gemeente Rotterdam en 1 juni 1899 werd hij directeur van de A.O.M. en na 1 januari 1900 van de Gemeenteram. Later werd   Neiszen een van de oprichters van woningbouwvereniging Rochdale samen met 
trambestuurder Pieter Roeland en conducteur Hendrik Glimmerveen.


J.H. Neiszen
uit de database en met toestemming www.elseviermaandschrift.nl


het tramnet van 1900

1900

Tien jaar eerder dan gepland verliep de concessie met de A.O.M. en kwam het in handen van de gemeente Amsterdam. Het leerstuk was dat openbare nutsbedrijven in handen van de overheid moesten zijn. Reeds in de jaren 90 van de 19e eeuw nam de gemeente het waterbedrijf, het gasbedrijf, het elektriciteitsbedrijf, de telefoondienst en de reinigingsdienst over; de naasting van de tram was het sluitstuk van deze ontwikkeling. De Amsterdam was een gemeentelijk bedrijf rijker, de woorden Amsterdamsche Omnibus Maatschappij moest plaats maken voor het gemeentewapen en werd Gemeentetram.

De gemeente werd eigenaar van:
- 242 tramwagens,
-
758 paarden,
- 777 man personeel in vaste dienst en 45 in tijdelijke dienst,
- 56 km aan spoor.

In februari 1900 werd bekend dat er 12 elektrische motorwagens gebouwd zouden worden.

Op 14 augustus ging de eerste elektrische tramlijn van start.

Toch liet de Gemeentetram in 1900 ook nog acht nieuwe paardentrams bouwen om in een tekort aan paardentrams te voorzien. De A.O.M. voelde al eind negentiger jaren de dreiging van gemeentelijke naasting en was dus niet geneigd nog in het bedrijf te investeren. Ook de elektrificatieplannen van de A.O.M. die er waren gingen het archief in. Vervolgens heeft A.O.M. het archief in 1899 vernietigd.

Een brief ivm de bouw van motorwagens 1 - 10 van de Gemeente Tram, gedateerd 18 oktober 1900 ondertekend door de toenmalig directeur J.H. Neiszen.


met dank aan Richard Keijzer; bron Stadsarchief

Hieronder een aardig document dat is ondertekend door de directeur van de gemeente tram J.H. Neiszen  waarin hij aangeeft dat de productie van de paardentrammest over het jaar 1900 in haar geheel is uitverkocht.


met dank aan Richard Keijzer; bron Stadsarchief


Afscheidsgroet aan de Oude Beurs en Paardentram
" Daar gaat hij heen de tempel van Mercuur
Nog kras, slechts vijftig jaren
Het trampaard ook, verwacht zijn laatste uur
Er uit ! gij twee, want Amsterdam moet sparen ! "

Prentbriefkaart


Stadhouderskade - 1902
Prentbriefkaart


'Constantijn Huyghenstraat' omstreeks 1903
Prentbriefkaart

1904

4 januari; grote paardenveiling. Deze vond plaats in de remise in de Linnaeusstraat en er 400 van de 754 trampaarden geveild. De paarden waren niet meer nodig nu de electrische tram werd ingevoerd. Naast de elektrische tram bleef de paardentram nog een tijdje bestaan. Pas in 1922 werden de laatste paarden publiekelijk verkocht. De paarden brachten tussen de ƒ100 en ƒ200 op.


de grote trampaardenveiling in 1904
Prentbriefkaart

1906

25 november; de laatste ex-A.O.M. paardentramlijn als deel van lijn 13 elektrisch in gebruik gesteld.


Prentbriefkaart uit 1904 voorstellende 'van paardentractie naar elektrificatie'
uit de verzameling van Wim van Ingen
Prentbriefkaart

1916 - 1922

De laatste paardentram was lijn 12 die reed van het Nassauplein naar Sloterdijk. Deze werd in 1916 geŽlektrificeerd.

Opmerkelijk:
In 1921 kreeg Amsterdam door annexatie van de Gemeente Sloten er weer een paardentram bij die de Bosboomstraat (de huidige Jacob Marisstraat) met Sloten verbond.

De laatste rit van een Amsterdamse paardentram was op 28 februari 1922.
Nadien deed de Sloterpaardentram het met autotractie tot de komst van buslijn G.

De laatste Nederlandse paardentram reed in 1929 tussen Makkum en Harkezijl (Friesland).

Volgens het artikel Gemeente instellingen te Amsterdam - IV Het Trambedrijf in Elsevier uit 1900 geschreven door E.W. de Jong was het bestaan der A.O.M. roemrijk; haar dienst was stipt; haar materieel was een toonbeeld van degelijkheid en netheid; haar personeel een voorbeeld van welwillendheid en vriendelijkheid. De namen van de oprichters, bovenal van haar directeur Schadd, zullen ten allen tijde met ere genoemd mogen worden bij degenen, die tot de bloei van de hoofdstad veel hebben bijgedragen.
Andere andere kant
werd wel gezegd dat de Amsterdamse Omnibus Maatschappij beter voor haar paarden zorgde dan voor haar personeel.


Uit: de paardentram in Nederland W.J.M. Leideritz Grote Alken 608

Museumstukken
Tenslotte vind ik het nuttig in het stuk melding te maken van de enige nog bestaande Amsterdamse paardentram: de 64 die tot het Rotterdamse museummaterieel behoort. Ook is de replica-600 het vermelden waard waarvan het origineel ooit als open paardentram door het leven ging.


RETM 514 (vm A.O.M. 64) in de remise Kleiweg 25-9-1965
Foto Cor Fijma

Cor Fijma over bovenstaande foto:
"Paardentram 64 is in 1880 gebouwd bij Beijnes. In 1907 is de wagen tot elektrische bijwagen verbouwd. In 1915 is de wagen verkocht aan de Rotterdamsche Electrische Tramweg-Maatschappij om daar opnieuw als paardentram dienst te doen onder het nummer 404, later 414 en nog later 514. Sinds de jaren dertig wordt de wagen als museumstuk bewaard. Bij de Amsterdamse tramjubilea van 1975 en 2000 heeft de wagen als paardentram door Amsterdam gereden. De wagen is de enige nog bestaande Amsterdamse paardentram. De Rotterdammers verdienen hulde voor het bewaren ervan."


  de enige nog bestaande Amsterdamse paardentram de A.O.M. 64 op de Vrijheidslaan 20 september 1975 tijdens de tijdens het tramjubileum.
foto Hans de Haan


de enige nog bestaande Amsterdamse paardentram de A.O.M. 64 op de Vrijheidslaan 20 september 1975 tijdens de tijdens het tramjubileum.
foto Hans de Haan


de enige nog bestaande Amsterdamse paardentram voor de remise 20 september 1975 in afwachting van de tramoptocht.
foto Hans de Haan

Hans de Haan over de drie bovenstaande foto's:
"
Het was jammer dat de aanspanning niet historisch was. Een paardentram van dit type reed destijds met 1 paard ervoor en dat paard kon alleen trekken. De koetsier in 1975 had zijn paarden ingespannen met een disselboom en met de mogelijkheid dat de paarden de wagen konden afremmen.
De koetsier heette Koenders; hij was de oprichter van het verhuisbedrijf Coulance. Ik snap wel dat hij met deze afwijkende aanspanning problemen kon voorkomen, maar correct was het niet. Een echte paardentramkoetsier moest de tram met de hand afremmen en tegelijk het paard inhouden en dan ook nog bellen als dat nodig was. Dat is best lastig. De aanspanning tijdens de parade van 2000 was beter, maar daar was het paard een historisch onjuiste keuze. Het tempo (de snelheid) was dan ook nogal laag. Er hoort een gewoon koetspaard voor een paardentram en geen 'Shire' (een landbouwpaardenras uit Engeland) zoals toen."

Download:

Geraadpleegde bronnen:

literatuur

de paardentram in Nederland W.J.M. Leideritz - Grote Alken 608
de Amsterdamse paardentrams H.J.A. Duparc - Schuyt & co
de Paardentramremise - Stadsherstel Amsterdam bv

de websites

onze speciale dank aan

Jan Loman Ü 2013
Jos Wiersema - joswiersema@amsterdamsetrams.nl
juni / juli 2008 - aanvulling oktober 2011 / november 2013

laat een berichtje achter

omhoog

 

Bezoekersteller

eXTReMe Tracker